Inloggen

Wetten van Newton






 
 
 



Een fietser rijdt met windstil weer met een constante snelheid van 18 km/h op een vlakke weg en moet hiervoor een voorwaartse kracht van 70 N uitoefenen. Op een gegeven moment steekt er een tegenwind op met een windsnelheid van 6,5 ms-1. Bereken de voorwaartse kracht waarmee de fietser moet trappen om op dezelfde snelheid te blijven rijden. Je mag er hierbij vanuit gaan dat de enige wrijvingskracht die de fietser ondervindt luchtwrijving is.

2,6·102 N 3,3·102 N 3,1·102 N 1,1·102 N 94 N 2,7·102 N 3,7·102 N 70 N







Vraag over quiz Wetten van Newton?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Wetten van Newton

Monika Marlissa vroeg op maandag 4 mei 2020 om 11:39
Ik snap de laatste deling niet: Ik denk F = m*a
Dus 660 =m * 9,81 => 660/9,81 = m = 67, 3 kg

Jij neemt dus eigenlijk een omweg.
1) Waarom?
2) Waar komt hij vandaan?

Erik van Munster reageerde op maandag 4 mei 2020 om 23:29
Zo kan het inderdaad ook. Als je weet dat het gewicht 660,6 (dat is het lastige aan deze opgave) is kun je wat de weegschaal prima zo uitrekenen en kom je op het goede antwoord. Als je dat makkelijker vindt: vooral zo doen.

Er zijn altijd meerdere manieren om iets te doen en doe vooral op je eigen manier (als die goed is natuurlijk:)


Op maandag 30 sep 2019 om 20:26 is de volgende vraag gesteld
Goedenavond,

Fw,l = ½·ρ·cW·A·v2

In de formule is te zien dat luchtwrijving kwadratisch evenredig is met de snelheid. Dit betekent dat als de luchtsnelheid x keer zo groot wordt, de luchtwrijving x2 keer zo groot wordt. In dit geval neemt door de tegenwind de luchtsnelheid toe met een factor

vlucht,geen wind = 5 ms-1
vlucht,wel wind = 12 ms-1

12 / 5 = 2,4

Waarom 12 / 5?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 1 okt 2019 om 08:02
De snelheid gaat van 5 naar 12. Je wil weten met welke factor de snelheid dan toeneemt. Dit betekent:
“Met welk getal moet je 5 vermenigvuldigen om op 12 te komen”. Dus

5 * x = 12

Je wil weten wat x is en dan kom je op

x = 12 / 5 = 2,4

De snelheid neemt dus toe met een factor 2,4.


Kyra Strik vroeg op donderdag 20 jun 2019 om 22:30
De vraag met de lift.

Erik van Munster reageerde op donderdag 20 jun 2019 om 23:13
Kwadratische verbanden heb je alleen als er in de formule ook een kwadraat voorkomt. Is hier niet zo. Je gebruikt bij de liftvraag alleen de formule Fz=9,81*m en F=m*a en komt achter de normaalkracht door krachten naar boven en beneden met elkaar te vergelijken. Nergens een kwadraat dus.


Kyra Strik vroeg op donderdag 20 jun 2019 om 21:07
Beste,


Wat is de reden dat deze formule geen kwadratisch verband kent??


Groetjes,



Kyra

Erik van Munster reageerde op donderdag 20 jun 2019 om 22:01
Welke formule bedoel je? Die bij de 1e 2e of 3e vraag?