Inloggen

Klarinet
vwo 2004, 2e tijdvak, opgave 5


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Klarinet" is de 5e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Klarinet"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Klarinet

Op dinsdag 12 jan 2021 om 18:03 is de volgende vraag gesteld
Ik heb een vraag over vraag 22. De buis is aan 1 kant open en 1 kant gesloten maar hoe kom je dan op de conclusie dat riet een gesloten uiteinde heeft?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 12 jan 2021 om 19:14
Dat kun je alleen maar zien aan de frequenties van de tonen die eruit komen. De frequentie van de 1e boventoon is 3 keer zo hoog als die van de grondtoon. Zo weet je dat het zich gedraagt als een buis met één gesloten uiteinde.

(Als er twee open uiteinden zouden zijn zou de frequentie van de 1e boventoon niet 3 maar 2 keer zo groot zijn als de grondtoon)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 12 jan 2021 om 19:14
(Je kunt het dus niet aan de buis zelf zien)


Bekijk alle vragen (2)



Op woensdag 19 apr 2017 om 20:36 is de volgende vraag gesteld
Bij vraag 22 stellen ze dat een factor 3 overeenkomt met een gesloten uiteinde en een open uiteinde. Echter staat in de BINAS bij een buis met open en gesloten uiteinde dat geldt: l = 1/4 . golflengte.

Hoe komen ze precies bij de factor 3 ipv 4 voor eenzelfde buis?

Erik van Munster reageerde op woensdag 19 apr 2017 om 22:00
Het gaat bij deze vraag om het verschil tussen de grondtoon (n=1) en de eerste boventoon (n=2). Bij n=1 geldt inderdaad L= 1/4 * golflengte. Als je in dezelfde formule n=2 invult kom je op L= 3/4 * golflengte. Dit betekent dat bij dezelfde lengte de golflengte 3 keer kleiner en dus dat de frequentie 3 keer groter is. Vandaar de factor 3.