Inloggen

Concertharp
havo 2022, 3e tijdvak, opgave 2


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Concertharp" is de 2e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Uitleg bij "Concertharp"

Probeer altijd eerst zelf de opgave te maken en gebruik de uitleg alleen als je er zelf niet uitkomt. Als je ook na deze uitleg nog vragen hebt dan kun je deze helemaal onderaan deze pagina stellen.

Vraag 7

Bij golven in een snaar is de voortplantingsrichting in de richting van de snaar en staat de uitwijking loodrecht op de snaar. Dit is dus een transversale golf.

Geluid is een drukgolf die zich door de lucht verplaatst. De drukvariaties staan hierbij niet loodrecht op de voorplantingsrichting maar in de richting van de voortplantingsrichting. De golven in de lucht zijn dus longitudinale golven.

Vraag 8

In een snaar geldt L = n·½·λ. In de grondtoon (n=1) is de snaarlengte (L) gelijk aan een halve golflengte. De golflengte is hier dus 2·0,379 = 0,758 m. Met de formule voor de golfsnelheid en de gegeven frequentie vinden we dan

v = f·λ

v = 440·0,758 = 333,52 ms-1

Afgerond is dit een snelheid van 334 ms-1.

Vraag 9

In de afbeelding hieronder staan de patronen van knopen en buiken die horen bij een staande golf in een snaar voor n=1 t/m n=5. De tweede boventoon betekent n=3.

Vraag 10

Tijdens een trilling van een staande golf verandert de positie van de knopen en de buiken niet. Dit betekent dat de plaatsen waar de amplitude nul is (knopen) en waar de amplitude maximaal is (buiken) op dezelfde plaats op de snaar liggen. Optie A vervalt dus sowieso. Bij het aanslaan is de amplitude in de buiken maximaal. Meteen daarna wordt de amplitude iets kleiner (C). Bij een kwart trillingstijd gaat de trilling door de evenwichtsstand en is de uitwijking heel eventjes nul, ook in de buiken (D). Een halve trillingstijd later bevindt de uitwijking zich precies aan de andere kant (B). Juiste antwoord is dus D.

Vraag 11

Door het intrappen van het pedaal komen de pinnetjes in contact met de snaar die daardoor op die plaats niet meer kan trillen. Op die plaats komt dus de knoop te liggen die eerst bij het uiteinde van de snaar lag. De snaarlengte wordt dus effectief kleiner door het intrappen van een pedaal. Dit betekent dat de golflengte (λ) ook kleiner wordt en als de golfsnelheid constant blijft betekent dit volgens f = v/λ dat de snaar met een grotere frequentie trilt en dus hoger zal klinken.

Vraag 12

  • Zie afbeelding onderaan. In het oscillogram lezen we af dat 4 trillingen 9,2 hokjes duren. Met 2,0 ms per hokje betekent dit voor de trillingstijd

    T = 9,2 · 2,0·10-3 / 4 = 4,6·10-3 s

    Voor de frequentie vinden we dan met f = 1/T

    f = 1 / 4,6·10-3 = 217,39 Hz

    Afgerond is dit 2,2·102 Hz.

  • In het oscillogram is geen zuiver sinusvormige grafiek te zien. Dit betekent dat het geen harmonische trilling is er dus niet alleen sprake is van een grondtoon maar ook van boventonen.



concertharp-1

concertharp-2

Vraag over "Concertharp"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Concertharp

Over "Concertharp" zijn nog geen vragen gesteld.