Inloggen

Practicum warmtestraling
vwo 2022, 1e tijdvak, opgave 3




Vraag 11

Om het vermogen te weten moeten we weten hoeveel stroom er loopt en daarvoor moeten we eerst de weerstand berekenen. Voor de weerstand van een draad geldt

R = ρ·L/A

De soortelijke weerstand van constantaan (ρ) is 0,45·10-6 Ωm (Binas tabel 9). De lengte van de draad (L = 0,35 m) staat in de vraag. Het oppervlak van de draaddoorsnede berekenen we met A = πr2. We vinden

A = π·(½·4,0·10-5)2 = 1,2566·10-9 m2

Voor de weerstand vinden we dan

R = 0,45·10-6 · 0,35 / 1,2566·10-9

R = 125,338 Ω

Voor de stroomsterkte vinden we met de wet van Ohm

I = U/R = 120 / 125,338 = 0,9574 A

Met P = U·I vinden we dan voor het vermogen

P = 120·0,9574 = 114,889 W

Afgerond is dit een vermogen van 1,1·102 W.



practicumwarmtestraling-1




Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Practicum warmtestraling"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Practicum warmtestraling

Op zondag 12 mei 2024 om 11:03 is de volgende vraag gesteld
Hoi,
bij vraag 12: hoezo is de toename 1.4% en niet 1.0(14)%?
Hoe maken ze de koppeling van 1.014 naar 1,4%

Erik van Munster reageerde op zondag 12 mei 2024 om 11:26
De soortelijk weerstand neemt toe met een factor 1,014.

Dit is hetzelfde als er 1,4% bij doen. Procent betekent namelijk een honderdste dus 1,4% betekent

1,4 * 0,01 = 0,014

En het is een toename dus het komt bij wat er al was (factor 1). Zo kom je

1 + 0,014 = 1,014

Ander voorbeeld: Als je bijvoorbeeld de prijs inclusief btw (21%) wil berekenen kun je ook vermenigvuldigen met 1,21.


Op zaterdag 13 mei 2023 om 11:30 is de volgende vraag gesteld
Hoi, is er een alternatieve uitwerking voor vraag 15? Ik zou niet zo snel erop komen om een verhouding uit te rekenen... Maar zelf had ik verder ook geen idee wat ik moest doen, ik had alleen bedacht van intensiteit = 1/x^2

Op zaterdag 13 mei 2023 om 11:31 is de volgende reactie gegeven
Oh laat maar u heeft een andere manier uitgewerkt die ik wel snap!


Op zaterdag 13 mei 2023 om 10:04 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,
Er is iets onduidelijk voor mij aan vraag 14. Het antwoord op de vraag is (11,6x10^3)/(20x10^10)= 5,8 x10^-8. Ik begrijp echter niet waarom we ^4 niet gebruiken in de berekening. Zou u mij kunnen uitleggen waarom dit het geval is?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 13 mei 2023 om 10:39
Omdat datgene wat op de x-as staat en wat gebruikt wordt bij het bepalen van de r.c. en de berekening T^4 is en niet T.

Datgene wat je afleest is al T^4 en kun je dus gewoon in de formule invullen en hoeft dus niet meer alsnog tot de 4e macht. Vandaar.


Op zondag 16 apr 2023 om 08:42 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik, waarom mag je bij vraag 14 de wet van Wien gebruiken, want dat mag toch alleen bij zwarte stralers? Ik hoop dat u mij kunt helpen. Alvast bedankt!

Erik van Munster reageerde op zondag 16 apr 2023 om 09:11
Klopt, de wet van Wien geldt alleen voor zwarte stralers. Staat inderdaad niet altijd specifiek in een opgave dat je iets als zwarte straler mag beschouwen. Maar aan het voorgaande kun je wel opmaken dat het zich wel als zwarte straler gedraagt. In de grafiek zie je keurig de 4e macht van T terugkomen uit de wet ven Stefan-Boltzmann. En er staat ook nergens in de opgave dat ergens een kleurfilter of een verflaag zit of zoiets. Daarom gebruiken ze hier de wet van Wien.