Inloggen

PWM
havo 2019, 2e tijdvak, opgave 4




Vraag 19

In beide standen geldt dat er steeds twee weerstanden in serie aangesloten staan op de batterij. In een serieschakeling verdeelt spanning zich zo dat de grootte van de deelspanning evenredig is met de grootte van de weerstand. Over de grootste weerstand staat dus de grootste spanning. In het schema in figuur 2 is te zien dat de LED parallel aan R1 staat in stand 1 en dat de spanning over de LED hetzelfde is als de spanning over R1. In stand 1 brandt de LED feller en dat betekent dat de spanning over R1 groter is dan de spanning die over R2 zou staan in stand 2. R1 is dus groter.



pwm-1




Als je de complete uitleg bij oudere examenopgaven wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "PWM"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | PWM

Jessie Jaspers vroeg op vrijdag 14 mei 2021 om 15:52
Hallo!
Had vraag 22 ook op hetzelfde antwoord uitgekomen met berekeningen?
Zo ja, hoe had dit gemoeten?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 14 mei 2021 om 16:41
Ja, had ook met een berekening gekund (maar hoeft hier niet):

Als je kijkt naar het blauwe gedeelte in de grafiek. Er wordt hier 3,0 ms een vermogen van 4,7 W gebruikt. De verbruikte energie is dan (met E = P*t)

4,7 * 3,0*10^-3 = 0,0141 J

Als we hetzelfde doen met het rode gedeelte van de grafiek vinden we 9,0 ms en een vermogen van 3,2 W. De verbruikte energie is

3,2 * 9,0*10^-3 = 0,0288 J

De serieschakeling gebruikt dus meer energie. De PWM is dus zuiniger.