Inloggen

Adelaarsnevel
vwo 2022, 2e tijdvak, opgave 3




Vraag 13

  • De fotonenergie kunnen we berekenen met Ef = h·c/λ. Invullen van

    h = 6,62607·10-34 (tabel 7)
    c = 2,997925·108 ms-1 (tabel 7)
    λ = 656,28·10-9

    geeft

    Ef = 3,02683·10-19 J

    Omgerekend naar elektronvolt is dit

    3,02683·10-19 / 1,60218·10-19 = 1,88919 eV

  • Voor de energieniveaus van waterstof geldt En = 13,6 eV / n2. De 1e aangeslagen toestand is n=2, de 2e aangeslagen toestand is n=3. Voor het verschil in energie tussen deze niveuas vinden we dan

    ΔE = E3 - E2

    ΔE = -13,6 / 32 - -13,6/ 22

    ΔE = -13,6 · (1/32 - 1/ 22

    ΔE = -13,6 · -0,1388889

    ΔE = 1,88889 eV

    Dit komt, afgerond op drie cijfers, overeen met de berekening hiervoor.
  • Het licht wordt door het gas uitgezonden. Het uitzenden van licht is het resultaat van het terugvallen van een hoger naar een lager energieniveau. Het gaat dus om de overgang van n=3 naar n=2. (2e aangeslagen toestand naar de 1e aangeslagen toestand).



adelaarsnevel-1




Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Adelaarsnevel"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Adelaarsnevel

Op vrijdag 24 mei 2024 om 11:28 is de volgende vraag gesteld
hoi, mag je bij vraag 13 ook 1,8886=13,6\n2 en dan de n berekenen door 13,6\1,8886= 7,2 en dan de wortel van 7,2 geeft 2,7=n. Dit laat dan ook zien dat n tussen n 2 en n 3 ligt en dus de eerste en tweede aangeslagen toestand. Of wordt deze manier fout geteld?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 24 mei 2024 om 16:05
Nee helaas. Het getal n is altijd een geheel getal. En in je amtwoord moet je ook laten zien dat het altijd een VERSCHIL is tussen twee energietoestanden of waarden van n.


Op zondag 28 apr 2024 om 21:29 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik, bij vraag 18 staat dat het oppervlak onder een planckkromme een maat is voor het uitgezonden vermogen, in mijn boek staat dat het oppervlak onder een planckkromme een maat is voor de totale uitgezonden intensiteit. Zou u dit kunnen verduidelijken? Alvast bedankt.

Erik van Munster reageerde op zondag 28 apr 2024 om 22:06
Het hangt er vanaf wát er precies gemeten is bij de Planckkromme. Dat wil zeggen: wat er op de y-as staat. In dit geval is het de op aarde gemeten intensiteit per golflengte. Het oppervlak is dus ook de totale intensiteit die op aarde wordt opgevangen.

Als op de y-as de door een ster uitgezonden vermogen staat per golflengte dan is het oppervlak het totale uitgezonden vermogen.


Op zondag 14 apr 2024 om 12:44 is de volgende vraag gesteld
Maar hoe kom je aan de waarde van 501187?

Erik van Munster reageerde op zondag 14 apr 2024 om 13:05
Kun je uitrekenen met je rekenmachine:

10^5,7 = 501187


Op zondag 14 apr 2024 om 12:02 is de volgende vraag gesteld
Hoi,

Ik had een vraagje over 13. Ik snap niet wanneer ik delen door ev moet doen en wanneer keer ev moet doen. Ook snapte ik niet hoe ze op de n=3 en n= 2 komen. En ik snapte dd laatste punt van de vraag ook niet. Bedankt alvast!

Erik van Munster reageerde op zondag 14 apr 2024 om 12:54
Joule naar Ev:
Delen door 1,602*10^-19

eV naar Joule:
Vermenigvuldigen met 1,602*10^-19

Over n=3 en n=2: dan moet je eerst weten wat aangeslagen toestanden zijn: kijk even de videolessen over het waterstofatoom.


Op donderdag 29 jun 2023 om 11:59 is de volgende vraag gesteld
Hoi,
Ik snap niet hoe opdracht 17 werkt. Hoe komen ze bij 10^5.7?

Erik van Munster reageerde op donderdag 29 jun 2023 om 12:30
10^5,7 lees je af uit het diagram op de bijlage. Als je kijkt bij een temperatuur van 4*10^4 K vindt je verticaal een P/Pzon van 10^5,7. Lastige is dat zowel de horizontale- als de verticale as logaritmisch zijn. Als je even kijkt bij het tabblad 'uitleg' staat onderaan hoe je het diagram afleest.


Op maandag 26 jun 2023 om 18:27 is de volgende vraag gesteld
Hi,
ik snapte niet zo goed bij opgave 18 waarom je, aan het einde van de berekening nog een keer deelt door 0.2..?

Groetjes

Erik van Munster reageerde op maandag 26 jun 2023 om 18:43
Omdat je wil weten hoeveel keer groter het totale oppervlak is ten opzichte van het grijze gedeelte. Het grijze gedeelte is 0,2 hokjes staat in de opgave. De totale oppervlakte is dan 8,7/0,2 = 43,5 keer zo groot.

(En daarna gebruik je die factor 43,5 om uit te rekenen wat de totale intensiteit is)


Op woensdag 15 mrt 2023 om 11:05 is de volgende vraag gesteld
Dag meneer ik snap opgave 18 niet helemaal.

In de opgave staat "De telescoop detecteert 60% van de stralingsintensiteit in het golflengtegebied van 400 tot 800 nm.
Eva en Isa meten met deze telescoop een stralingsintensiteit van 4,7 x10^-11 Wm-² in dit golflengtegebied ".

Uw berekening is dit: " 4,7·10^-11 Wm-2 / 0,6 = 7,8·10-11 Wm-2 ". Waarom wordt hier eigenlijk niet 0,4 gebruikt in plaats van 0,6? De 60% van de stralingsintensiteit weten we namelijk al (4,7·10^-11 Wm-2) . Bij deze opgave is dat overige 40% van belang toch?

Erik van Munster reageerde op woensdag 15 mrt 2023 om 18:07
Klopt: 40% wordt niet gedetecteerd. Je meet dus maar 60% van de straling. De gemeten intensiteit is de de echte intensiteit keer 0,6:

I_gemeten = I_echt * 0,60

Als je de echte intensiteit wil weten moet je dus delen door 0,60

I_echt = I_gemeten / 0,60

(Als je 40% bij de gemeten intensiteit zou optellen kom je niet goed uit. Het is namelijk 40% van de echte intensiteit en niet 40% van de gemeten intensiteit)


Op maandag 4 jul 2022 om 19:20 is de volgende vraag gesteld
Hi,
Bij opg 14 zeggen ze dat de ster een hogere frequentie moet uitstralen dan zichtbaar licht. Ik snap niet hoezo. Fotonenergie is toch de hoeveel energie die een elektron nodig heeft om naar een andere schil te springen. Dus dat is de zelfde labda als waar het streepje staat in binas en dat is allemaal zichtbaar licht...?

Groetjes

Erik van Munster reageerde op maandag 4 jul 2022 om 20:10
Er staat in de tekst dat het waterstof geioniseerd moet worden voordat het dit licht uitstraalt. De ionisatieenergie van waterstof is 13,6 eV. Dit is UV-straling en de fotonenergie moet dus >13,6 eV zijn dus geen zichtbaar licht.