Inloggen

Wijnfraude opsporen
vwo 2018, 2e tijdvak, opgave 5




Vraag 19

In BINAS tabel 25 kunnen we de halveringstijd van de drie isotopen opzoeken

C-14: t½ = 5730 jaar
O-15: t½ = 122 seconden
H-3: t½ = 12,3 jaar

De halveringstijd van C-14 is veel te lang. In de jaren die verstreken zijn sinds de productie zal er nog nauwelijks C-14 zijn vervallen. De halveringstijd van O-15 is veel te kort. Vrijwel alle O-15 is al in korte tijd vervallen en er zal nu nog nauwelijk O-15 aanwezig zijn. Alleen de halveringstijd van H-3 geeft een goed meetbare afname.





Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Wijnfraude opsporen"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Wijnfraude opsporen

Op donderdag 9 jul 2020 om 13:50 is de volgende vraag gesteld
Hallo Erik!
kun je uitleggen waarom in oefening 22 de afronding op twee significante cijfers staat en zou het fout zijn om 1,88*10^-12m als antwoord te geven? Dank u voor uw hulp

Erik van Munster reageerde op donderdag 9 jul 2020 om 13:57
Je rondt af op 2 cijfers omdat de energie 0,66 MeV is (ook 2 cijfers).

Op het eindexamen mag je er één cijfer naast zitten met afronden. Dus als je 1,88*10^-12 als antwoord geeft zou dit goedgerekend worden.


Op zaterdag 14 mrt 2020 om 14:03 is de volgende vraag gesteld
Bij vraag 20,
hoezo is 2,5 kg m^-3 gelijk 2,5 g cm^-3, ik dacht namelijk 2,5*10^-3 cm^-3, van m3 naar cm3 is toch een miljoenen stap en kg naar g duizenden

Erik van Munster reageerde op zaterdag 14 mrt 2020 om 14:20
Klopt: m3 naar cm3 is een factor miljoen en van kg naar g een factor duizend. Maar je moet ook nog rekening houden met de factor *10^3 die er bij staat in Binas en die verdwijnt. Als je ook daar rekening mee houdt klopt het:

2,5*10^3 kg/m3

2,5*10^-3 kg/cm3 (stap van miljoen)

2,5 g/cm3 (stap van duizend)

Op zaterdag 14 mrt 2020 om 14:33 is de volgende reactie gegeven
aha, niet gezien, erg bedankt


Op dinsdag 9 apr 2019 om 21:10 is de volgende vraag gesteld
Moet vraag 22 niet vraag 23 zijn, en vraag 23 vraag 24 zijn? Want de uitleg bij de echte vraag 22 mist.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 9 apr 2019 om 22:16
Klopt, heb (de goede) vraag 22 er net bijgezet. Dank voor je oplettendheid.


Op donderdag 21 mrt 2019 om 17:48 is de volgende vraag gesteld
''Uit de grafiek in figuur 1 kunnen we aflezen dat ρR bij deze energie gelijk is aan 4·10-4.'' Waar kan ik dit zien? Ik zie alleen 10-4.

Erik van Munster reageerde op donderdag 21 mrt 2019 om 18:31
Het is zowel op de x-as als op de y-as een logaritmische schaal. Als je bijvoorbeeld op de y-as kijkt bij de streepjes die vanaf 10^-4 te zien zijn: het streepje dat hierboven staat betekent 2*10^-4 daarna 3*10^-4 daarna 4*10^-4 etc...

De waarden tussen de getallen die op de t-as staan kun je dus aflezen door te kijken het hoeveelste streepje het is.

Op de x-as geldt hetzelfde: ook hier kijk je door streepjes bij te houden.

10

Op donderdag 21 mrt 2019 om 19:37 is de volgende reactie gegeven
Bedankt, ik weet dan niet zeker of ik de x-as begrijp. Want 4·10-4 zit toch precies op E=0,02 MeV, in plaats van E=0,018 MeV?

Erik van Munster reageerde op donderdag 21 mrt 2019 om 19:53
Dat klopt. Eigenlijk zit 0,018 nét iets vóór de 0,02 MeV. Vandaar dat hier ook met 4*10^-4 wordt verder gerekend: maar één significant cijfer dus niet heel precies.