Inloggen

N-term | Normering

Het cijfer voor je centraalexamen wordt bepaald door het aantal punten wat je haalt. Uiteraard geldt: Hoe meer punten hoe hoger je cijfer. Heb je 100% van de te behalen punten gehaald dan is je cijfer een 10 heb je 0% van de punten gehaald dan is je cijfer een 1,0. Normaal gesproken is het zo dat als je 50% van het aantal te behalen punten haalt je een 5,5 hebt maar bij het centraalexamen werkt het nét even anders.

Evaluatie examens

Sommige jaren is het examen moeilijker dan in andere jaren. Dit is iets wat pas blijkt in de praktijk, nádat de examens zijn nagekeken. Om ervoor de zorgen dat eindexamenresultaat in de loop der jaren vergelijkbaar blijven worden alle examens landelijk geëvalueerd. Bij een examen dat in de praktijk heel moeilijk bleek te zijn worden de cijfers iets opgehoogd. Bij een examen dat in de praktijk juist makkelijk was worden de cijfers iets verlaagd.

N-term

De aanpassing van de eindexamencijfers is een bepaald jaar wordt uitgedrukt in een zogenaamde N-term, ook wel normeringterm genoemd, of kortweg normering. Dit is een getal wat aangeeft op welke manier de cijfers worden aangepast. Een N-term hoger dan 1,0 betekent dat de cijfers worden opgehoogd. Een N-term lager dan 1,0 betekent dat de cijfers worden verlaagd. En een N-term gelijk aan 1,0 betekent dat je cijfer gelijk blijft.

Bekendmaking N-termen

Vlak voordat de uitslag van de eindexamens bekend wordt, worden de N-termen van alle vakken landelijk bekend gemaakt via examenblad.nl. Dit is meestal vlak vóór het begin van het 2e tijdvak. Pas als je school de N-termen weet kunnen ze de cijfers berekenen en kan de uitslag bekend worden gemaakt.

Berekening cijfer

De berekening van het cijfer aan de hand van het aantal behaalde punten is eenvoudig als de N-term gelijk is aan 1,0. Er geldt dan

Cijfer = (aantal punten / totaal aantal punten) * 9,0 + 1,0

In de praktijk is de N-term vrijwel nooit 1,0 en is het een stuk ingewikkelder. Er wordt namelijk niet gewoon een aantal punten bij ieder cijfer opgeteld of afgetrokken. In plaats hiervan wordt een speciale formule gebruikt waarbij ervoor gezorgd wordt dat

  • 0 punten altijd tot een 1,0 leidt
  • het maximaal aantal punten altijd tot een 10,0 leidt
  • Een hoger aantal punten altijd tot een hoger cijfer leidt
Resultaat van deze manier van cijferberekening is dat een hoge of lage N-term altijd het grootste effect heeft in het midden van de cijferschaal. De N-term heeft dus relatief weinig effect op hele hoge en hele lage cijfers maar juist wel op de cijfers op de grens tussen voldoende en onvoldoende. Een aantal voorbeelden:

Een N-term van 1,0 betekent: 50% van de punten wordt een 5,5.
Een N-term van 1,1 betekent: 50% van de punten wordt een 5,6.
Een N-term van 0,8 betekent: 50% van de punten wordt een 5,3.
Een N-term van 2,0 betekent: 50% van de punten wordt een 6,5.

Op examenblad.nl kun je omrekentabellen vinden waarin je precies kunt zien hoe voor een bepaald vak in een bepaald jaar de berekening van gescoorde punten naar je cijfer plaatsvindt

Herexamen | 2e tijdvak

De N-term die voor het eerste tijdvak gold, geldt vaak ook voor het 2e tijdvak. Dit komt omdat de informatie die in het 1e tijdvak wél voorhanden is (de resultaten van tienduizenden kandidaten) in het 2e tijdvak ontbreekt omdat er simpelweg te weinig gemaakte examens zijn. Alleen als het echt heel duidelijk is dat een examen veel makkelijker of moeilijker uitvalt dan in het 1e tijdvak wordt de N-term aangepast. Je kunt als herkanser geluk hebben als de N-term niet wordt aangepast en het examen in het 2e tijdvak makkelijk uitvalt dan het examen in het 1e tijdvak. Omgekeerd kun je pech hebben als het examen in het 2e tijdvak juist moeilijker is en de N-term niet wordt aangepast.

N-termen natuurkunde afgelopen jaren

JaarHAVOVWO
20100,8 1,0*1,3
20110,91,3
20121,2 1,3*1,1
20131,3 1,4*1,0 1,1*
20141,30,4 1,1*
20151,20,9
20161,2 1,5*1,7
20171,2 1,1*0,9 1,0*
*Afwijkende N-term 2e tijdvak.


Alles over de examens natuurkunde

Voorbereidingstips eindexamen






Tips bij het leren
Tips voor het voorbereiden en trainen voor een natuurkundetoets of examen.

BINAS
Waar staat wat in BINAS? Welke editie van BINAS heb je nodig? Alles over het gebruik van BINAS.

Modelleren
Alles over rekenmodellen. Met 10 voorbeeldmodellen waar je zelf aan kunt werken.

Examentips
Binnenkort centraal examen natuurkunde? Kijk hier voor tips.

Grafieken met Excel
Leer hoe je met Excel een goede natuurkundegrafiek tekent.

CCVX-examens natuurkunde
Toelatingsexamen natuurkunde aan de universiteit.

Centraal- en schoolexamen
Waaruit bestaat het eindexamen natuurkunde?

Schoolboeken natuurkunde
Overzicht van de verschillende schoolboeken voor natuurkunde.

PTA
PTA staat voor "Programma van Toetsing en Afsluiting". Wat houdt dit nou precies in?

Praktische Opdrachten
Op zoek naar een leuk PO voor natuurkunde? Kijk hier voor ideeën.

Formules natuurkunde
De belangrijkste formules op een rijtje. Met uitleg symbolen en eenheden.

21+ toets natuurkunde
Toelatingsexamen voor HBO-opleidingen voor leerlingen van 21 jaar of ouder .

Examentraining natuurkunde?
Doe het zelf, gewoon lekker thuis.

Taak natuurkunde
Voor als je in de zomervakantie een taak hebt gekregen...

Rekenmachines
Alles over het gebruik van de rekenmachine bij natuurkunde.

Herexamen/2e tijdvak
Alles over natuurkunde-examen in het 2e tijdvak.

Staatsexamen natuurkunde
Haal je deelcertificaat via het staatsexamen.

N-termen
Alles over de normering en berekening van je CE-cijfer

Schoolabonnement
Met een schoolabonnement hebben alle leerlingen in een klas, cluster of jaarlaag toegang tot alle materiaal.

Verslag natuurkunde
Natuurkundeverslag schrijven? Alles waar je op moet letten.