Inloggen

Radioactieve bron

CCVX Voorbeeldtentamen 4 | Opgave 5

Opgaven komen van de CCVX-website. Kom je er zelf niet zelf uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen. Ook kun je hieronder eerder gestelde vragen over deze opgave vinden.

Vraag a

In Binas tabel 25 vinden we dat 239 Np vervalt onder β--verval én gammaverval. De vervalreactie wordt dus

<23993Np → 23994Pu + 0-1β + 00γ

Vraag b

Wanneer we relativiteitseffecten verwaarlozen kunnen we de snelheid van de vrijkomende β-deeltjes uitrekenen met de formule voor kinetische energie. Hiervoor rekenen we eerst de energie om van elektronvolt (eV) naar Joule (vermenigvuldigen met 1,602·10-19)

0,057·106 eV = 9,1314·10-15 J

Uit Ek = ½·m·v2 volgt dan

v = √E / ½m

v = √(9,1314·10-15 / ½·9,1094·10-31)

v = 1,4159·108 ms-1

Afgerond is dit een snelheid van 1,4·108 ms-1.

(Dit is in dezelfde orde van grootte als de lichtsnelheid. Eigenlijk hadden we hier de relativiteitstheorie moeten gebruiken en zouden dan op een lagere snelheid zijn uitgekomen)




Voor de complete uitwerkingen moet je eerst inloggen.









Vraag over "Radioactieve bron"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Radioactieve bron

Op dinsdag 9 apr 2024 om 10:51 is de volgende vraag gesteld
Het antwoordenmodel van de ccvx neemt de gammastraling in de vervalvergelijking bij a niet op, terwijl er inderdaad wel gammastraling vrijkomt volgens binas. Mag ik aannemen dat dit in fout is in het correctevoorschrift van de ccvx?

Alvast heel erg bedankt!

Erik van Munster reageerde op dinsdag 9 apr 2024 om 13:24
Klopt, zijn ze (kennelijk) vergeten.


Op woensdag 22 nov 2023 om 23:01 is de volgende vraag gesteld
hallo meneer,
bij vraag d, de straal is toch de helft van de afstand; is het niet zo dat je 120/2 moet doen voor de straal?

Erik van Munster reageerde op donderdag 23 nov 2023 om 08:38
De straal is de afstand van het midden van een cirkel of bol tot de rand. Dit is inderdaad de helft van de diameter.

Maar hier staat de bron in het midden en meet je aan de rand van de (denkbeeldige) bol. Dus die 1,20 m is al de straal.


Op woensdag 22 nov 2023 om 14:16 is de volgende vraag gesteld
Bij vraag f: ik zet 80mm en 1.44cm beiden om in meters,, vervolgens deel ik (0,08/0,0144) . (0,5) dan kom ik uit op 2,77 ipv van 0.02126.. Wat doe ik fout eigenlijk?

Erik van Munster reageerde op woensdag 22 nov 2023 om 19:09
Het is niet ½ kéér … maar ½ tot de macht. Op je rekenmachine typ je dan

0,5 ^ (8/1,4) =


Op woensdag 22 nov 2023 om 12:21 is de volgende vraag gesteld
goedemiddag meneer bij vraag D

hoe kan ik uit de vraag D opmaken dat ik bij het berekenen van de oppervlakte te maken heb met een bol?

Erik van Munster reageerde op woensdag 22 nov 2023 om 12:55
Dat hoort bij de kwadratenwet. Overal waar je de kwadratenwet kan toepassen, dus bij elke bron die in alle richtingen evenveel uitstraalt ga je er van uit dat in een denkbeeldige bol om de bron heen de intensiteit afneemt met een factor 1/4πr^2.


Op vrijdag 17 nov 2023 om 17:04 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Waar staat de massa van Neptunium in de Binas?

Alvast dank!

Erik van Munster reageerde op vrijdag 17 nov 2023 om 23:51
De massa van Neptunium-239 heb je in deze opgave niet nodig.

(Maar als je het zou willen weten: de massa van één atoom is 239u. Het is maasagetal is namelijk ook echt de massa gerekend in u)

Op zaterdag 18 nov 2023 om 08:35 is de volgende reactie gegeven
Bij vraag b moet de formule voor kinetische energie gebruikt worden: waar komt hier de waarde van “m” vandaan?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 18 nov 2023 om 10:19
Vraag b gaat over de snelheid van de betadeeltjes. Betastraling bestaat uit elektronen en de m is dus de massa van een elektron. Die staat in Binas tabel 7.


Ilham el Moufdi vroeg op vrijdag 4 nov 2022 om 18:55
Beste Erik,
Waarom doen we bij vraag f de intensiteit keer de aantal kernen?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 4 nov 2022 om 19:11
0,02126 is niet de intensiteit maar de factor waarmee de intensiteit is afgenomen door de plak lood (I/I0). Het gemeten aantal deeltjes zal met dezelfde factor afnemen. Vandaar dat we er mee vermenigvuldigen.


Op dinsdag 23 nov 2021 om 10:15 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Dit is de eerste keer dat ik zie dat de kwadratenwet gebruikt moet worden bij verval en waarbij de "P" uit de kwadratenwet wordt vervangen door de "A" van activiteit, en de "I" in dit geval staat voor het aantal vervallen kernen. Ik had dan ook geen idee hoe ik deze vraag van tevoren moest aanpakken.

1. Heb je misschien een tip over hoe je kunt herkennen dat het in dit geval de bedoeling was de kwadratenwet te gebruiken?
2. Is dit een type vraag die vaker voorkomt? (daarmee bedoel ik: gebruik van kwadratenwet bij het onderdeel verval)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 23 nov 2021 om 13:06
Klopt, de kwadratenwet heb je geleerd te gebruiken bij de intensiteit van straling van sterren op een bepaalde afstand. Maar hij geldt óók hier. Dit komt omdat de stralingsbron in alle richtingen uitzendt. De stralingsdeeltjes waaieren dus uit en verdelen zich naarmate je verder komt over een steeds groter oppervlak. Vandaar dat het aantal stralingsdeeltjes omgekeerd evenredig is met de afstand. Dit is inderdaad hetzelfde als bij de kwadratenwet bij sterren.
Goed om te onthouden dat de kwadratenwet overal geldt waarbij iets alle richtingen op straalt en je de hoeveelheid straling op een bepaald oppervlak op een afstand van de bron wil berekenen. In al dit soort situaties gebruik je de kwadratenwet.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 23 nov 2021 om 13:06
En je tweede vraag: Ja dat kan natuurlijk. Kwadratenwet hoort bij de examenstof.