Inloggen

Massa meten in de ruimte
vwo 2022, 2e tijdvak, opgave 1




Vraag 1

Een weegschaal meet eigenlijk niet massa maar gewicht: de kracht waarmee voorwerpen, dankzij de zwaartekracht op aarde, op de weegschaal gedrukt worden. Omdat het ruimtestation zich in een baan om de aarde beweegt heerst in het ruimtestation gewichtsloosheid en hebben voorwerpen geen gewicht.



massainderuimte-1




Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Massa meten in de ruimte"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Massa meten in de ruimte

Op zaterdag 11 mei 2024 om 14:21 is de volgende vraag gesteld
Hallo, bij vraag 2 begrijp ik de uitleg. Ik zou er alleen zelf niet op kunnen komen. Heeft u tips, om dit op mijn examen wel te kunnen?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 11 mei 2024 om 14:27
Enige tip die ik kan geven hierover is veel opgaven maken en jezelf nakijken. Inzicht is ook gewoon herkennen van een situatie die je eerder hebt gezien. Stel dat je in je examen een opgave krijgt die lijkt op deze opgave dan weet je (doordat je deze nu gezien hebt) hoe je het aan kunt pakken.

Dus: veel verschillende opgaven maken en dat je iets niet kan of zelf niet op het idee komt is niet erg. Dat is juist waarom je oefent.

Op zaterdag 11 mei 2024 om 15:56 is de volgende reactie gegeven
Hoe komt het dat Fr evenveel kleiner wordt als Fl groter wordt?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 11 mei 2024 om 16:06
Stel dat de massa 1 cm naar rechts beweegt. De uitrekking van de rechterveer wordt dan 1 cm kleiner en tegelijkertijd wordt de uitrekking van de linkerveer 1 cm groter.

Dus ur neemt evenveel af als ul toeneemt en hetzelfde geldt voor de krachten Fr en Fl.


Op zondag 5 mei 2024 om 10:32 is de volgende vraag gesteld
hoe komen ze bij vraag 2 aan fres= 2 x c x u ? ik snap niet hoe ze aan die 2 komen, in het antwoorden boek staat namelijk dat je niet mag zeggen dat het 2 veren zijn en dat het dus 50 n/m wordt.

Erik van Munster reageerde op zondag 5 mei 2024 om 13:07
De veerconstante van het totaal is inderdaad 2 keer 25 = 50 N/m maar het gaat in deze opgave om de uitleg waarom het zo is. Alleen zeggen dat het 2 veren zijn en dus daarom 50 N/m is niet voldoende.

Voor de uitleg moet je kijken naar de resulterende kracht van beide veren samen en hoe deze kracht verandert als Δx verandert. Zie de uitleg voor de details.


Op maandag 29 apr 2024 om 13:11 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik, als ik vraag 5 goed begrijp is het dus zo dat voor de totale kracht op de veer (Fres) geldt: 1/2*c*(ul-ur) maar voor de totale energie kunnen de de uitrekkingen juist bij elkaar opgeteld geworden? Alvast bedankt.

Erik van Munster reageerde op maandag 29 apr 2024 om 13:49
Klopt. Krachten hebben namelijk een richting (naar rechts of naar links) en energie niet.


Op zaterdag 13 mei 2023 om 10:22 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik.
hoezo doet u bij vraag 3:
Fres = FR - FL

Fres = C·uR - C·uL

het is toch juist de grootste kracht min de kleinste kracht?

Op zaterdag 13 mei 2023 om 10:23 is de volgende reactie gegeven
vraag 2*

Erik van Munster reageerde op zaterdag 13 mei 2023 om 10:55
Het is hier het verschil tussen de twee krachten vandaar Fres = Fr - Fl

Het is heeft niet te maken met de groottes van de krachten. Als Fl groter is wordt Fres negatief en dat betekent gewoon dat de resulterende kracht ook naar links is.


Op zondag 22 jan 2023 om 16:36 is de volgende vraag gesteld
Fres = C·[(uR-Δu) - (uL+Δu)]

Fres = C·[uR - uL -2·Δu]

Fres = C·[0 -2·Δu]

F = -2·C·Δu

Beste erik,

Zou u deze stappen een voor een kunnen toelichten. Ik begrijp niet hoe ze dit hebben uitgewerkt.

Erik van Munster reageerde op zondag 22 jan 2023 om 16:52
Stapje voor stapje

Fres = C·[(uR-Δu) - (uL+Δu)]

Als je de haakjes weghaalt staat er (denk aan het minteken voor de tweede term)

Fres = C·[uR - Δu - uL - Δu]

We kunnen - Δu en - Δu optellen en dan wordt het -2Δu

Fres = C·[uR - uL -2Δu]

In dit geval zijn uR en uL aan elkaar gelijk en dus is uR-uL gelijk aan nul

Fres = C·[0 - 2Δu]

Fres = C· - 2Δu

Dit kun je ook schrijven als

F = -2·C·Δu