Inloggen

Zwemmers
VWO 2001, 1e tijdvak, opgave 6


Download hierboven de originele pdf van het examen waar deze opgave in staat en de bijbehorende uitwerkbijlage. "Zwemmers" is de 6e opgave in dit examen. Als je de opgave gemaakt hebt kun je jezelf nakijken met het correctievoorschrift.

Kom je er zelf niet uit? Dan kun je hieronder je vraag stellen.

Vraag over "Zwemmers"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Zwemmers

Op vrijdag 10 aug 2018 om 14:07 is de volgende vraag gesteld
Beste meneer van Munster,

Waarom is bij opgave 24 om k te berekenen Fspan = Fw = Fz,P alle drie gelijk aan elkaar? Moet het niet zijn dat Fspan + Fw = Fz, P?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 aug 2018 om 14:32
In figuur 7 kun je dit zien: Er loopt een touw tussen het blok en het gewicht P. De spankracht in dit touw is constant dit betekent dat de zwaartekracht op P even groot is als de kracht waarmee het blok B wordt voortgetrokken (Fspan). Omdat alles met constante snelheid beweegt is de totale kracht op het blok B gelijk aan nul. Daarom weet je dat de wrijvingskracht (Fw) ook gelijk moet zijn aan Fspan. Daarom weet je dat Fspan, Fw, en FZ,P even groot zijn.

Op vrijdag 10 aug 2018 om 14:48 is de volgende reactie gegeven
Ik snap uw redenatie. Alleen welke richting gaat de wrijving dan op? Als Fspan en Fz tegenovergesteld aan elkaar zijn met dezelfde grootte. Alleen hoe heffen de krachten de krachten dan elkaar op? Als bijv Fspan naar boven gaat met 10 N en de wrijving is tegenovergesteld aan de beweegrichting dan gaat hij ook naar boven met 10 N. En Fz gaat dan met 10 N naar beneden. Dat is opgeteld toch geen 0? Of maak ik nu een denkfout?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 aug 2018 om 16:03
Op het blok geldt dat de Fspan naar rechts werkte en de wrijvingskracht naar links. Er werken maar twee krachten op het blok en er geldt: Fw = Fspan.

Op het gewicht P werken ook twee krachten: Fspan naar boven en Fz,p naar beneden. Hier geldt dus Fspan=Fz,p

Je vergelijkt de krachten hier dus steeds twee aan twee. Dat de totale kracht op nul uit moet uitkomen geldt voor ieder van de voorwerpen en je kunt alleen PER VOORWERP (het blok óf het gewicht) de krachten aan elkaar gelijkstellen. (Fspan is hier eigenlijk de verbindende factor tussen de twee)

Jia Li Zhuo reageerde op vrijdag 10 aug 2018 om 16:39
Hmm, begin het beter te snappen. Is het wel zo dat Fspan bij beide even groot is? Want als Fspan op het blokje 10 N is en Fw ook 10 N, maar op het blokje Fz = 12 N en Fspan 12 N. Dan klopt het weer niet.

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 aug 2018 om 17:57
Bij een strak gespannen touw of koord geldt altijd dat de spankracht overal (en dus ook aan beide uiteinden) dezelfde grootte heeft. Vandaar dat de spankracht op het blokje even groot is als de spankracht op het gewicht.