Inloggen

Ruiken
vwo 2019, 1e tijdvak, opgave 4




Vraag 19

Benzaldehyde en waterstofcyanide (figuur 2a) hebben duidelijk een totaal verschillende vorm. Ze zullen dus niet in dezelfde 'slotjes' passen en zouden dus nooit hetzelfde kunnen ruiken volgens het sleutel-slot-model.

Ferroceen en nikkeloceen (figuur 2b) hebben dezelfde vorm en zullen dus in dezelfde 'slotjes' passen. Ze zouden dus volgens het sleutel-slot-model hetzelfde moeten ruiken maar ze ruiken verschillend.





Als je de complete uitleg bij oudere examenopgaven wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Ruiken"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Ruiken

Op zondag 21 apr 2024 om 19:36 is de volgende vraag gesteld
hi, bij vraag 22. als we kijken naar Turins model, hij beweerde dat een geur receptor uit twee delen bestaat. waarom kan je dan niet zeggen dat door het vervangen van de water isotopen je zo bewijst dat een geur receptor inderdaad uit twee isotopen bestaat omdat de fruitvliegjes verschillende geuren hebben waargenomen. ik snap het verband niet zo goed met die massa veer systeem.

Erik van Munster reageerde op zondag 21 apr 2024 om 20:52
Doordat waterstofatomen worden vervangen door (zwaardere) deuteriumatomen verandert de massa in het massaveersysteem en worden ook alle energiën anders en passen de energieniveaus niet meer bij de overgang van donor-acceptor in het model van Turrins.

Met het andere model (van de slotjes) zou het vervangen van waterstof door deuterium niks uitmaken. Scheikundig blijft het namelijk precies dezelfde stof met dezelfde vorm.

De proef met de fruitvliegjes laat zien dat vervangen met deuterium wél uitmaakt. Vandaar dat Turrins model wordt ondersteund.


Op donderdag 14 mrt 2024 om 13:15 is de volgende vraag gesteld
Hoi,

Ik heb een vraag over 20. Mijn gedachte was: zonder geur molecuul kan het elektron niet naar A. De 'uittree' energie van het elektron is dan kleiner dan het energieniveau bij A. Dus hij gaat naar 3,14 want anders had het elektron het geurmolecuul niet nodig om van D naar A te gaan. Dit is dus fout maar ik begrijp de uitleg niet. Bij het tunneleffect kan een elektron juist toch over een barriere heen komen die hoger is dan de energie van het elektron? Waarom kan hij dan niet naar 3,14? De energie aan de andere kant van de barriere kan dan toch hoger zijn omdat het elektron dmv tunneling juist een hogere energiebarriere voorbij kan gaan?

Hopelijk is de vraag een beetje logisch, bedankt!

Erik van Munster reageerde op donderdag 14 mrt 2024 om 15:06
Als er bij A alléén een niveau van 3,14 eV zou bestaan zou het elektron inderdaad alleen door tunnelen een kans hebben om toch bij D terecht te komen. Maar in dit geval is er ook een niveau dat lager ligt dan de energie bij D namelijk 2,88 eV. Het elektron zal dus, zonder tunnelen, "gewoon" van D (3,00 eV) naar A (2,88 eV) overgaan. Het teveel aan energie wordt opgenomen door het geurmolecuul staat in de opgave uitgelegd.

Geen tunneling in deze opgave dus.


Frederik Guddat vroeg op donderdag 4 jun 2020 om 12:04
Hoi,
kun je me vertellen wat er met de (n+0,5) uit de formule is gebeurd? (Vraag 21) Dank u voor uw inspanningen!

Erik van Munster reageerde op donderdag 4 jun 2020 om 13:19
Als je de formule n+1 en n invult in de formule vindt je

ΔE = hf(n+1+½) - hf(n+½)

Als je de haakjes wegwerkt vind je

ΔE = hfn+hf+½hf - (hfn+½hf)

ΔE = hfn + hf + ½hf - hfn - ½hf

Er valt dan een term hfn weg en een term ½hf en je houdt over

ΔE = hf

Zo dus...