Inloggen

Elektrische doorstroomverwarmer
havo 2017, 1e tijdvak, opgave 1




Vraag 1

Het rendement wordt bepaald door hoe goed de stroomdraad zijn warmte kan afgegeven aan het water. Bij het oude type (figuur 1) wordt alleen warmte overgedragen alleen de kant van de draad die de waterleiding raakt. De kant die naar buiten is gericht geeft zijn warmte af aan de lucht en draagt dus niet bij aan het verwarmen van het water. Bij het nieuwe type (figuur 2) is de draad binnen de waterleiding helemaal omgeven door water. De draad zal dus geen warmte kwijtraken aan de lucht en (vrijwel) al zijn warmte afgeven aan het water en heeft dus een veel hoger rendement.





Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Elektrische doorstroomverwarmer"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Elektrische doorstroomverwarmer

Op woensdag 18 apr 2018 om 17:04 is de volgende vraag gesteld
Hoi Erik,
Ik begrijp helaas niet, waarom wij bij vraag 2 niet met SI-eenheden moeten rekenen. Want het vermogen is in Watt, dus J/s gegeven, maar debiet niet. Waarom klopt de uitkomst dan?

Erik van Munster reageerde op woensdag 18 apr 2018 om 19:37
Klopt, bij de formule bij vraag 2 worden inderdaad niet alleen SI eenheden gebruikt. Debiet is in liter per minuut in plaats van m^3 per seconde. Het vermogen is inderdaad wel in J/s. Hier is bij het maken van de opgave en het opstellen van de formule al rekening gehouden.

(Als ze de formule wél helemaal met SI eenheden hadden geschreven had er geen 70 maar 4200000 in de formule gestaan en had je het debiet wel in m^3/s gehad)

Soms kiezen ze er in een opgave voor om géén SI-eenheden te gebruiken maar dat staat er altijd wel duidelijk bij in de vraag. Hier ook gelukkig.


Op woensdag 4 apr 2018 om 19:48 is de volgende vraag gesteld
Ik begrijp vraag 5 niet, waarom zou je eigenlijk de soortelijke weerstand willen berekenen?

Erik van Munster reageerde op woensdag 4 apr 2018 om 21:39
Er wordt gevraagd hoeveel stroom er loopt door het water. De spanning is gegeven (U=230 V), maar als je de stroom wil uitrekenen met de wet van Ohm moet je éérst de weerstand (R) uitrekenen (staat ook als aanwijzing gegeven in de opgave).

De weerstand kun je uitrekenen met de soortelijke weerstand die in de vraag gegeven staat en de lengte en diameter van het waterkolommetje. We berekenen dus niet de soortelijke weerstand maar de weerstand.