Inloggen

Afstanden bij versnelling






 
 
 

Een fietser rijdt met een snelheid van 2,9 m/s en begint op t=0 te versnellen met een constante versnelling van 0,90 m/s2. Bereken hoe lang het duurt voor de fietser 170 meter heeft afgelegd.

23 s 32 s 35 s 20 s 48 s 30 s 16 s 59 s







Vraag over quiz Afstanden bij versnelling?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Afstanden bij versnelling

Op maandag 29 apr 2019 om 10:20 is de volgende vraag gesteld
Hoi, heb even een vraagje

Bij de eerste vraag over de fietser wat doe ik fout als ik zeg:

Versnelling = Delta v : Delta t Omschrijven geeft --> Delta t = Delta v : Versnelling. Als je dit invult krijg je Delta t = 3,1 m/s : 0,80 m/s^2 = 3,9 s (afgerond). Maar dit klopt schijnbaar niet.

Hierna probeerde ik dit:

Snelheid = afstand : Tijd Omschrijven geeft --> Tijd = afstand : Snelheid. Als je dit weer invult krijg je Tijd = 160 m : 3,1 m/s = 52 s (afgerond). Maar dit klopt ook niet.

Wat doe ik fout?

Op maandag 29 apr 2019 om 10:22 is de volgende reactie gegeven
Sorry, Versnelling moet natuurlijk door 0,50 m/s^2 worden

Erik van Munster reageerde op maandag 29 apr 2019 om 19:33
Wat je hierboven eerst uitrekent is de tijd die het duurt om op vanaf 0 m/s een snelheid van 3,1 m/s te komen bij een versnelling van 0,50 m/s^2. Op zich prima maar dat is niet de vraag.

Met je tweede berekening reken je uit hoe lang je over een afstand van 160 m zou dan als je met een constante snelheid van 3,1 m/s zou bewegen. Is ook niet de vraag want er is ook nog een versnelling.

Bij dit soort vragen (met een bepaalde beginsnelheid én een versnelling) gebruik je een bewegingsvergelijking. Deze hoef je voor je examen niet niet te kennen. Dus geen zorgen: als je op je examen vragen over afstanden bij versnelde beweging krijgt kun je deze dus op een andere manier beantwoorden (bv met de gemiddelde snelheid of via de hokjesmethode).Maar soms kan de bewegingsvergelijking handig zijn. Staat ook in BINAS tabel 35-A1: een-na-laatste formule.


Op zondag 28 apr 2019 om 20:16 is de volgende vraag gesteld
Hoi,

Ik heb wat vragen over deze quiz, aangezien ik ze alledrie fout had..

Over vraag 1:
Hoe weet je dat de fietser eenparig versneld beweegt? In de vraag staat dat niet vermeld..
Mag je dat dus gewoon aannemen?
+
En ik heb die bewegingsvergelijking echt nog nooit gezien. Wat houdt deze vergelijking precies in? Wat kun je ermee? Is het van belang voor de examens?

Erik van Munster reageerde op zondag 28 apr 2019 om 20:52
De fietser heeft een versnelling van 0,50 m/s^2. Omdat deze versnelling verder niet toe- of afneemt weet je dat het een eenparig versnelde beweging is (a=constant).

De bewegingsvergelijkingen die hier gebruikt worden hoef je niet te kennen. Dus geen zorgen: als je op je examen vragen over afstanden bij versnelde beweging krijgt kun je deze dus op een andere manier beantwoorden (bv met de gemiddelde snelheid of via de hokjesmethode).

Maar soms kan de bewegingsvergelijking handig zijn. Staat ook in BINAS tabel 35-A1: een-na-laatste formule.