Inloggen

Parasailing
vwo 2022, 3e tijdvak, opgave 4


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Parasailing" is de 4e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Uitleg bij "Parasailing"

Probeer altijd eerst zelf de opgave te maken en gebruik de uitleg alleen als je er zelf niet uitkomt. Als je ook na deze uitleg nog vragen hebt dan kun je deze helemaal onderaan deze pagina stellen.

Vraag 15

De afstand kunnen we bepalen uit de v,t-grafiek op de bijlage met de oppervlakte- of hokjesmethode. Zie afbeelding hieronder links: We tellen in totaal 6,5 hokjes tussen t = 0 en 8 s. De breedte van 1 hokje correspondeert met 2 s, de hoogte met 1 ms-1. Een hokje staat dus gelijk aan 2 m en de totale afstand is dus 2·6,5 = 13 m.

Vraag 16

De versnelling bepalen we uit dezelfde v,t-grafiek met een raaklijn. Zie afbeelding hieronder rechts. Uit de raaklijn op t = 6,0 s volgt met a = Δv/Δt

a = 6,0 / 6,8 = 0,88235 ms-2

Afgerond een versnelling van 0,88 ms-2.

Vraag 17

De snelheid is constant dus volgens de 1e wet van Newton is de resulterende kracht 0 N. Dit betekent dat de zwaartekracht (Fz) gecompenseerd wordt door de andere twee krachten. De spankracht en de kracht van de parachute zijn samen even groot als een kracht tegengesteld aan Fz. Met een constructietekening (zie hieronder) en opmeten komen we er achter dat de kracht van de parachute (F2) 2,0 zo groot is als de zwaartekracht. We vinden dan

F2 = 2·85·9,81 = 1667,7 N

Afgerond 1,7·103 N.


parasailing-1

parasailing-2

Vraag over "Parasailing"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Parasailing

Over "Parasailing" zijn nog geen vragen gesteld.