Inloggen

Radondochters
vwo 2011, 2e tijdvak, opgave 5


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Radondochters" is de 5e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Radondochters"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Radondochters

Sara Rifi vroeg op woensdag 23 feb 2022 om 22:33
hoi , ik heb een vraagje hoe kan je weten dat uiteindelijk alle aanwezige kernen vervallen tot polonium 214? en waarom berekenen ze de energie van po-218 apart? want het wordt later ook opgeteld bij de andere kernen.

Erik van Munster reageerde op woensdag 23 feb 2022 om 22:54
Staat in de vraag uitgelegd dat alles uiteindelijk vervalt tot Po-214. Dit is dus niet iets wat je zelf hoeft te doen.

Erik van Munster reageerde op woensdag 23 feb 2022 om 22:59
Over je tweede vraag: De vraag is om alleen de dosis van alfa-verval te bepalen. Dit zijn alleen de eerste en de laatste vervalreactie van de hele reeks (de rest is beta). Alle aanwezige kernen vervallen uiteindelijk via de laatste vervalreactie (vandaar het optellen). De eerste alfavervalreactie vindt alleen met de aanwezige kernen van die soort plaats. Vandaar dat deze niet allemaal opgeteld worden.


Bekijk alle vragen (3)



Op woensdag 24 mrt 2021 om 14:17 is de volgende vraag gesteld
kunt u opgave 23 uitleggen?

Erik van Munster reageerde op woensdag 24 mrt 2021 om 16:29
Dit zijn eigenlijk twee vragen.

Vraag 1 is waarom de hoeveelheid radon constant is. Dit is omdat in de vraag staat dat er een constante aanvoer is van radon. Als de hoeveelheid radon klein is zal er dus vanzelf meer bijkomen. Als de hoeveelheid radon groter is zal er ook meer vervallen (activiteit hangt van de hoeveelheid af). Uiteindelijk ontstaat er een evenwicht en blijft de aanvoer gelijk aan de hoeveelheid die vervalt.

Vraag 2 zie je in het schema. Elke vervallen radonkern volgt het hele schema met alle tussenstappen tot Pb-210. Uiteindelijk zal de activiteit van alle isotopen gelijk worden. De stoffen met een lange halveringstijd zullen wel meer ophopen en er zal dus meer van zijn maar maar de activiteit wordt (uiteindelijk!) voor alle isotopen hetzelfde.


Op dinsdag 16 apr 2019 om 21:29 is de volgende vraag gesteld
''Beschouw daartoe het aantal nucleonen van de kernen.''

Is dit omdat bètaverval alleen het ladingsgetal en niet het massagetal beïnvloedt?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 16 apr 2019 om 22:32
Ja, als je ziet dat het aantal nucleonen (protonen en neutronen) niet verandert weet je dat het beta-verval is.

( Als je ziet dat het wél verandert weet je dat het alfaverval is)