Inloggen

Zonvolgsysteem
vwo 2017, 1e tijdvak, opgave 1




Vraag 1

In zowel de linkertak als de rechtertak van het schema van het zonvolgsysteem staan een weerstand en een LDR met elkaar in serie. Deze twee componenten vormen samen een spanningsdeler. De spanning op de punt B wordt bepaald door de verhouding tussen de weerstanden R1 en RLDR1 en de spanning op de punt C wordt bepaald door de verhouding tussen de weerstanden R2 en RLDR2. Aangezien R1=R2 en RLDR1 = RLDR2 zijn de twee takken identiek en is ook verhouding tussen de weerstanden in de linkertak en de rechtertak gelijk. Dit betekent dat de spanning op punt B gelijk aan de spanning op punt C. Er is dus geen spanningsverschil tussen B en C en er zal dus geen stroom lopen.





Als je de complete uitleg wil zien moet je eerst inloggen.






Vraag over "Zonvolgsysteem"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Zonvolgsysteem

Op vrijdag 10 mei 2024 om 22:33 is de volgende vraag gesteld
Hoezo moet er een spanningsverschil zijn tussen beide kanten van de motor? Waarom kan er niet gewoon stroom doorheen lopen...

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 mei 2024 om 23:33
Er moet altijd een verschil zijn in spanning om stroom te laten lopen. Dit is ook zo als je bv een batterij van 9 volt op een lampje aansluit: er is dan een spanningsverschil van 9 V tussen de + pool en de -pool. En dan dus ook een spanningsverschil tussen de ene kant van het lampje en de andere kant.

Op vrijdag 10 mei 2024 om 23:50 is de volgende reactie gegeven
Wauw ik had een zo snelle reactie op vrijdag avond niet verwacht, dankuwel! Ik snap het nu!


Op maandag 21 mrt 2022 om 19:12 is de volgende vraag gesteld
Hoi Erik,
Ik had wat vraagjes over opdr 3 van deze opgave.
- Aller eerst ik snap nog niet goed wanneer je weet hoe de stroom de stroom loopt. Bij beide gaat de stroom naar beneden dus ik snap niet waarom de spanning dan bij de een negatief is.
- Ook snap ik niet hoe je weet als m negatief of positief is hoe hij dan loopt van cb of bc.
- Laatste vraag: Mag je het niet gewoon beredeneren dat het stroom altijd het pad neemt met de minste weerstand?

Groetjes Elise

Erik van Munster reageerde op dinsdag 22 mrt 2022 om 12:18
Klopt, de stroom loopt in beide takken inderdaad naar beneden. Maar het gaat bij deze vraag om het stukje tussen B en C. Ook als de stroom naar beneden loopt kan het zijn dat er daarbij óók stroom van B naar C loopt of andersom. Door te kijken naar de spanning kun je bepalen welke kant deze stroom op gaat.

En nee, het is zeker niet zo dat stroom altijd het pad neemt met de minste weerstand: Denk maar aan een vertakking in een schakeling: er gaat dan stroom door de ene tak én stroom door de andere tak en het is niet zo dat er alleen stroom door de tak met de minste weerstand loopt.

Kortom: "De meeste stroom gaat langs de weg met de minste weerstand, maar niet alle stroom".


Op vrijdag 18 mei 2018 om 20:47 is de volgende vraag gesteld
Een kleine verbetering, maar het eindantwoord bij vraag 2 is niet 0,39 ·103 lux, maar is 39 ·103 lux, zie figuur maar.

Op vrijdag 18 mei 2018 om 20:48 is de volgende reactie gegeven
10^3, sorry

Erik van Munster reageerde op vrijdag 18 mei 2018 om 23:14
Klopt, ik heb het net verbeterd hierboven. Dank voor je oplettendheid.


Op zondag 6 mei 2018 om 12:45 is de volgende vraag gesteld
Bij vraag 1: Ik snap niet waarom er geen spanning over de motor loopt. Het is toch zo dat de spanning van ABD en ABC hetzelfde is?

Erik van Munster reageerde op zondag 6 mei 2018 om 17:16
Klopt: er staat spanning op beide kanten van de motor. Maar om stroom te laten lopen moet er een spanningVERSCHIL zijn tussen beide kanten. Dat is er in deze situatie niet. Vandaar geen stroom.

Op zondag 6 mei 2018 om 17:19 is de volgende reactie gegeven
Is dat altijd zo?

Erik van Munster reageerde op zondag 6 mei 2018 om 17:30
Dat er een verschil in spanning moet zijn voor een stroom? Ja: dat is altijd zo. Het gaat altijd om het verschil in spanning tussen de ene kant en de andere kant.

Op zondag 6 mei 2018 om 17:39 is de volgende reactie gegeven
Ja, oke, dankuwel!

Op vrijdag 10 mei 2024 om 22:49 is de volgende reactie gegeven
Ik dacht namelijk dat er overal stroom doorheen loopt over al de draden als in ieder geval de batterij spanning levert


Op maandag 30 apr 2018 om 15:06 is de volgende vraag gesteld
Ik snap niet helemaal hoe u aan de volgende formules komt bij vraag 3:

UB = 7,5 · RLDR1 / (R1+RLDR1)
UC = 7,5 · RLDR2 / (R2+RLDR2)

Erik van Munster reageerde op maandag 30 apr 2018 om 15:26
De linkertak bestaat uit twee weerstanden, namelijk R1 en LDR1. Bij dingen die in serie staan verdeelt de spanning zich over de weerstanden. Hoe groter de weerstand, hoe groter de spanning. Over de totale linkertak (R1 + RLDR1) staat een spanning van 7,5 V. De spanning over LDR1 is dan RLDR1 / Rtotaal. Je kunt de spanning tussen B en D dus schrijven als

7,5 * RLDR1 / (R1+RLDR1)

Als je de minpool van de batterij even als 0 V ziet en de pluspool als +7,5V geldt dus

UB = 7,5 * RLDR1 / (R1+RLDR1)

Voor de rechtertak geldt iets soortgelijks...

(Zie eventueel de videoles "Spanningsdeler")