Inloggen

Zweefmolen
vwo 2012, 1e tijdvak, opgave 2


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Zweefmolen" is de 2e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Zweefmolen"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Zweefmolen

Op dinsdag 17 nov 2020 om 15:30 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Kunt u mij uitleggen bij vraag 8 waarom de hoek kleiner wordt bij het stijgen van de zweefmolen en groter wordt bij het dalen?

Bij voorbaat dank!

Erik van Munster reageerde op dinsdag 17 nov 2020 om 17:29
Het is niet zo dat bij het stijgen en dalen de hoek verandert. Het is bij de start van de stijgen (als de zweefmolen eventjes naar boven versnelt) dat de hoek verandert. Als de snelheid waarmee de zweefmolen naar boven beweegt constant is is de hoek weer hetzelfde als eerst. En bij het afremmen gebeurt het omgekeerde.

Wat er gebeurt kun je je het makkelijkst voorstellen als je je even voorstelt dat je in een lift staat. Als de lift vertrekt naar boven voel je jezelf heel eventjes zwaarder worden bij vertrek. Dit komt omdat er dan een kracht naar boven op je werkt die ervoor zorgt dat je naar boven versnelt.

Ditzelfde gebeurt bij de zweefmolen. Bij het "vertrek" naar boven moet er (behalve Fmpz) ook eventjes een kracht naar boven werken. De nettokracht is dus de Fmpz PLUS een kracht naar boven. De resulterende kracht werkt dus niet horizontaal maar schuin naar boven gericht.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 17 nov 2020 om 17:31
In figuur 3 kun je zien dat om de kracht naar boven de krijgen de spankracht iets meer naar boven gericht moet worden. Dit gebeurt doordat de hoek tijdelijk iets kleiner wordt. Zodra de zweefmolen eenmaal snelheid naar boven heeft wordt de hoek weer normaal. Bij het afremmen als de goede hoogte is bereikt gebeurt precies het omgekeerde.