Inloggen

Vermogen

Hoeveel energie een apparaat per seconde gebruikt wordt ook wel het vermogen genoemd. Symbool: P, eenheid Watt (W). Vermogen geldt voor een schakeling als geheel maar ook voor individuele componenten binnen een schakeling kun je het vermogen uitrekenen. In deze videoles wordt uitgelegd hoe je het vermogen kunt bepalen uit de stroom en de spanning.



Voor het afspelen van de videoles 'Vermogen' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Stroom, spanning, weerstand, energie

Formules

 
Vermogen P = U·I P = elektrisch vermogen (W)
U = spanning (V)
I = stroomsterkte (A)
 
Energie E = P·t E = elektrische energie (J)
P = elektrisch vermogen (W)
t = tijdsduur (s)

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Vermogen" hoort bij:

HAVO:       Centraal examen (CE)
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:CE VWO:CE)

Test jezelf - "Vermogen"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Op een lamp staat geschreven "11W, 230V". Het vermogen van de lamp is dan …

Hoe groot is de stroomsterkte als de lamp uit de vorige vraag op het stopcontact wordt aangesloten.

Een weerstand R staat aangesloten op een spanningsbron. Wat gebeurt er met het vermogen als R twee keer zo groot wordt? Het vermogen wordt …

11 W
11 W als U=230V
2530 W (11·230)
48 mA
21 A
2,5·103 A
2x kleiner
2x groter
4x kleiner


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel elektrische schakelingen vind je in:
FotonElektrischeSchakelingenHAVO.pdf
FotonElektrischeSchakelingenVWO.pdf

Examenopgaven

Recente examenopgaven waarin "Vermogen" een rol speelt (havo/vwo):
Airbus E-fan (h), BritNed (h), Elektrische auto (h), Elektrische doorstroomverwarmer (h), Elektronen uit metaal 'stoken' (v), Energievoorziening voor een weerstation (v), Fontein van Geneve (h), Indoor Skydive (v), Magische lamp (h), Operatiedeken (h), Schrikdraadinstallatie (v), Stretchsensor (h), Wisselverwarming (h),

Vraag over "Vermogen"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Vermogen

Op dinsdag 13 mrt 2018 om 18:15 is de volgende vraag gesteld
Bij 'test jezelf' opdracht 3 kan je toch ook de formule P=I^2 x R gebruiken? Daaruit volgt dat P 2x zo groot wordt als R 2x zo groot wordt?
Alvast bedankt!

Erik van Munster reageerde op dinsdag 13 mrt 2018 om 18:27
Uit de formule P = I^2*R volgt inderdaad dat P 2x groter wordt als R groter wordt... Tenminste... Als I constant blijft en dat is hier niet zo.

De weerstand zit rechtstreeks aangesloten op een spanningsbron en U over de weerstand is dus ook de U van de spanningsbron. Met andere woorden: U is constant en niet I.

Je hebt hier dus de formule P=U^2/R nodig. Hieruit volgt dan als R 2x zo groot wordt P 2x zo klein wordt.

Op maandag 19 mrt 2018 om 15:54 is de volgende reactie gegeven
Dankje!
Maar hoe weet ik dan dat I niet constant is?

Erik van Munster reageerde op maandag 19 mrt 2018 om 15:58
Dit is één weerstand aangesloten op een spanningsbron. De stroom die er gaat lopen hangt dus van de weerstand af en als je de weerstand verandert verandert dus ook de stroom die er gaat lopen.


Op dinsdag 21 nov 2017 om 16:35 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Is de schema die je in deze video gebruikt in serie of in parallel?
Ik denk parallel maar weet dit niet zeker.

Groetjes

Erik van Munster reageerde op dinsdag 21 nov 2017 om 17:12
Het schema aan het eind van de video is een combinatie: De twee weerstanden, het bovenste lampje en de luidspreker staan met elkaar in serie aangesloten op de batterij.
Het linkerlampje staat parallel aan de linkerweerstand.


Op maandag 1 mei 2017 om 12:06 is de volgende vraag gesteld
Als je het vermogen van bijvoorbeeld een lampje wilt berekenen met gebruik van oa de wet van Ohm, maakt het dan nog uit dat een lampje geen Ohmse weerstand is?

Erik van Munster reageerde op maandag 1 mei 2017 om 13:08
De wet van Ohm geldt altijd, ook voor niet-Ohmse weerstanden zoals een lampje. Je kunt dus gewoon de wet van Ohm gebruiken als je de stroom en spanning moet weten om het vermogen te berekenen.

Het enige waar je voor moet oppassen bij niet-Ohmse weerstanden is dat de weerstand (R) niet constant is. Bij een andere spanning en stroom is de weerstand dus ook anders.


Op woensdag 4 mei 2016 om 18:53 is de volgende vraag gesteld
Bij opdracht 23 van het examen HAVO 2014 I heb ik
P=UxI gebruikt en er kwam 156W uit maar in het correctievoorschrift staat er 1,5*10^2. Hoe komt het dat er verschillende antwoorden uitkomen, het is een beetje verwarrend wanneer ik P=UxI moet gebruiken of P=I^2xR, ik weet namelijk het verschil niet

Erik van Munster reageerde op woensdag 4 mei 2016 om 21:44
Het verschil heeft niet perse te maken met welke formule je gebruikt.

Er wordt gevraagd naar het vermogen van de achterruitverwarming. Ik vermoed dat je het vermogen hebt uitgerekend van de achterruitverwarming + de draden die ernaartoe lopen en dat je daarom iets hoger uitkomt.
De spanning over de achterruitverwarming is namelijk geen 12 V maar een klein beetje lager.

Aanwijzing: Als je de stroom eenmaal weet kun je

1) oftwel P=I^2*R gebruiken (met R de weerstand van alleen de achteruitverwarming)

2) Of eerst met de wet van Ohm de spanning over de achterruitverwarming uitrekenen en dan P=U*I gebruiken.


Lisabeth Van Berkel vroeg op zondag 4 aug 2013 om 04:18
Je zegt in het filmpje over het lampje: 60 watt wordt er gebruikt bij 230 volt, dus als je hem aan een stopcontact aansluit. Maar Kan zo een lampje dan op minder dan 230 volt werken?

Lisabeth Van Berkel reageerde op zondag 4 aug 2013 om 04:19
En waarop moet hij aangesloten worden voor minder dan 230 volt? (Als het kan)

Erik van Munster reageerde op zondag 4 aug 2013 om 11:39
Als je dezelfde lamp aansluit op een ander voltage (bijvoorbeeld 100V), zal er minder stroom door de lamp gaan lopen en zal het vermogen dus ook lager zijn. P=U*I en zowel U als I zijn lager.

De 60 W geldt dus alleen bij U = 230 V.


PIOTR BARNERT vroeg op dinsdag 30 apr 2013 om 21:22
Een weerstand R staat aangesloten op een spanningsbron. Wat gebeurt er met het vermogen als R twee keer zo groot wordt? Het vermogen wordt

P=I*I*R
Met behulp van bovenste formule zou je kunnen zeggen dat vermogen 2x zo groot wordt?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 30 apr 2013 om 23:07
Je zou gelijk hebben als de stroom gelijk bleef maar een spanningsbron zorgt juist voor een constante spanning. De stroom die er loopt wordt bepaald door de weerstand. Hoe groter de weerstand hoe kleiner de stroom. Volgens de wet van Ohm geeft een 2x zo grote weerstand een 2x zo kleine stroom. Als je uitgaat van jouw formule P=I*I*R: I*I wordt dan 4x zo klein en R wordt 2x zo groot. P wordt dan 2x zo klein.


Op dinsdag 2 apr 2013 om 21:16 is de volgende vraag gesteld
Hoi Erik,
bij vraag 3 staat er P=U/R^2, maar het moet toch P=U^2/R zijn? Dus is het antwoord dan 2x zo klein?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 2 apr 2013 om 21:57
Klopt helemaal (ik heb het aangepast). Misschien moet jij maar natuurkunde gaan geven i.p.v. ik :)

Op woensdag 3 apr 2013 om 08:47 is de volgende reactie gegeven
Ik hoop dat ik het haal :) Ik vind je uitleg super!