Inloggen

Kleurstoflaser
vwo 2018, 2e tijdvak, opgave 3




Vraag 11

In figuur 2b komen de plaatsen van de topjes en de dalletjes van alle getekende golven overeen. Dit betekent dat de golven elkaar overal zullen versterken (constructieve interferentie). In figuur 2a is dit niet het geval en zullen sommige golven elkaar verzwakken of uitdoven (destructieve interferentie).





Als je de complete uitleg bij oudere examenopgaven wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Kleurstoflaser"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Kleurstoflaser

Op donderdag 9 mei 2024 om 11:20 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Dat de golflengte die vereist is om een molecuul aan te slaan hoort bij de de golflengte waarbij maximale absorptie en emissie is, is dat iets wat je geacht wordt om te weten, of is dat in dit geval iets wat je uit de context moet halen?

Erik van Munster reageerde op donderdag 9 mei 2024 om 12:59
Hier: uit de context. Fluorescentie is een speciale eigenschap die maar bij bepaalde stoffen voorkomt. Vandaar de uitleg en het ansorptie en emissiespectrum wat ze er bij geven.


Op zondag 7 jun 2020 om 15:47 is de volgende vraag gesteld
Beste erik,
Bij vraag 2 had ik als antwoord: de golflengte is groter geworden omdat er warmte vrijkwam. Kan dit als uitleg? ( wel iets uitgebreider natuurlijk)

Erik van Munster reageerde op zondag 7 jun 2020 om 16:18
Strikt genomen is het geen warmte dat vrijkomt. Warmte betekent namelijk beweging van het kleurstofmolecuul en dat is hier niet zo. De energie gaat verloren aan een "stralingloze energieovergang" binnen het kleurstofmolecuul zelf. Maar als uit je antwoord blijkt dat je snapt dat er minder energie beschikbaar is voor het uitgezonden licht dan er in het ontvangen licht zat dan is het goed hoor.


Op zondag 7 apr 2019 om 16:21 is de volgende vraag gesteld
hallo,
Hoe weet je bij vraag 14 dat de absorptie- en emissie die horen bij de overgang van grondtoestand naar aangeslagen toestand rond de 550 nm liggen?

Groetjes

Erik van Munster reageerde op zondag 7 apr 2019 om 16:51
Omdat de piek van de absorptie- en de emissie in figuur 3b rond 550 nm liggen. De piek van de absorptie ligt nét iets onder de 550 nm die van emissie iets boven de 550 nm. In de vraag wordt een schatting gevraagd ("bij benadering" staat er) vandaar dat we van 550 nm zijn uitgegegaan.

Clara van der Brug reageerde op zondag 7 apr 2019 om 17:39
waarom moet je persee naar de piek kijken?

Erik van Munster reageerde op zondag 7 apr 2019 om 17:58
Omdat dáár de meeste straling wordt uitgezonden. Omdat het een schatting is maakt het hier niet zo veel uit en zou je ook een andere waarde in de buurt kunnen nemen maar 550 nm ligt wrl het meest voor de hand.