Inloggen

Plasmalamp
vwo 2009, 2e tijdvak, opgave 5


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Plasmalamp" is de 5e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Plasmalamp"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Plasmalamp

Op vrijdag 28 okt 2022 om 18:02 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,
Bij vraag 25 gaan ze van het aantal mol naar het aantal moleculen. Ik snap alleen niet hoe ze dat doen?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 29 okt 2022 om 09:50
Een “mol” is altijd een vast aantal moleculen. Dit aantal heet “het getal van Avogadro” (afkorting N_A) en is in elke situatie hetzelfde. Staat in Binas tabel 7.

Als je het aantal mol (n) weet vermenigvuldig je met het getal van Avogadro voor het aantal moleculen.


Bekijk alle vragen (2)



Op dinsdag 23 apr 2019 om 16:51 is de volgende vraag gesteld
Antwoord: Als de gasdruk laag is, is de gemiddelde afstand tussen de moleculen relatief groot en is dus de vrije weglengte groot. De elektronen kunnen dan tussen opeenvolgende botsingen voldoende snelheid (kinetische energie) krijgen om elektronen uit de schil van een heliumatoom te slaan, dus om heliumatomen te ioniseren.

Is het niet zo dat door een botsing ze kinetische energie kwijtraken? Bouwen ze tijdens die grotere weglengte weer kinetische energie op? (waar komt die dan vandaan)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 23 apr 2019 om 17:37
Dat komt doordat de elektronen een kracht ondervinden door elektrische spanning. Hierdoor worden de elektronen versnelt en neemt hun snelheid toe. Hoe langer ze hierbij géén heliumatomen tegenkomen hoe langer ze de tijd hebben om te versnellen en dus om steeds meer snelheid te krijgen.

Na elke botsing raken ze hun kinetische energie kwijt en beginnen ze als het ware "opnieuw" met versnellen.