Inloggen

Getijdenresonantie
vwo 2012, 1e tijdvak, opgave 4


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Getijdenresonantie" is de 4e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Getijdenresonantie"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Getijdenresonantie

Op maandag 22 apr 2019 om 17:35 is de volgende vraag gesteld
Hoi Erik, ik snap niet hoe ze bij vraag 15 op de getekende grafiek komen, kunt u dat uitleggen?

Erik van Munster reageerde op maandag 22 apr 2019 om 18:50
Welke vraag bedoel je precies? Vraag 15 in dit examen hoort niet bij Absorptie van Gammastraling maar bij een andere opgave ("Getijdenresonantie")

Op maandag 22 apr 2019 om 19:56 is de volgende reactie gegeven
Oh dat heb ik het bij de verkeerde gezet! Ik bedoel wel echt vraag 15 over getijdenresonantie

Erik van Munster reageerde op maandag 22 apr 2019 om 20:56
[Heb je vraag even verplaatst]

In deze opgave wordt uitgelegd dat de variatie van de waterhoogte een staande golf is zoals in figuur 2 (de staande golf loopt van K tot B). Bij een staande golven bewegen alle punten in fase alleen verschilt de amplitude. In figuur 2 zie je dat de amplitude bij B het grootst is. Uit de het kaartje kun je afleiden dat SaintJohn ongeveer halverwege de baai ligt (tussen K en B in) en dat Cumberland County aan het eind ligt (bij B).

In figuur 2 zie je dat de amplitude bij B groter is dan halverwege K en B. Dat betekent dat de trilling in Cumberland County een grotere amplitude heeft dan de getekende trilling.

Je hoeft in je antwoord alleen maar te laten zien dat je snapt dat de amplitude groter is en de fase gelijk. De precieze amplitude hoef je dus niet uit te rekenen.


Thomas Rous vroeg op zondag 8 apr 2018 om 15:25
Beste Erik,

Bij deze vraag gaat het mis bij mij mis bij deelvraag 18 en 19. Deze hebben met elkaar te maken, dus het gaat denk ik vooral om het begrijpen van vraag 18. Ik begrijp niet waarom je kan stellen dat de tweede resonantielengte optreedt bij 3/4 labda. (De afstand tussen en knoop en en buik is namelijk toch altijd een kwart labda. Of heeft dat er niks mee te maken?)

Ik hoor het graag van u!

Erik van Munster reageerde op zondag 8 apr 2018 om 16:44
De afstand tussen een knoop en de eerstvolgende buik is inderdaad 1/4 lambda. Dat is hier ook zo.

Maar waar het hier om gaat is de verhouding tussen lambda en de lengte van de baai. Uit de vraag kun je opmaken dat de baai zich gedraagt als een aan één kant afgesloten buis. Hierbij geldt altijd dat bij n=1 er 1/4 lambda in past en bij n=2 3/4 lambda. Vandaar.

Thomas Rous reageerde op zondag 8 apr 2018 om 23:32
Maar hoe weet je dan dat dit correspondeert met de resonantie en resonantielengte?

Erik van Munster reageerde op maandag 9 apr 2018 om 08:31
Resonantie treedt op als de frequentie van een trilling (in dit geval eb en vloed) gelijk is aan de grondtoon of één van de boventonen van een buis. De baailengtes waarbij resonantie optreedt kun je aflezen figuur 3 (bij 300 km en 900 km). Je ziet dat de 2e piek bij een 3x keer zo hoge baailengte ligt. Dit klopt met de theorie die bij een aan één kant gesloten buis hoort. De grondtoon (n=1) ligt bij een buislengte van 1/4 lambda. De 1e boventoon (n=2) bij een buislengte van 3/4 lambda. Dit is ook 3x zo hoog.


Op donderdag 11 mei 2017 om 19:26 is de volgende vraag gesteld
hoi,
ik snap niet waarom de amplitude hoger wordt. Is het omdat de zee steeds ondieper wordt richting cumberland county? waaraan kun je dat dan zien?

Erik van Munster reageerde op donderdag 11 mei 2017 om 19:44
Nee dit heeft te maken met hoe een staande golf werkt. In figuur 2 in de opgave zie je op drie tijdstippen het verloop van de waterhoogte langs de lengte van de baai. Je ziet dat in dit plaatje de waterhoogte aan de rechterkant het meest op en neer gaat en dat de variatie op de plaats waar de baai aan de oceaan raakt nul is. De plaats waar de variatie het grootst is is een buik (aangeduid met B), de plaat waar de variatie nul is is een knoop (aangeduid met K). De reden dat de amplitude bij CumberlandCounty groter is is dat dit bij een buik in de buurt ligt. De grafiek van Saint John heeft een minder grote amplitude omdat het verder van de buik ligt (ongeveer halverwege knoop en buik). Vandaar.

Op donderdag 11 mei 2017 om 20:05 is de volgende reactie gegeven
maar volgens de tekening is saint john toch juist bij een buik? en de hele golf komt toch langs de baai, niet alleen de buik? ik snap het echt helemaal niet

Erik van Munster reageerde op donderdag 11 mei 2017 om 20:34
Als je op het kaartje in figuur 1 kijkt zie je dat Cumberland Count aan het eind van de baai ligt en Saint John ongeveer halverwege.

Als het een lopende golf geweest was dan zou inderdaad de hele golf langs zijn gekomen en zou de amplitude overal gelijk zijn maar het is geen lopende golf maar een staande golf (staat ook in de vraag genoemd). Het verschil tussen een staande golf en een lopende golf is dat bij een staande golf de knopen en buiken op hun plaats blijven.
Kijk anders voor een voorbeeld even naar de videoles over staande golven en snaren (linkje staat hiernaast).