Inloggen

Harmonische trilling






 
 
 



Aan een veer met een lengte van 13,0 cm wordt een massa van 0,70 kg gehangen. De veer rekt hierdoor uit tot een totale lengte van 18 cm. De massa wordt hierna een stukje naar beneden getrokken en losgelaten waardoor de massa op en neer gaat trillen. Bereken de trillingstijd.

0,38 s 0,48 s 0,60 s 0,56 s 0,51 s 0,34 s 0,45 s 0,85 s







Vraag over quiz Harmonische trilling?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Harmonische trilling

Op vrijdag 15 apr 2022 om 10:29 is de volgende vraag gesteld
"Een massa van 0,20 kg trilt harmonisch met een frequentie van 30 Hz en een amplitude van 3,0 cm. Bereken de resulterende kracht op de massa als de massa zich in de uiterste stand bevindt.
".

Waarom kan je soms gewoon F = ma nemen, en nu moet je de andere kant van de gelijkheid evalueren? Hoe weet je wanneer je wat kan?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 15 apr 2022 om 11:10
F=m*a gebruik je als je de versnelling (a) weet of juist wil uitrekenen. Hier is dat niet zo. Wat je wel weet zijn

u (de maximale uitwijking)
C (de veerconstant)

Als je gaat nadenken hoe je met C en u de kracht kunt uitrekenen kom je (hopelijk) vanzelf of F=C*u. Je kunt hier ook op komen door na te denken over wat veerconstante (C) eigenlijk betekent namelijk de kracht (F) per meter uitrekking.


Bekijk alle vragen (5)



Ashani Duarte vroeg op donderdag 17 mrt 2022 om 13:52
kan je ook de frequentie omreken in de trillingstijd en dan 2π delen door de trillingstijd, en dat keer de t?

Erik van Munster reageerde op donderdag 17 mrt 2022 om 14:49
Bedoel je bij de 2e opgave van deze quiz? Ja dat kan:

2π/T * t is hetzelfde als 2π*f*t

Daarna moet je de sinus nemen van wat je hebt uitgerekend en je komt dan als het goed is ook op hetzelfde antwoord.


Op zondag 25 apr 2021 om 22:17 is de volgende vraag gesteld
de vraag: Een massa van 2,3 g trilt harmonisch met een frequentie van 407 Hz en een amplitude van 2,3 cm. Op t = 0 s bevindt de massa zich in de evenwichts­stand en beweegt omhoog. Bereken op hoeveel cm boven de evenwichtsstand de massa zich bevindt op t = 0,50 ms.
uw antwoord: u = 0,023 · sin[2π · 407 · 5·10-4]

zodra ik deze bovenstaande berekening uitvoer kom ik uit op 0.0051 m. u komt uit op 0.0220253 m. Hoe komt dit? ik krijg alleen uw antwoord is ik het NIET vermenigvuldig met de amplitude (0,023).

Op zondag 25 apr 2021 om 22:48 is de volgende reactie gegeven
Goedenavond, sorry mijn GR stond niet op RAD maar op DEG. vandaar dat mijn antwoord anders was..

Erik van Munster reageerde op zondag 25 apr 2021 om 23:47
Mooi. Opgelost😊


Op maandag 19 apr 2021 om 13:21 is de volgende vraag gesteld
Een massa van 2,5 g trilt harmonisch met een frequentie van 428 Hz en een amplitude van 2,5 cm. Op t = 0 s bevindt de massa zich in de evenwichts­stand en beweegt omhoog. Bereken op hoeveel cm boven de evenwichtsstand de massa zich bevindt op t = 0,90 ms

In de oplossing staat dat t = 9·10-4 s. Waarom? Vanwaar komt dit als in de opgave staat dat t = 0,90 ms ?

Erik van Munster reageerde op maandag 19 apr 2021 om 14:43
In de opgave staat t=0,90 ms. Een milliseconde (ms) is gelijk aan 10^-3 s of 0,001 s (een duizendste seconde). 0,9 ms is dus 0,9*10^-3 en dit is hetzelfde als 9*10^-4 s. Vandaar.


Op zondag 7 mrt 2021 om 17:32 is de volgende vraag gesteld
Welke denkfout maak ik?
Het gewicht van 0,26 kg geeft een uitrekking van 10 cm.
De veerconstante is kracht die nodig is om de veer 100 cm uit te rekken.
In dit igeval is C dan (100 / 10 ) x 0,26 x 9.81 Nm.

Erik van Munster reageerde op zondag 7 mrt 2021 om 17:42
Geen denkfout alleen zou ik het iets anders opschrijven.

C = F / u

C = (0,26*9,81) / 0,1m

Je komt dan op een veerconstante van 26 N/m (25,506).