Inloggen

LHC
vwo 2012, 1e tijdvak, opgave 5







Vraag over "LHC"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | LHC

Op dinsdag 7 mei 2024 om 21:30 is de volgende vraag gesteld
Hoi, waarom kan je bij 20 niet eerst de snelheid bereken met de formule sqrt((2 * q * U)/m)) en daarna de snelheid na x aantal rondes delen door het getal wat je uit die formule kreeg?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 7 mei 2024 om 22:40
Dat zou kunnen als de toename in snelheid elke ronde hetzelfde zou zijn. Maar dat is niet zo: De toename in kinetische energie is elke ronde wel hetzelfde. Vandaar.


Op maandag 12 jun 2023 om 14:16 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,
Ik wilde je graag om wat opheldering vragen over vraag 22. Het correctievoorschrift was behoorlijk verwarrend voor me en ik begreep niet goed hoe de benodigde energie verband houdt met de lichtsnelheid. Ik snap dat de benodigde energie groot wordt, maar ik vraag me af waarom een proton de lichtsnelheid niet kan bereiken. Kun je me daar meer over vertellen?

Daarnaast heb ik nog een andere vraag waar ik niet helemaal uitkom. In vraag 23 wordt een proton gelijkgesteld aan stroom, maar ik dacht dat stroom alleen uit elektronen bestond. Ik begrijp uit de correctievoorschrift dat de stroom zowel protonen als elektronen kan bevatten. Zou je me dit wat meer kunnen verduidelijken?

Erik van Munster reageerde op maandag 12 jun 2023 om 16:07
In de grafiek (figuur 1) zie je dat de massa van een proton snel toeneemt toeneemt naarmate het sneller beweegt. De kinetische energie hangt van de massa af dat betekent dat ook de kinetische energie enorm zou moeten worden. om dit snelheid te bereieken. Om de lichtsnelheid de tebereieken zal de massa zelfs oneindig groot zijn en er dus nooit genoeg energie zijn.

Over het waaróm de massa zo sterk toeneemt: Dit hoort bij het onderwerp relativiteitstheorie en hoef je (tenzij het je keuzeonderwerp is) niet te weten. Voor deze opgave staat daarom de grafiek (figgur 1) er al bij en hoef je niet uit te leggen waarom de massa toeneemt.

Erik van Munster reageerde op maandag 12 jun 2023 om 16:10
Over je 2e vraag:
Stroom betekent verplaatsende lading. In stroom die door een metaal loopt zijn het inderdaad elektronen die voor de ladingsverplaatsing en dus de stroom veroorzaken. Dit komt omdat in een metaal elektronen voor kunnen bewegen.

Maar eigenlijk is elke bewegende lading stroom. Dus ook (zoals hier) een bewegend proton.


Op maandag 27 mrt 2023 om 17:18 is de volgende vraag gesteld
Hi Erik ik snap bij vraag 20 niet hoe ze komen op die formule..

Erik van Munster reageerde op maandag 27 mrt 2023 om 17:34
Zijn de formules voor kinetische- en elektrische energie:

Ek = 1/2*m*v^2 is de kinetische energie die de protonen uitiendelijk moeten krijgen.

Ee= q*U is de elektrische energie per rondje.

Als ‘x’ het aantal rondjes is is x*Ee de totale energie. Vraag is dus: hoe groot moet x zijn zodat x*Ee = Ek.

Is dus niet een aparte formule die je moet opschrijven alleen moet je de formules voor Ek en Ee met elkaar combineren.


Op dinsdag 20 dec 2022 om 12:12 is de volgende vraag gesteld
Hallo, ik had een vraag over opdracht 24. Uiteindelijk stellen ze 2,64*10^-10 gelijk aan B*q*v (Fl) dit begrijp ik nog. De vraag is om B te vinden, maar waarom gebruiken ze voor de snelheid de lichtsnelheid? Ik gebruikte namelijk de kinetische energie formule en had daar toen een snelheid gevonden. (Ekin gelijk aan 7,0 *10^12 eV).

Erik van Munster reageerde op dinsdag 20 dec 2022 om 13:16
Bij het stukje dat vóór vraag 22 en het grafiekje (figuur 1) wordt uitgelegd dat de lichtsnelheid de maximumsnelheid is die bereikt kan worden. Vandaar dat je hier als v de lichtsnelheid gebruikt in B*q*v.

(Bij hele hoge snelheden gelden er andere regels voor kinetische energie en snelheid. Hoef je op zich niet te kennen als examenstof vandaar dat het uitgelegd staat in de opgave zelf)


Op dinsdag 20 dec 2022 om 11:47 is de volgende vraag gesteld
Hallo, ik had een vraag over opdracht 24. Uiteindelijk stellen ze 2,64*10^-10 gelijk aan B*q*v (Fl) dit begrijp ik nog. De vraag is om B te vinden, maar waarom gebruiken ze voor de snelheid de lichtsnelheid? Ik gebruikte namelijk de kinetische energie formule en had daar toen een snelheid gevonden. (Ekin gelijk aan 7,0 *10^12 eV).


Op zaterdag 4 dec 2021 om 22:01 is de volgende vraag gesteld
Ik heb een vraag bij opdracht 26, hoe komen ze aan de m bij de formule E= m*C^2?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 4 dec 2021 om 22:37
De formule E=m*c^2 hoorde in 2012 bij de examenstof. Tegenwoordig is het onderdeel van een keuzeonderwerp en is het geen verplichte examenstof meer.


Op woensdag 1 mei 2019 om 18:19 is de volgende vraag gesteld
Hoi Erik, ik wil iets vragen over vraag 26 en vraag 27 van het pilot-examen van vwo van 2012 tijdvak 1.

In vraag 26 hebben ze het over "de vier fundamentele wisselwerkingen".
In vraag 27 hebben ze het over "de wet van behoud van leptongetal".

Zijn die twee dingen stof die we moeten weten voor het CE van 2019?

Erik van Munster reageerde op woensdag 1 mei 2019 om 19:01
Nee. Welke stof je precies moet kennen staat op examblad.nl. Hier staan ook alle verdere exameneisen, ook van andere vakken.


Op zaterdag 27 apr 2019 om 19:08 is de volgende vraag gesteld
Hallo Erik,

Ik had een vraag over het pilot-examen van vwo van 2012 tijdvak 1, ik kon het alleen niet in het examenoverzicht vinden (misschien heb ik niet goed gekeken), dus ik stel de vraag hier even, want het gaat over magneetvelden. Het gaat over vraag 23: ik snap niet hoe ze aan de richtingen van de magneetvelden komen.

Erik van Munster reageerde op zaterdag 27 apr 2019 om 21:35
[Ik heb je vraag even verplaatst: Dit is dezelfde opgave]

De kracht die de protonen afbuigt zodat ze in een cirkelvormige baan bewegen is de Lorentzkracht. Voor de richting van het magneetveld gebruik je dus de linkerhandregel.

Als voorbeeld even voor de linkerbuis: In het plaatje zie je dat dit de binnenste ring is. De protonen bewegen in punt A naar achteren in de linkerbuis en worden daar naar links afgebogen. Als je je gestrekte vingers het papier in laat wijzen en je duim naar links wijst, wijst je handpalm naar boven. Het magneetveld (B) wijst dan dus recht naar beneden voor de linkerbuis.


Op woensdag 24 apr 2019 om 16:13 is de volgende vraag gesteld
Hoe komen ze aan: v=s/t=pi*d*f ?
Kan je hier niet v=2pi*r/ T uitrekenen met T=1/11245 ?

Erik van Munster reageerde op woensdag 24 apr 2019 om 16:23
s is de afstand die je aflegt voor één rondje. t is de tijd voor een rondje.

s = 2pi*r = pi*d
t = 1/f

Invullen in v=s/t geeft dan

v = pi*d / (1/f)

v = pi*d * f

(Als je het uitrekent met v=2pi*r/T doe je in wezen hetzelfde en kom je ook op hetzelfde antwoord uit.)

Op woensdag 24 apr 2019 om 16:29 is de volgende reactie gegeven
Ah oke bedankt, dan heb ik een foutje gemaakt. En waarom mag je bij s=2pi*r, de 2 weghalen? je doet toch alleen d x 0,5?

Erik van Munster reageerde op woensdag 24 apr 2019 om 16:49
r =straal
d = diameter

Diameter is twee keer de straal van een cirkel.


Op zondag 21 apr 2019 om 00:39 is de volgende vraag gesteld
Waarom wordt voor q 1,60*10^-19 ingevuld?

Erik van Munster reageerde op zondag 21 apr 2019 om 07:55
Omdat het over protonen gaat. Protonen hebben een lading van +1. Dit betekent 1 keer het elementair ladingskwantum (e). In binas tabel 7 kun je vinden dat dit 1,602*10^-19 C is.


Op zaterdag 29 apr 2017 om 18:16 is de volgende vraag gesteld
Is deze vraag relevant voor het CE 2017?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 29 apr 2017 om 18:34
Nee. In 2017 hoort elektromagnetisme (waar deze opgave over gaat) niet bij de CE stof.


Op woensdag 8 mrt 2017 om 17:53 is de volgende vraag gesteld
Hallo,
Ik begrijp vraag 23 niet. Waarom wijst de pijl bij de linkerbuis naar beneden en bij de rechter naar boven?

Erik van Munster reageerde op woensdag 8 mrt 2017 om 21:24
Als je in het linkerplaatje kijkt zie je dat de protonen die van je af bewegen in de linkerbuis verderop in de buis met de buis mee naar links worden afgebogen. Dit betekent dat er een Lorentzkracht naar links op moet werken.

Met de linkerhandregel (zie videoles Lorentzkracht) kom je er dan achter dat het magneetveld in de linkerbuis naar beneden moet wijzen:

Gestrekte vingers van je linkerhand wijzen het papier in. Je duim wijst naar links. Je handpalm wijst dan naar boven wat betekent dat de veldlijnen van boven naar beneden lopen.