Inloggen

Op zoek naar Higgs
vwo 2013, 1e tijdvak, opgave 4


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Op zoek naar Higgs" is de 4e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Op zoek naar Higgs"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Op zoek naar Higgs

Op donderdag 18 jun 2020 om 19:58 is de volgende vraag gesteld
En bij vraag 18 Wat heeft E met de straal te maken?

Op donderdag 18 jun 2020 om 19:59 is de volgende reactie gegeven
Bedoel 19

Op donderdag 18 jun 2020 om 20:02 is de volgende reactie gegeven
Beste erik ik snap het!

Erik van Munster reageerde op donderdag 18 jun 2020 om 21:09
OK :)


Bekijk alle vragen (6)



Op donderdag 18 jun 2020 om 19:30 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,
Hoe weet u dat de afbuigrichting naar beneden is (vraag16)? Ik heb het zo gedaan: met mn palm de veld lijnen tegen gehouden, vingers wijzen naar rechts en mijn duim naar voren. Waarom klopt dit niet

Erik van Munster reageerde op donderdag 18 jun 2020 om 21:08
Dat de kracht naar beneden is zie je aan de richting van de kromming. Het deeltje ontstaat in het midden en vliegt naar rechts. Je ziet dat de baan niet recht is maar dat het deeltje wordt afgebogen. In het middelste gedeelte wordt het deeltje een klein beetje naar beneden afgebogen. Vandaar dat je weet dat Florentz naar beneden moet zijn gericht.

Op zondag 21 jun 2020 om 20:18 is de volgende reactie gegeven
Als de veldlijnen het papier in zijn gericht dan moet ik toch (volgens de linkerhandregel) met mijn handpalm(voorkant) tegenhouden. Ik snap niet zo goed hoe ik de linkerhandregel hier moet gebruiken

Erik van Munster reageerde op zondag 21 jun 2020 om 20:29
De richting van de veldlijnen is juist de vraag bij vraag 16. Die weet je dus nog niet.

De linkerhandregel gebruikt je om hier achter te komen. Je moet hiervoor de richting van F en I weten.

F is naar beneden (je vorige vraag, toch?). Het muon vliegt weg naar rechts maar, omdat het negatief is is de stroom (I) juist naar links. Dus

Gestrekte vingers van je linkerhand laat je naar links wijzen. Duim laat je naar beneden wijzen. Je kijkt dan tegen de binnenkant van je hand aan. De veldlijnen gaan dus ‘je hand in’ en wijzen dus van je af het papier in.

Op zondag 21 jun 2020 om 20:38 is de volgende reactie gegeven
Ohh maar wT bedoelen ze hiermee dan “De veldlijnen in die cirkel staan loodrecht op het vlak van tekening en zijn het papier in gericht” ik dacht dat dit juist aangaf wat de richting was

Erik van Munster reageerde op zondag 21 jun 2020 om 21:14
Je hebt gelijk. De vraag is hier inderdaad niet de richting van de veldlijnen maar of het muon positief of negatief is. Je bepaalt hier dus I.

Je linkerhand houdt je op dezelfde manier maar nu moet je dus naar de richting van je vingers kijken. Die wijzen naar links en dus tegen de beweegrichting van het deeltje in.

Op zondag 21 jun 2020 om 21:55 is de volgende reactie gegeven
Duidelijk:) !


Op zondag 14 okt 2018 om 19:57 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Bij vraag 19 wordt de middelpuntzoekende kracht en lorentzkracht aan elkaar gelijk gesteld. Kunt u het verder toelichten waarom de lorentzkracht niet consistent één richting heeft maar dat ie telkens van richting veranderd. Ik begrijp dit niet.

Alvast bedankt!

Erik van Munster reageerde op zondag 14 okt 2018 om 21:31
Dit komt omdat de deeltjes in een cirkelvormige baan versneld worden. Bij het doorlopen van de cirkel verandert de richting doorlopend. Als de richting waarin het deeltje verandert, verandert ook de richting van de lorentzkracht.

Resultaat is dat de lorentzkracht op elk moment naar het (denkbeeldige) midden van de cirkelbaan gericht is.


Op vrijdag 20 apr 2018 om 06:51 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Is het misschien mogelijk om in een aparte a4 pdf. Een overzicht te maken van oude examens met de opgaves die wij wel kunnen maken? Ik merk dat het nu nogal een beetje zoeken is wat overeenkomt met het examenprogramma. Ik denk dat veel studenten die willen blokkenv voor het CE er veel baat bij zullen hebben.

Fijn weekend!

Erik van Munster reageerde op vrijdag 20 apr 2018 om 12:25
Goed idee maar is lastig te maken. Voor examenopgaven van vóór 2015 is het vaak zo dat opgaven voor 90% overeenkomen met de examenstof maar dat er een paar onderdelen zijn die er niet meer bij horen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je de hele opgave nutteloos is. Je kunt hem nog steeds gebruiken om te oefenen.

Als je twijfelt of een bepaalde (deel)vraag nog bij het examen hoort kun je me gewoon vragen als je iets tegenkomt waarover je twijfelt.

Sowieso geldt dat de examens 2017, 2016 (en 2015 voor HAVO) overeenkomen met het examenprogramma.


Peter Ester vroeg op maandag 6 mrt 2017 om 15:04
Waarom is bij vraag 17 b de goede richting ipv a? Dan staat de twee Fl toch niet loodrecht op elkaar?

Erik van Munster reageerde op maandag 6 mrt 2017 om 15:48
Uit de vorige vraag kun je opmaken dat in het binnenste gedeelte het magneetveld het papier in is gericht (een kruisje zeg maar). Uit het verhaal kun je verder opmaken dat het antideeltje een positieve lading heeft.

Als je voor het naar links vliegende positieve deeltje de linkerhandregel toepast vindt je dat de Lorentzkracht naar beneden werkt (vinger naar links wijzend, handpalm naar boven). Het deeltje zal dus naar beneden afgebogen worden in het binnenste gedeelte van de spoel. Dit is baan b.


Op maandag 6 mrt 2017 om 14:59 is de volgende vraag gesteld
Waarom is het deeltje bij vraag 16 een muon?

Erik van Munster reageerde op maandag 6 mrt 2017 om 15:59
Er zijn twee mogelijkheden: Deeltje is een muon (negatief) of een anti-muon (positief). Met de linkerhandregel kun je bepalen welke van de twee het is. Het magneetveld is in het binnenste gedeelte het papier in gericht en het deeltje beweegt naar rechts.

Stel het is een anti muon. Vingers wijzen naar rechts (in de bewegingsrichting), palmen wijzen naar boven. Duim wijst naar boven. Dit klopt niet want de afbuigrichting is juist naar beneden.

Stel het is een muon. Vingers wijzen naar links (tegengesteld aan de bewegingsrichting want deeltje is negatief), palmen wijzen naar boven. Duim wijst naar onder. Dit klopt wel want de afbuigrichting is naar beneden.

Dus: Muon.