Inloggen

Vol of leeg?
vwo 2011, 1e tijdvak, opgave 5







Vraag over "Vol of leeg?"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Vol of leeg?

Op maandag 18 feb 2019 om 15:24 is de volgende vraag gesteld
Ik begrijp vraag 24 niet. Waarom is de weerstand omgekeerd evenredig met de breedte van een strookje? En hoe komen ze op het antwoord?

Erik van Munster reageerde op maandag 18 feb 2019 om 17:34
Er zijn twee manieren om dit te begrijpen. Stel je even een slang voor door waar water doorheen stroomt. De weerstand is de "moeite" die je moet doen om het water er doorheen te persen. Als je slang dikker is (breder) heeft het water minder moeite om er doorheen te stromen en zal de weerstand dus lager worden. Breder is dus lagere weerstand.

De 2e manier is om te kijken naar de formule voor soortelijke weerstand (BINAS 35-D1). Hieruit volgt voor de weerstand:

R = rho * L/A

De A in deze formule is het oppervlak van de doorsnede van de strookjes waar de stroom doorheen loopt. Als de strookje breder zijn is A (lengte keer breedte) ook groter en omdat A onder de deelstreep staat daalt de weerstand. Aan de formule zie je ook dat R en A omgekeerd evenredig zijn.