Inloggen

Rekstrookje
vwo 2012, 2e tijdvak, opgave 3


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Rekstrookje" is de 3e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Rekstrookje"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Rekstrookje

Op zaterdag 23 apr 2022 om 15:12 is de volgende vraag gesteld
Dag meneer,
Hoe kan ik in het plaatje zien dat de spanningsmeter het spanningsverschil tussen de twee punten meet, en niet de spanning zelf in de twee punten? Ik snapte het namelijk pas toen ik naar de antwoorden keek.

Op zaterdag 23 apr 2022 om 15:30 is de volgende reactie gegeven
De bovenste vraag gaat over vraag 12 trouwens.
Ik beantwoord vragen vaak fout omdat ik de vraag verkeerd begrijp, ook bij vraag 13. Ik heb het antwoordmodel bekeken en ik snap niet waarom je de verandering van R1 nauwkeuriger kan meten met figuur 3 dan met figuur 2. Bij beide schakelingen is de verandering van U1 toch 3,55 mV?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 23 apr 2022 om 16:38
Een spanningsmeter meet altijd het verschil tussen twee punten. Dat is in elke schakeling zo. Iedere spanningsmeter heeft twee aansluitpunten en datgene dat de meter aangeeft is het verschil in spanning tussen het ene en het andere punt.

Erik van Munster reageerde op zaterdag 23 apr 2022 om 16:44
Over je tweede vraag:
Als je een spanning van 0V en 3,55 mV wilt onderscheiden stel je het bereik van de voltmeter in op millivolt (mV) en je kunt het makkelijk meten.

Als je een spanning tussen 2,5 en 2,50355 wilt onderscheiden is dit veel lastiger. Je moet het bereik van de meter instellen op volt (V) omdat de spanning veel hoger is. De toename is in mV en veel te klein om te kunnen meten.

Op zaterdag 23 apr 2022 om 16:47 is de volgende reactie gegeven
Dank u wel, ik dacht namelijk altijd dat een voltmeter de spanning in een bepaald onderdeel zoals een weerstand of lampje meet.

Erik van Munster reageerde op zaterdag 23 apr 2022 om 17:05
Nee je meet altijd de spanning “over” een lampje: het spanningsverschil tussen vóór het lampje en ná het lampje.


Bekijk alle vragen (5)



Op maandag 15 feb 2021 om 15:25 is de volgende vraag gesteld
Ik snap de uitleg bij 13 niet helemaal en bij opdracht 14 snap ik niet waarom je 0.12/198 doet

Erik van Munster reageerde op maandag 15 feb 2021 om 22:10
In de vraag staat dat een lengte van 198 m uitrekt met 12 cm. De lengte is dan dus toegenomen met 0,12/198 = 0,6%

Dit betekent dat rekrekstrookje (dat op de brug vastzit) ook met 0,6% toeneemt. Vandaar dat ze de lengte van het rekstrookje hiermee vermenigvuldigen. Je wil namelijk weten hoeveel de lengte van het rekstrooktje toeneemt om hiermee de grafiek af te lezen.

Erik van Munster reageerde op maandag 15 feb 2021 om 22:11
Wat snapte je niet bij vraag 13? Waar loop je mee vast?


Op maandag 11 feb 2019 om 19:18 is de volgende vraag gesteld
Misschien even een domme vraag, maar ik snap bij vraag 10 eigenlijk niet waarom A kleiner wordt...

Erik van Munster reageerde op dinsdag 12 feb 2019 om 13:31
Als je kijkt naar de formule voor de weerstand van een draad (BINAS tabel 35-D1) vindt je

rho = RA/L

Hieruit volgt voor de weerstand van een draad

R = rho*L/A

rho = soortelijke weerstand (constante)
L = lengte (m)
A = oppervlak van draaddoorsnede.

Als de draad uitrekt wordt L langer en wordt de draad dunner waardoor A kleiner wordt. Aan de formule zie je dan dat R afneemt.


Eljeli Eltayeb vroeg op zaterdag 19 mei 2018 om 21:26
Beste Erik,

wel een klein vraagje hierover. Je weet toch niet dat het rekstrookje 350 ohm is, dit is wel eerder geven maar bij de uitleg (tweede punt) bewijzen ze dit nog. Deze stap begrijp ik niet. Of mag je inderdaad aannemen dat R1 350 ohm is?

groetjes

Erik van Munster reageerde op zaterdag 19 mei 2018 om 22:22
Ja je mag bij vraag 12 aannemen dat het rekstrookje 350 ohm is. In de tekst bij de opgave staat namelijk dat het rekstrookje niet is uitgerekt en de spanningmeter 0,000 V is. Aan het begin van de opgave staat uitgelegd dat het niet-uitgerekte strookje een weerstand van 350 Ohm heeft.


Op dinsdag 30 jan 2018 om 21:14 is de volgende vraag gesteld
Kunt u misschien uitleggen wat er bij opgave 14 wordt gedaan om tot het antwoord te komen dat is gegeven

Op dinsdag 30 jan 2018 om 21:14 is de volgende reactie gegeven
Ik bedoelde opdracht 12

Erik van Munster reageerde op dinsdag 30 jan 2018 om 21:56
De schakeling bij opdracht 12 bestaat uit twee spanningsdelers:

De linkerspanningsdeler bestaat uit de twee weerstanden van 350 Ohm. De spanning in punt A is (omdat de twee weerstanden gelijk zijn) precies de helft van de spanning van de spanningsbron: 5,00 / 2 = 2,50 V.

De rechter linkerspanningsdeler bestaat uit twee weerstanden van 10 kOhm De spanning in punt B is (omdat de twee weerstanden gelijk zijn) precies de helft van de spanning van de spanningsbron: 5,00 / 2 = 2,50 V.

In de schakeling zijn dus de spanning Ubc, Uac Uad en Ubd allemaal gelijk. De spanningsmeter in de schakeling meet het spanningsverschil tussen punt A en B. Aangezien in beide punten gelijk is (2,50 V) is er geen spanningsverschil en zal de meter 0 V meten.