Inloggen

E = mc2

CCVX Voorbeeldtentamen 8 | Opgave 5

Opgaven komen van de CCVX-website. Kom je er zelf niet zelf uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen. Ook kun je hieronder eerder gestelde vragen over deze opgave vinden.

Vraag a

Op een bewegende lading in een magneetveld werkt lorentzkracht. Lorentzkracht staat altijd loodrecht op de bewegingsrichting waardoor het deeltje wordt afgebogen. Omdat de lorentzkracht ook bij de afgebogen baan loodrecht op de bewegingsrichting blijft staan en constant is zal het deeltje altijd in dezelfde maten worden afgebogen en ontstaat een cirkelbaan waarbij de lorentzkracht de functie van middelpuntzoekende kracht heeft.

Vraag b

De lorentzkracht heeft hier de functie van middelpuntzoekende kracht er geldt dus Fmpz = FL. Als we de bijbehorende formules opschrijven wordt dit

m·v2 / r = B·q·v

Een v valt weg aan beide kanten

m·v / r = B·q

De snelheid v is de baansnelheid. In een cirkelbaan geldt v = 2π·r/T waarbij T de omloopstijd is. Als we dit invullen vinden we

m·(2π·r/T) / r = B·q

m·2π / T = B·q

1/T = B·q / m·2π

Omdat voor de frequentie geldt f = 1/T staat hier

f = B·q / m·2π




Voor de complete uitwerkingen moet je eerst inloggen.









Vraag over "E = mc2"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | E = mc2

Op dinsdag 23 apr 2024 om 12:25 is de volgende vraag gesteld
bij vraag b:
hoe weet je dat je voor T : f = 1/T mag gebruiken? want T is toch de omlooptijd en in die formule is het de trillingstijd? of maakt zoiets niet uit omdat het allebei in seconde is...? hoe weet je dit

Kiara Voshol reageerde op dinsdag 23 apr 2024 om 12:54
bij vraag c: waarom moet je 28·1,6605·10-27 om m uit te rekenen? en waarom gebruik je de lading van een neutron?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 23 apr 2024 om 15:33
T is het symbool wat gebruikt wordt voor periode. Dit is bij een trilling de tijd die het kost totdat de trilling zich weer herhaalt. Bij iets dat in een rondje draait is dit ook zo. T is de tijd dat de beweging zich herhaalt en dat is de omlooptijd.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 23 apr 2024 om 15:37
Bij vraag c:
Een Si-28-atoom weegt 28u. Hoeveel één u is staat in Binas tabel 7. De massa in kg is 28 keer deze massa. Vandaar.

Het Si-28 en ook het Si-29 zijn geïoniseerd. Dit betekent dat er één elektron is weggenomen. De lading wordt hierdoor positief. De grootte van de lading van de atomen is gelijk aan de grootte van de lading van een elektron. Dit staat ook in Binas tabel 7 (het elementair ladingskwantum).