Inloggen

Rekstrookje
VWO 2012, 2e tijdvak, opgave 3


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Rekstrookje" is de 3e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Rekstrookje"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Rekstrookje

Op maandag 11 feb 2019 om 19:18 is de volgende vraag gesteld
Misschien even een domme vraag, maar ik snap bij vraag 10 eigenlijk niet waarom A kleiner wordt...

Erik van Munster reageerde op dinsdag 12 feb 2019 om 13:31
Als je kijkt naar de formule voor de weerstand van een draad (BINAS tabel 35-D1) vindt je

rho = RA/L

Hieruit volgt voor de weerstand van een draad

R = rho*L/A

rho = soortelijke weerstand (constante)
L = lengte (m)
A = oppervlak van draaddoorsnede.

Als de draad uitrekt wordt L langer en wordt de draad dunner waardoor A kleiner wordt. Aan de formule zie je dan dat R afneemt.


Eljeli Eltayeb vroeg op zaterdag 19 mei 2018 om 21:26
Beste Erik,

wel een klein vraagje hierover. Je weet toch niet dat het rekstrookje 350 ohm is, dit is wel eerder geven maar bij de uitleg (tweede punt) bewijzen ze dit nog. Deze stap begrijp ik niet. Of mag je inderdaad aannemen dat R1 350 ohm is?

groetjes

Erik van Munster reageerde op zaterdag 19 mei 2018 om 22:22
Ja je mag bij vraag 12 aannemen dat het rekstrookje 350 ohm is. In de tekst bij de opgave staat namelijk dat het rekstrookje niet is uitgerekt en de spanningmeter 0,000 V is. Aan het begin van de opgave staat uitgelegd dat het niet-uitgerekte strookje een weerstand van 350 Ohm heeft.


Op dinsdag 30 jan 2018 om 21:14 is de volgende vraag gesteld
Kunt u misschien uitleggen wat er bij opgave 14 wordt gedaan om tot het antwoord te komen dat is gegeven

Op dinsdag 30 jan 2018 om 21:14 is de volgende reactie gegeven
Ik bedoelde opdracht 12

Erik van Munster reageerde op dinsdag 30 jan 2018 om 21:56
De schakeling bij opdracht 12 bestaat uit twee spanningsdelers:

De linkerspanningsdeler bestaat uit de twee weerstanden van 350 Ohm. De spanning in punt A is (omdat de twee weerstanden gelijk zijn) precies de helft van de spanning van de spanningsbron: 5,00 / 2 = 2,50 V.

De rechter linkerspanningsdeler bestaat uit twee weerstanden van 10 kOhm De spanning in punt B is (omdat de twee weerstanden gelijk zijn) precies de helft van de spanning van de spanningsbron: 5,00 / 2 = 2,50 V.

In de schakeling zijn dus de spanning Ubc, Uac Uad en Ubd allemaal gelijk. De spanningsmeter in de schakeling meet het spanningsverschil tussen punt A en B. Aangezien in beide punten gelijk is (2,50 V) is er geen spanningsverschil en zal de meter 0 V meten.