Inloggen

Kreukelzone
havo 2022, 2e tijdvak, opgave 3




Vraag 9

Jeroen heeft 25 gewichtjes van 50g ieder. Dit is een totale massa van 1,25 kg. Door de blokjes te laten hangen kan hij hiermee (zwaarte)kracht van maximaal 9,81·1,25 = 12,26 N uitoefenen. Dit is minder dan de 25 N die hij wil testen. Hij zal dus de blokjes zo moeten ophangen dat door de hefboomwerking er toch een grotere kracht uitgeoefend wordt. Dit kan door de arm van het punt waar de blokjes hangen ten opzichte van het draaipunt zo groot mogelijk te maken. Als deze arm groter is dan de arm van de krachtsensor wordt op een de krachtsensor een grotere kracht uitgeoefend. Het juiste antwoord is dus opstelling II.



kreukelzone-1




Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Kreukelzone"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Kreukelzone

Op woensdag 22 mei 2024 om 16:10 is de volgende vraag gesteld
Vraag 12: Ik snap niet waarom de weerstand R1 oneindig groot moet worden om de sensorspanning op 0V uit te laten komen. Stel je gebruikt U = IR als je dan voor R een hele hoge waarde invult en I hetzelfde blijft krijg je toch juist een hogere spanning (U).

Erik van Munster reageerde op woensdag 22 mei 2024 om 17:21
Klopt: als je voor R1 een hoge waarde invult wordt de spanning over R1 inderdaad heel hoog.

Maar de vraag gaat niet over de spanning over R1 maar de spanning die de sensor meet en die wordt dan juist heel laag omdat batterijspanning gelijk blijft en de spanning zich verdeeld over R1 en R2. Als spanning iver R1 toeneemt neemt die over R2 juist af. En de spanning over R2 is de sensorspanning.


Thys Grund vroeg op woensdag 22 mei 2024 om 02:39
Bij vraag 14 doen ze eerst het eindpunt min het beginpunt om de afstand te weten dat het karretje heeft afgelegd. Daarna delen ze dat getal wat daaruit komt nog door 2, waarom doen ze dit?

Erik van Munster reageerde op woensdag 22 mei 2024 om 07:41
De arbeid is het oppervlak van de grafiek. In de grafiek staat een driehoek en het oppervlak van een driehoek is 1/2 keer breedte keer hoogte. Vandaar de 1/2.

Je kunt het ook zo zien: de kracht is niet constant tijdens de hele afstand. Aan het begin is de kracht 0 en aan het eind Fmax. De gemiddelde kracht is dan de helft van Fmax.

Thys Grund reageerde op woensdag 22 mei 2024 om 13:36
Dankjewel, ik snap hem!