Inloggen

Inwendige bestraling
vwo 2017, 1e tijdvak, opgave 5




Vraag 21

In BINAS tabel 99 vinden we dat Xe atoomnummer 54 heeft en Xenon heet. Xenon-124 wordt beschoten met neutronen. Aan de linkerkant van de pijl komt dus een neutron te staan en aan de rechterkant moet dus een isotoop met massagetal van 124+1 = 125 te staan. Omdat een neutron neutraal is verandert het ladingsgetal hierbij niet en blijft dus de atoomsoort hetzelfde.

12454Xe + 10n → 12554Xe

In de opgave staat dat deze stof vervalt tot I-125. Jodium heeft atoomnummer 53. Dit betekent dat bij het verval het ladingsgetal met 1 moet afnemen en dat het massagetal ongewijzigd blijft. Het deeltje wat er bij het verval ontstaat heeft dus massagetal 0 en ladingsgetal +1. Dit is een β+-deeltje en de vergelijking wordt

12554Xe → 12553I + 0+1e





Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Inwendige bestraling"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Inwendige bestraling

Op vrijdag 26 apr 2024 om 14:04 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik, ik vroeg mij het volgende af over de derde uitspraak van vraag 25: I-125 vervalt toch ook weer tot een andere stof die op zijn beurt weer vervalsreacties en radioactief afval heeft. Dus hoezo is de tumor dan niet nog een langere tijd radioactief totdat alle vervalsreacties geweest zijn?

Op vrijdag 26 apr 2024 om 14:14 is de volgende reactie gegeven
En hoezo kan je bij vraag 24 niet antwoorden dat een tumor onevenredig groeit en dat de tumor daarom op sommige plekken meer cellen en dus meer massa heeft en dat er daarom verschillen in dosis en dus grillige lijnen ontstaan? Verder van de tumor heb je dan minder last van die onevenredige groei en zullen er minder grillen zijn en dichtbij de tumor juist meer.

Erik van Munster reageerde op vrijdag 26 apr 2024 om 17:10
Klopt (je eerste vraag). Als de vervalproducten van I-125 ook radioactief zijn kan er na het verval van I-125 nog radioactiviteit zijn. Maar (en dat is hier de vraag) het gaat hier om de radioactiviteit afkomstig van I-125. En die is weg als alles vervallen is.

Erik van Munster reageerde op vrijdag 26 apr 2024 om 17:13
Over je tweede vraag: Om de tumor heen zitten gezonde cellen en die ontvangen evengoed een dosisstraling. De vraag gaat overbde ontvangen dosis en niet of op die plaats tumorcellen zitten of niet.


Op maandag 9 mei 2022 om 17:13 is de volgende vraag gesteld
Is het fout als je bij vraag 21 geen gamma straling na de pijl hebt staan? In het correctievoorschrift staat dit namelijk wel maar zelf had ik dit niet.

Erik van Munster reageerde op maandag 9 mei 2022 om 17:34
Nee, wordt ook goed gerekend als je gamma er niet bij hebt gezet. Vandaar dat het tussen haakjes staat.


Op dinsdag 15 mei 2018 om 15:03 is de volgende vraag gesteld
Hallo Erik,
Bij vraag 22 over de grafiek van Dosis tegen de tijd heb ik een vraag over wat er nou precies wel of niet verandert en hoe dat vervolgens wordt gekoppeld aan activiteit. De formule voor de dosis D = E/m. Is E hier nou de totale stralingsenergie? Of is dit de stralingsenergie van 1 deeltje? Want als dit de stralingsenergie van 1 deeltje is, zou die constant blijven toch? Hetzelfde geldt voor m; is m de totaal bestraalde massa? Of is m de massa die nog over is? Of is m een massa die onveranderd blijft?
Wat is dan vervolgens de link met activiteit?
Alvast bedankt!

Erik van Munster reageerde op dinsdag 15 mei 2018 om 16:56
E is niet de energie van één deeltje maar de totale stralingsenergie die geabsorbeerd wordt. Dit is ook de reden dat je de dosis steeds ziet oplopen. Naarmate de tijd vordert neemt de totale hoeveelheid geabsorbeerde energie toe. m is de massa van datgene wat de straling absorbeert. In dit geval is het de massa van de tumor.

De link met de activiteit zit hem in de steilheid van de dosisgrafiek. De reden dat hij steeds vlakker gaat lopen is dat de activiteit afneemt en er dus steeds minder nieuwe energie geabsorbeerd wordt om dat er steeds minder deeltjes per seconde worden uitgezonden. De steilheid van de grafiek zegt iets over de grote van de activiteit.


Op dinsdag 15 mei 2018 om 14:23 is de volgende vraag gesteld
Hallo Erik,
Bij vraag 21 staat in het antwoordmodel dat in de eerste vergelijking ook een gammafoton moet worden opgeschreven. In het examen van dit jaar VWO is dat ook verplicht (als het in BINAS staat dacht ik?), maar ik zie de isotoop I-125 niet in BINAS staan (in tabel 25) dus zou ik ook niet kunnen weten of er al dan niet gamma straling zou moeten zijn in de vergelijking. Waarop baseert het antwoordmodel dit dan nu wel?
Alvast bedankt!!

Erik van Munster reageerde op dinsdag 15 mei 2018 om 16:51
Vraag 21 gaat over de VORMING van I-125 en niet over hoe het verder vervalt (daar gaat het verderop in de opgave pas over). Je hebt de BINAS gegevens van het verval van I-125 hier dus niet bij nodig en kunt juiste antwoord beredeneren uit de gegevens in de opgave.

Dat er ook gammastraling ontstaat onderweg kun je uit de gegevens in de opgave hier niet opmaken. Dat geldt ook voor het neutrino wat ontstaat. Vandaar dat ze ook tussen haakjes staan in het correctievoorschrift. De opgave wordt dus goed gerekend ook als je geen gamma hebt opgeschreven.

[I-125 staat overigens wél in BINAS: Bij atoomnummer 53 staat ook I-125 gewoon gegeven]


Op vrijdag 11 mei 2018 om 01:54 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Hoe kan je het onderstaande weten? Welke formule gebruiken ze hiervoor?
De activiteit is evenredig met de dosistoename per eenheid van tijd, en dus
met de afgeleide van de gegeven grafiek (vraag 23).

Ik hoor het graag van u!

Erik van Munster reageerde op vrijdag 11 mei 2018 om 06:07
Geen formule. Ze bedoelen hiermee dat je moet kijken naar de betekenis van activiteit: hoeveel kernen er per seconde vervallen.

In de grafiek bij deze opgave staat niet de activiteit maar de totale ontvangen dosis. De dosis neemt toe elke keer als er een kern vervalt. Hoe groter de activiteit hoe sneller de dosis toeneemt en hoe steiler de grafiek loopt. Maar, in de grafiek zie je het omgekeerde: de grafiek gaat juist steeds mínder steil lopen. Dit betekent dat de activiteit afneemt.

Activiteit is dus eigenlijk de afgeleide (steilheid) van de grafiek.