Inloggen

Pariser Kanone
vwo 2019, 2e tijdvak, opgave 1




Vraag 1

De granaat wordt versneld tussen het moment van afschieten (t = 0 s) en het moment dat de granaat de loop van het kanon verlaat (t = 0,04 s). De afstand die in deze tijd wordt afgelegd is de lengte van de loop van het kanon. Met de oppervlakte- of hokjesmethode kunnen we deze afstand bepalen uit het v,t-diagram op de uitwerkbijlage (zie hieronder). We tellen tussen de grafiek en de x-as 28 hele hokjes (blauw) en als we alle overgebleven niet-gehele hokjes optellen komen we op 6,3 hokjes. Bij elkaar in totaal 34,3 hokjes. Een hokje staat voor een afstand van

0,2·103 ms-1 · 0,005 s = 1 m

In totaal heeft de loop dus een lengte van 34,3 m. Afgerond 34 m.



pariserkanone-1




Als je de complete uitleg bij oudere examenopgaven wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Pariser Kanone"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Pariser Kanone

Op vrijdag 12 mei 2023 om 16:24 is de volgende vraag gesteld
ik snap niet waarom bij vraag vier uit de tabel volgt dat een positieve vy naar boven gericht is. Zou u mij dit in meer detail willen uitleggen? Alvast bedankt :)

Erik van Munster reageerde op vrijdag 12 mei 2023 om 16:39
Bij de startwaarde zie je staan

vy = v*sin(hoek)

vy begint dus als een positief getal (dit zie je bv als je v en hoek invult). Uit de informatie in de opgave en de grafiek ook duidelijk dat het kanon (schuin) maar boven wordt afgevuurt. Dit betekent dus dat een positieve vy naar boven betekent.


Mette Van De Put vroeg op woensdag 15 mrt 2023 om 18:59
Hi,
Ik heb een vraag bij opdracht 4.
Hoe komen ze op A? En de oppervlakte van een bol is toch 4*pi*r^2 ipv pi*r^2?

Erik van Munster reageerde op woensdag 15 mrt 2023 om 22:08
Het oppervlak van een bol is inderdaad 4pir^2. Maar, de A in de formule is niet het oppervlak maar het “frontaal oppervlak”. Dit betekent het oppervlak dat je ziet als je er van voren naar kijkt. Als je naar een bol kijkt zie je een schijf en het oppervlak daarvan is pi*r^2, vandaar.

Mette Van De Put reageerde op zondag 19 mrt 2023 om 23:06
Aha en hoe komen ze op die r? Ik zie die namelijk nergens gegeven staan

Erik van Munster reageerde op zondag 19 mrt 2023 om 23:44
Staat in het tabelletje helemaal aan het begin van de opgave (‘diameter van de granaat’).


Nika Ommeren van vroeg op dinsdag 3 mei 2022 om 14:14
Waarom is bij vraag 3 bij de kinetische energie de massa 106 kg en niet 106 +180 kg?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 3 mei 2022 om 14:19
Datgene wat afgeschoten wordt is alleen de granaat (106 kg). Het buskruit (180 kg) wordt gebruikt om de granaat af te schieten en gaat niet “mee” uit de loop na het schieten.


Op dinsdag 19 apr 2022 om 00:32 is de volgende vraag gesteld
In het correctiemodel van vraag 6 staat: "inzicht dat er daardoor (een component van) de resulterende kracht tegen de bewegingsrichting is". Kunt u uitleggen waarom er een resulterende kracht tegen de bewegingsrichting in ontstaat, wanneer de luchtwrijving groter wordt?

En dit ligt waarschijnlijk aan mijn begrijpend lezen, maar in vraag 7 staat bij het correctiemodel dat de grafiek de baan laat zien van de granaat, en niet de horizontale afstand. Wat is het verschil hiertussen? Ik dacht dat de baan en de horizontale afstand hetzelfde waren.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 19 apr 2022 om 10:26
Wrijvingskracht is sowieso altijd tegen de bewegingsrichting gericht. Dat is namelijk wat wrijving is: een kracht die de beweging tegenwerkt. Wrijvingskracht is meestal niet de enige kracht er zijn ook andere krachten maar omdat wrijving een van de componenten van de resulterende kracht is zal één van de componenten van de resulterende kracht altijd tegen de bewegingsrichting gericht zijn. Dat bedoelen ze.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 19 apr 2022 om 10:30
Over je tweede vraag:

Met "de baan laten zien" bedoelen ze dat de grafiek een plaatje is van de beweging. Met horizontaal x en verticaal y. Als je een serie foto's zou maken van de beweging zou je dezelfde vorm zien.

In de andere grafiek staat niet x maar t (tijd) op de horizontale as.


Op woensdag 9 feb 2022 om 21:06 is de volgende vraag gesteld
Mag je bij 2 ipv raaklijn methode ook doen (gemiddelde kracht)/(gemiddelde versnelling) over het hele t-inval? Kom ik met een ruwe schatting van 4,5.10^6 voor gemiddelde F en a (nagenoeg precies via v/t) op 110 kg. Volgens mij methodologisch juist en misschien wel beter dan de raaklijn methode.

Erik van Munster reageerde op woensdag 9 feb 2022 om 21:17
Je komt hier inderdaad goed uit als je het gemiddelde over de hele periode neemt. Maar het is hier echt de bedoeling dat je op hetzelfde tijdstip zowel 2a als 2b afleest.


Op maandag 3 mei 2021 om 23:32 is de volgende vraag gesteld
- Ik dacht bij opgave 5 dat het antwoord 4b was, omdat de kogel onder een hoek <90 graden was afgeschoten en niet (bijna) recht omhoog zoals 4a naar mijn idee zou suggereren. Waarom is deze redenering verkeerd?

- Waarom zou, zonder wrijvingskrachten, de (y,t) grafiek van de kogel een perfecte parabool zijn? Het zinkt niet helemaal bij me in.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 4 mei 2021 om 07:55
Over je eerste vraag: ook als je de kogel wél 90 graden recht omhoog zou schieten zou de y,t-grafiek nog steeds niet verticaal lopen. Het is namelijk geen “plaatje” van de baan maar een grafiek met horizontaal de tijd.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 4 mei 2021 om 08:01
En je tweede vraag: Als er geen wrijving is is er in de y-richting een constante versnelling (-9,81). Versnelling is de afgeleide van de snelheid en snelheid is de afgeleide van de plaats. Het is dus een functie met een constante tweede afgeleide.

y’’ = constant

(In de x-richting volgt x gewoon t met een schaalfactor)

Geloof je zo wel dat het een parabool wordt?

Op dinsdag 4 mei 2021 om 13:15 is de volgende reactie gegeven
Bedankt! Ik snap het nu.