Inloggen

Mondharmonica
VWO 2009, 1e tijdvak, opgave 1


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Mondharmonica" is de 1e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Mondharmonica"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Mondharmonica

Op donderdag 15 feb 2018 om 09:28 is de volgende vraag gesteld
Waarom geldt er bij vraag 3 dat de lengte van het lipje gelijk is aan 1/4 lambda. En niet 1/2 lambda. Ik dacht namelijk de de grondtoon van een trilling gelijk was aan 1/2 lambda.

Erik van Munster reageerde op donderdag 15 feb 2018 om 09:43
In de opgave kun je lezen dat het lipje aan één kant vastgeklemd zit en aan de andere kant vrij kan trillen. Dit betekent dat aan de vastgeklemde kant een knoop ontstaat en aan de vrije kant een buik. Dit is vergelijkbaar met wat er gebeurt bij een trilling in een aan één kant gesloten buis: Aan de ene kant een knoop en aan de andere kant een buik.

Bij een staande golf geldt bij zo'n trilling bij n=1 altijd dat er een 1/4 lambda in past, vandaar...

(1/2 lambda geldt bij snaren en bij buizen die aan beide kanten open zijn, dat is hier niet zo).


Jolanda Gelderblom vroeg op maandag 11 dec 2017 om 20:36
Bij vraag 1:

aan een langer lipje hoort toch een grotere golflengte? aangezien de golflengte en frequentie evenredig met elkaar zijn zou je toch verwachten dat bij een grotere golfengte de frequentie groter wordt? dus gat A bij figuur 2 en B bij figuur 3?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 12 dec 2017 om 09:41
Dag Jolanda,

Bij een langer lipje hoort inderdaad een grotere golflengte maar frequentie en golflengte zijn niet evenredig maar juist omgekeerd evenredig. (f = v / lambda). Bij een grotere golflengte is de frequentie juist kleiner en klinkt de toon lager... vandaar.


Op vrijdag 24 mrt 2017 om 16:51 is de volgende vraag gesteld
hoe weet je bij vraag 4 hoeveel knopen en buiken je moet tekenen?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 24 mrt 2017 om 17:16
Aan hoe het lipje ingeklemd zit kun je zien dat er sowieso een knoop zit bij het ingeklemde uiteinde en een buik aan het vrije uiteinde.Voor dit soort staande golven zijn de regels altijd hetzelfde (zie ook de videoles gesloten buis):

n=1: Lengte is gelijk aan 1/2 golflengte
n=2: Lengte is gelijk aan 3/4 golflengte
n=3: Lengte is gelijk aan 5/4 golflengte
etc...

In dit geval (1e boventoon dus n=2) past er dus 3/4 golflengte op het lipje. Een hele golflengte zou zijn K B K B K. Driekwart golflengte is dus gezien vanaf het ingeklemde uiteinde.

K B K B

Op zaterdag 25 mrt 2017 om 09:14 is de volgende reactie gegeven
Bedankt!!

Ik zie net dat de antwoorden en de vragen van 2009 - 1 vwo niet met elkaar overeen komen ;)