Inloggen

Elektronendiffractie
vwo 2019, 2e tijdvak, opgave 3




Vraag 15

Bij de versnelling van geladen deeltjes in een versneller geldt dat elektrische energie wordt omgezet in kinetische energie:

Eel → Ek

q·U = ½mv2

Hieruit volgt

v2 = q·U / ½m

v = √q·U /½m

Voor de debroglie-golflengte geldt

λ = h / mv

Invullen van bovenstaande formule voor v geeft

λ = h / (m·√q·U /½m )

λ = h·√m / (m·√2·q·U )

λ = h / (√m · √2·q·U )

λ = h / √2·q·m·U

De lading (q) is in dit geval gelijk aan het elementair ladingskwantum e en de formule wordt dus

λ = h / √2·e·m·U



elektronendiffractie-1




Als je de complete uitleg bij oudere examenopgaven wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Elektronendiffractie"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Elektronendiffractie

Op dinsdag 19 apr 2022 om 20:28 is de volgende vraag gesteld
Hallo meneer,
Wat er in opgave 15 precies gebeurt bij het omschrijven van de formules kan ik niet helemaal volgen,
hoe komt u van λ = h / (m·√q·U /½m ) opeens naar λ = h·√m / (m·√2·q·U ) ? kunt u misschien de laatste 4 stappen uitleggen?

Op dinsdag 19 apr 2022 om 21:42 is de volgende reactie gegeven
En wat wordt er precies bedoeld met afbuiging in vraag 18?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 19 apr 2022 om 22:14
Is ook een erg lastige afleiding.

λ = h / (m·√q·U /½m )

λ = h / (m·√(q·U ) / √(½m) )

λ = h / (m·√(q·U ) / (√½·√m) )

λ = h / (m·√(q·U )√2 / √m) )

λ = h / (m·(1/√m)*√(q·U )√2 )

λ = h / (√m*√(q·U )√2

en als je alles onder een wortel schrijft

λ = h / √(m·q·U·2)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 19 apr 2022 om 22:15
Afbuiging is de hoek waaronder de van links komende elektronen worden afgebogen van hun rechtdoor-gaande baan.


Op zondag 29 sep 2019 om 21:46 is de volgende vraag gesteld
Beste erik,
hoezo kan bij vraag 20 niet de gewone punten genomen worden en die ingevuld worden in de grafiek van de bovenste punten in plaats van de raaklijn erbij te halen? Komt dit omdat er staat dat de formule bij benadering is?

Erik van Munster reageerde op zondag 29 sep 2019 om 22:35
Je leest hier de lijn af omdat dat nauwkeuriger is. Als je één van de punten zou nemen zouden er altijd kleine afwijkingen (meetfouten) in zitten. Kun je ook zien in de grafiek. Sommige punten liggen boven de lijn, andere eronder. Vandaar dat je hier de lijn afleest en niet één van de punten.


Danny Goslinga vroeg op dinsdag 24 sep 2019 om 21:05
Hallo Erik,

Ik heb een vraag over examenvraag 18
Waarom is het zo dat bij de buitenste ring, dus bij de sterkste afbuiging, de hoek het grootst is?
Hoe sterker de afbuiging, hoe groter de hoek is, maar waar kunt je dat uit concluderen?

Vriendelijke groet,
Danny

Erik van Munster reageerde op dinsdag 24 sep 2019 om 21:21
Dit kun je het makkelijkste zien aan het eerste plaatje (figuur 1). Hier zie je op de glazen bol aan de rechterkant twee ringen staan. Teken (of stel je even voor):

- Een lijn van het grafietplaatje naar de binnenste ring.

- Een lijn van het grafietplaatje naar de buitenste ring

Als er geen grafietplaatje zou zijn zou de straal horizontaal naar rechts lopen. Het grafietplaatje zorgt voor afbuiging en aan de twee lijnen zie je dat de afbuighoek voor de buitenste ring groter is dan voor de binnenste ring.