Inloggen

Harmonische trilling






 
 
 



Aan een veer met een lengte van 17,0 cm wordt een massa van 0,30 kg gehangen. De veer rekt hierdoor uit tot een totale lengte van 21,5 cm. De massa wordt hierna een stukje naar beneden getrokken en losgelaten waardoor de massa op en neer gaat trillen. Bereken de trillingstijd.

0,44 s 0,49 s 0,51 s 0,54 s 0,93 s 0,43 s 0,42 s 0,39 s







Vraag over quiz Harmonische trilling?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Harmonische trilling

Op zondag 25 apr 2021 om 22:17 is de volgende vraag gesteld
de vraag: Een massa van 2,3 g trilt harmonisch met een frequentie van 407 Hz en een amplitude van 2,3 cm. Op t = 0 s bevindt de massa zich in de evenwichts­stand en beweegt omhoog. Bereken op hoeveel cm boven de evenwichtsstand de massa zich bevindt op t = 0,50 ms.
uw antwoord: u = 0,023 · sin[2π · 407 · 5·10-4]

zodra ik deze bovenstaande berekening uitvoer kom ik uit op 0.0051 m. u komt uit op 0.0220253 m. Hoe komt dit? ik krijg alleen uw antwoord is ik het NIET vermenigvuldig met de amplitude (0,023).

Op zondag 25 apr 2021 om 22:48 is de volgende reactie gegeven
Goedenavond, sorry mijn GR stond niet op RAD maar op DEG. vandaar dat mijn antwoord anders was..

Erik van Munster reageerde op zondag 25 apr 2021 om 23:47
Mooi. Opgelost­čśŐ


Bekijk alle vragen (3)



Op maandag 19 apr 2021 om 13:21 is de volgende vraag gesteld
Een massa van 2,5 g trilt harmonisch met een frequentie van 428 Hz en een amplitude van 2,5 cm. Op t = 0 s bevindt de massa zich in de evenwichts­stand en beweegt omhoog. Bereken op hoeveel cm boven de evenwichtsstand de massa zich bevindt op t = 0,90 ms

In de oplossing staat dat t = 9·10-4 s. Waarom? Vanwaar komt dit als in de opgave staat dat t = 0,90 ms ?

Erik van Munster reageerde op maandag 19 apr 2021 om 14:43
In de opgave staat t=0,90 ms. Een milliseconde (ms) is gelijk aan 10^-3 s of 0,001 s (een duizendste seconde). 0,9 ms is dus 0,9*10^-3 en dit is hetzelfde als 9*10^-4 s. Vandaar.


Op zondag 7 mrt 2021 om 17:32 is de volgende vraag gesteld
Welke denkfout maak ik?
Het gewicht van 0,26 kg geeft een uitrekking van 10 cm.
De veerconstante is kracht die nodig is om de veer 100 cm uit te rekken.
In dit igeval is C dan (100 / 10 ) x 0,26 x 9.81 Nm.

Erik van Munster reageerde op zondag 7 mrt 2021 om 17:42
Geen denkfout alleen zou ik het iets anders opschrijven.

C = F / u

C = (0,26*9,81) / 0,1m

Je komt dan op een veerconstante van 26 N/m (25,506).