Inloggen

Elektriciteit

CCVX Voorbeeldtentamen 13 | Opgave 2

Opgaven komen van de CCVX-website. Kom je er zelf niet zelf uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen. Ook kun je hieronder eerder gestelde vragen over deze opgave vinden.

Vraag a

In de grafiek (fig. 1) lezen we af dat er bij een spanning van 12,0 V een stroom loopt van 0,78 A. Met de wet van Ohm vinden we dan voor de weerstand

R = 12 / 0,78 = 15,3846 Ω

Voor de weerstand van een draad geldt R = ρ·L/A. Als we de formule omschrijven vinden we voor de lengte

L = R·A / ρ

De soortelijke weerstand (ρ) van constantaan vinden in Binas tabel 9 en we vullen in

R = 15,3846 Ω
0,24·10-6 m2 (0,24 mm2)
ρ = 0,45·10-6 Ωm (

en vinden dan

L = 8,20512 m

Afgerond is dit een lengte van 8,2 m.

Vraag b

Als de weerstand van het lampje constant zou zijn zou de I,U-grafiek In fig. 2 een schuine recht lijn zijn. Te zien is dat de grafiek bij toenemende spanning niet recht is maar naar beneden afbuigt. Bij hogere spanning loopt er dus minder stroom. Dit betekent dus dat de weerstand toeneemt bij hogere spanning.




Voor de complete uitwerkingen moet je eerst inloggen.









Vraag over "Elektriciteit"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Elektriciteit

Over "Elektriciteit" zijn nog geen vragen gesteld.