Inloggen

Wetten van Newton






 
 
 



Een fietser rijdt met windstil weer met een constante snelheid van 21 km/h op een vlakke weg en moet hiervoor een voorwaartse kracht van 50 N uitoefenen. Op een gegeven moment steekt er een tegenwind op met een windsnelheid van 3,5 ms-1. Bereken de voorwaartse kracht waarmee de fietser moet trappen om op dezelfde snelheid te blijven rijden. Je mag er hierbij vanuit gaan dat de enige wrijvingskracht die de fietser ondervindt luchtwrijving is.

1,6·102 N 3,4·102 N 95 N 1,3·102 N 2,1·102 N 50 N 3,1·102 N 1,9·102 N







Vraag over quiz Wetten van Newton?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Wetten van Newton

Kyra Strik vroeg op donderdag 20 jun 2019 om 22:30
De vraag met de lift.

Erik van Munster reageerde op donderdag 20 jun 2019 om 23:13
Kwadratische verbanden heb je alleen als er in de formule ook een kwadraat voorkomt. Is hier niet zo. Je gebruikt bij de liftvraag alleen de formule Fz=9,81*m en F=m*a en komt achter de normaalkracht door krachten naar boven en beneden met elkaar te vergelijken. Nergens een kwadraat dus.


Kyra Strik vroeg op donderdag 20 jun 2019 om 21:07
Beste,


Wat is de reden dat deze formule geen kwadratisch verband kent??


Groetjes,



Kyra

Erik van Munster reageerde op donderdag 20 jun 2019 om 22:01
Welke formule bedoel je? Die bij de 1e 2e of 3e vraag?