Inloggen

Valtoren
vwo 2008, 2e tijdvak, opgave 2


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Valtoren" is de 2e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Valtoren"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Valtoren

Op donderdag 18 jun 2020 om 11:45 is de volgende vraag gesteld
beste Erik,

ik begrijp vraag 8 niet helemaal.
ik heb eerst de inhoud berekend. ik snap ook dat ze de dichtheid gebruiken, maar ik snap niet at ze nou precies doen in die stap.

Erik van Munster reageerde op donderdag 18 jun 2020 om 12:27
Dit is een best oude examenopgave. Ze gebruiken in vraag 8 de algemene gaswet (pV=nRT). Dit is een onderwerp wat nu niet meer in het eindexamen zit en dat examenleerlingen nu niet meer hoeven te kennen. Kan me dus voorstellen dat je het niet gehad hebt.

Als je het tóch wil weten: ik heb er wel videolessen over gemaakt waarin ik het uitleg. Staan in het overzicht van de videolessen onder het kopje "Gassen & Druk".


Bekijk alle vragen (5)



Op donderdag 11 jun 2020 om 12:58 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Ik snap niet wat ze bij vraag 17 hebben gedaan.. hoe komen ze op Fkatapult-Fz?

Erik van Munster reageerde op donderdag 11 jun 2020 om 13:49
Je bedoeld denk ik vraag 17 van het natuurkunde1,2 examen?
Ze gebruiken hier de impulstoename van de capsule (m-deltav) tijdens het versnellen door de katapult. Dit onderwerp hoort nu (in 2020) niet mee bij het examenprogramma en hoef je niet meer te kennen.


Op dinsdag 5 nov 2019 om 19:56 is de volgende vraag gesteld
ik snap die formule bij vraag 7 niet helemaal.
je moet blijkbaar de zwaarte-energie gelijkstellen aan de kinetische energie, maar waar komen die s en die t vandaan?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 5 nov 2019 om 20:47
De opdracht is om de v,t-grafiek te tekenen als er géén luchtwrijving zou zijn. De grafiek is een rechte lijn die in de oorsprong begint. Voordat je hem kan tekenen moet je de valtijd (t) en de eindsnelheid (veind) uitrekenen. Dit kan op twee manieren en één van de manieren is met energie. Als er geen wrijving is wordt álle zwaarteenergie (Ez) namelijk omgezet in kinetische energie (Ekin) en kun je ze daarom gelijkstellen. Daarmee kun je veind dan uitrekenen en daarmee (via de gemiddelde snelheid) de valtijd.

(De andere manier is met de formule s=0,5*a*t^2. Dit is opgave uit 2008. Toen moest je deze formule nog kennen. Nu niet meer dus ik zou me alleen hier alleen de energiemanier doen)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 5 nov 2019 om 20:48
Succes met je toets morgen😊


Annemarie Selhorst vroeg op zondag 3 nov 2019 om 14:45
Wanneer is iets 'gewichtsloos'

Erik van Munster reageerde op zondag 3 nov 2019 om 14:56
Wanneer er binnen een voorwerp geen krachten op werken: In dit geval gaat het om een vallende capsule die met 9,81 m/s^2 naar beneden versneld wordt. Omdat alles binnen dezelfde capsule precies dezelfde versnelling ondergaat lijkt het binnen de capsule alsof er geen kracht op werkt. Alles binnen in de capsule “zweeft”. Dit noem je “gewichtsloos”.

(In werkelijkheid is er natuurlijk wel een kracht, namelijk zwaartekracht. Alleen lijkt het binnen in de capsule alsof deze niet bestaat)


Op dinsdag 23 apr 2019 om 18:30 is de volgende vraag gesteld
Hoe komen ze bij vraag 10 op v=46,5 m/s ?
als ik Ekz1 (110m) = Ek + Ez2 (7,5) gelijk stel, en dan v uitreken kom ik op 48 m/s (met doorgerekende getallen in de rekenmachine). Doe ik het dan wel goed of niet? Alvast bedankt!

Op dinsdag 23 apr 2019 om 19:44 is de volgende reactie gegeven
(En hoe komen ze op Vgem= 23,3 ?)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 23 apr 2019 om 21:07
Ze zijn hier voor het gemak uitgegaan van een val van 110 m tot de grond en niet tot 7,5 m.
Zo komen ze op 46,5 m/s. Maakt hier voor het afgeronde eindantwoord overigens niks uit.

De gemiddelde snelheid is het gemiddelde van 46,5 m/s en 0 m/s. Als je het gemiddelde wil weten tel je ze op en deel je door twee. Zo kom je op 23,3 m/s.