Inloggen

Zonnedeeltjes
VWO 1999, 2e tijdvak, opgave 3


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Zonnedeeltjes" is de 3e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Zonnedeeltjes"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Zonnedeeltjes

Op maandag 28 mei 2018 om 19:50 is de volgende vraag gesteld
Hallo! Kunt u opdracht 13 uitgebreid uitleggen want ik begrijp de stappen niet zo goed. Ik had zelf alleen 1/2mv^2= GM/Rzon berekent omdat ze zeiden dat je de gravitatiekracht van de aarde kon verwaarlozen maar ik snap niet wat ze uiteindelijk gedaan hebben en waarom!

Bij 14 begrijp ik niet of ik nou vanuit punt P of punt Q moet kijken om de lorentzkracht te bepalen want vanaf punt P is de lorentskracht naar links en vanaf punt Q naar rechts en ik krijg dan dat bij P de stroom naar beneden is en bij punt Q naar boven. Dus hoe kan je daaruit halen dat de stroom dan van Q naar P gaat?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 29 mei 2018 om 14:06
[Ik heb je vraag even verplaatst]

Je gebruikt bij deze vraag inderdaad de formule voor Egrav maar als je alleen GMm/Rzon gebruikt reken je de snelheid uit die de deeltjes nodig hebben om vanaf het zonoppervlak tot oneindig ver te ontsnappen.

De vraag is hoeveel snelheid er nodig is om te ontsnappen vanaf het zonneoppervlak tot de aarde. Je moet hier dus uitrekenen hoe groot het verschil is tussen Egrav op het zonoppervlak en Egrav op aarde. Het enige verschil hiertussen is de afstand. In het ene geval is de afstand Rzon, in het andere de afstand tussen de zon en de aarde.

Het verschil wordt dan

-GMm / (afstand zon aarde) - -GMm / (Rzon)

Als je dit gelijk stelt aan de kinetische energie die de deeltje moet hebben krijg je

0,5mv^2 = -GMm / (afstand zon aarde) - -GMm / (Rzon)

De massa van de deeltjes kun je dan links en recht wegdelen

0,5v^2 = -GM / (afstand zon aard

Erik van Munster reageerde op dinsdag 29 mei 2018 om 14:14
[vervolg]

0,5v^2 = -GM / (afstand zon aarde) ) - -GM / (Rzon)

Daarna is het een kwestie van opzoeken, invullen en uitrekenen...

Bij vraag 14 staat in de vraag dat de deeltjes vanuit punt P komen en dus van P naar Q bewegen. Als je met je linkerhand gaat kijken naar de richting van de Florentz door je vinger vanaf P naar boven te laten wijzen kom je op een "foute" Florentz, namelijk naar rechts ipv van links. Als je aanneemt dat de deeltjes niet positief maar negatief zijn klopt het wél: Je vingers wijzen dan namelijk tegen de snelheid in en leveren dan wél een Florentz in de goede richting. Kortom: deeltjes bewegen van P naar Q, stroom loopt van Q naar P.

Op dinsdag 29 mei 2018 om 17:23 is de volgende reactie gegeven
Oh oke! En waarom wordt het magnetisch veld dan zwakker?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 29 mei 2018 om 22:09
Als de stroom van Q naar P loopt loopt I in een halve cirkel rechtsom (met de klok mee). Met de rechterhandregel voor spoelen kom je er dan achter dat het door deze stroom opgewekt magneetveld naar je toe wijst binnen deze halve cirkel. In dezelfde richting als het magneetveld van de zon dus. Volgens mij versterkt deze stroom het magneetveld dus.

(Ik snap de uitleg in het correctievoorschrift eerlijk gezegd niet, want daar staat het juist andersom. Soms worden evt fouten bij examens na het examen gecorrigeerd en waarschijnlijk is na het examen de manier waarop deze opgave moest worden nagekeken aangepast)