Inloggen

Krachtsoorten

De belangrijkste krachten, die in vrijwel elke situatie een rol spelen, zijn zwaartekracht (de kracht waarmee voorwerpen naar beneden worden getrokken door de aarde, afhankelijk van hun massa), normaalkracht (de kracht loodrecht op een oppervlak), spankracht (de kracht in een kabel, touw of snoer) en wrijvingskracht (de kracht die de beweging tegenwerkt: o.a. rolweerstand of rolwrijving, luchtweerstand of luchtwrijving en schuifwrijving of schuifweerstand ). In deze videoles de belangrijkste eigenschappen van deze krachten.



Voor het afspelen van de videoles 'Krachtsoorten' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Kracht, vector

Formules

 
Veerkracht Fv = C·u Fv = veerkracht (N)
C = veerconstante (Nm-1
u =uitrekking (m)
 
Zwaartekracht Fz = m·g Fz = zwaartekracht (N)
m = massa (kg)
g = 9,81 m/s2 (op aarde)

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Krachtsoorten" hoort bij:

HAVO:       Centraal examen (CE)
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:CE VWO:CE)

Test jezelf - "Krachtsoorten"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
De kracht die door een touw op een voorwerp wordt uitgeoefend heet …

De kracht die loodrecht op een oppervlak staat en bv. voorkomt dat een voorwerp door een tafel zakt heet …

De richting van de wrijvingskracht op een bewegend voorwerp is tegengesteld aan de …

touwkracht
spankracht
trekkracht
normaalkracht
reactiekracht
opwaartse kracht
zwaartekracht
somkracht
snelheid


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel krachten vind je in:
FotonKrachtenHAVO.pdf
FotonKrachtenVWO.pdf

Vraag over "Krachtsoorten"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Krachtsoorten

Nivar Gijsbers vroeg op maandag 18 dec 2017 om 22:27
Hoe zit het precies met veerkracht?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 19 dec 2017 om 10:39
Om een veer uit te rekken heb je een bepaalde kracht nodig. Dit komt omdat de veer zelf terug trekt als je hem uitrekt. Dit is veerkracht. De grootte van de veerkracht hangt af van hoe ver de je veer uitrekt (u) gerekend vanaf de ontspannen toestand. De veerkracht is recht evenredig met de uitrekking:

Fveer = constante*u

De constante heet de veerconstante en geeft aan hoe stug of slap de veer is. Een dikke stugge veer heeft een hoge veerconstante, een dunne slappe veer een lage veerconstante.

Als je meer wilt weten, bij de oefenopgaven over krachten staat de opgave "veerkracht" waarin alles nog een keer terugkomt. Uitwerking staat ook op de site.

Nivar Gijsbers reageerde op dinsdag 19 dec 2017 om 15:03
Bedankt Erik!


Op zaterdag 15 apr 2017 om 14:41 is de volgende vraag gesteld
Hoe kan de spankracht berekend worden?

Erik van Munster reageerde op zondag 16 apr 2017 om 13:00
Er bestaat niet een formule voor spankracht. De grootte van de spankracht moet je altijd afleiden aan de hand van de andere krachten die er op een kabel werken.

Stel bv dat er een massa aan de touw hangt. Uit het feit dat de massa stil hangt kun je afleiden dat de resulterende kracht op de massa nul moet zijn en dus dat de spankracht in de kabel even groot is als de zwaartekracht die op de massa werkt.


Jan Walter vroeg op zondag 4 sep 2016 om 11:01
Hallo Erik,
In de laatste opgave zeg je dat de richting van de wrijvingskracht tegengesteld is aan de snelheid van het voorwerp. Begrijp ik niet. Snelheid is toch een richtingloze grootheid? Het zou toch de richting van de somkracht moeten zijn?
Groet Jan Walter

Erik van Munster reageerde op zondag 4 sep 2016 om 12:16
Dag Jan Walter,

Snelheid heeft (net zoals kracht) een grootte en een richting. Het is dus geen richtingloze grootheid zoals bv massa of lading.

Dit merk je bijvoorbeeld als je iets zwaars over tafel schuift. Je voelt dan een wrijvingskracht die tegen de richting waarin je het voorwerp schuift gericht is.

Jan Walter reageerde op zondag 4 sep 2016 om 12:22
Dank


Op zaterdag 14 mei 2016 om 15:09 is de volgende vraag gesteld
Bij 4a zegt u dat bij een stilstaand voorwerp geldt: Fw = Fduw. Maar er kan toch ook gelden Fduw <Fw?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 14 mei 2016 om 20:05
Bij een stilstaand voorwerp is het zo dat de schuifwrijving zich aanpast aan de duwkracht. Zolang het voorwerp stil blijft staan zijn Fduw en Fw gelijk aan elkaar.

Pas al het voorwerp in beweging is gekomen is de schuifwrijving constant en kan Fduw dus ook kleiner zijn dan de schuifwrijving.

(Zie ook de aparte hierover: "Schuifwrijving")


Op donderdag 5 mei 2016 om 23:52 is de volgende vraag gesteld
Bij opdracht 22 van het examen HAVO 2014 II heb ik als antwoord Fn>Fz met als beredenering: ''de kracht waarmee tegen het vlak wordt geduwd is groter dan de Fz''. In het correctievoorschrift staat dat de auto wordt afgeremd, zou mijn beredenering ook goed worden gerekend?

Op vrijdag 6 mei 2016 om 00:33 is de volgende reactie gegeven
en in opdracht 4 van het examen 2011 I heb ik naast Fz ook Fn ingevuld, maar in het correctievoorschrift staat dat alleen Fz op de kar werkt. Dus werkt Fn niet op alle voorwerpen?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 6 mei 2016 om 10:12
FN is groter dan Fz omdat er een resulterende kracht naar boven moet zijn om de auto af te remmen. In je antwoord moet op de een of andere manier staan oftwel dat de auto afremt of dat er een resulterende kracht naar boven is, dus je zou denk ik maar de helft van de punten krijgen.

Bij de vraag over het examen uit 2011:
Alle beweging is verticaal in het stuk tussen C en D. Dit betekent dat in horizontale richting de resulterende kracht nul is. De normaalkracht staat loodrecht op het stuk CD en dus in horizontale richting en hier werkt dus geen kracht. Vandaar dat er geen normaalkracht is (Op het stuk A B is er wel normaal kracht maar dat wordt niet gevraagd).


Op donderdag 21 apr 2016 om 21:15 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Waarom is Fres gelijk aan de Fwr? Ik heb altijd de neiging om dit te doen: Fres = Fwr + Fzw dus Fwr = Fres - Fzw

Maar dat blijkt niet altijd te gelden. Wanneer moet je dit wel doen en wanneer niet?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 22 apr 2016 om 09:39
Fres = Fwr + Fzw geldt alleen voor een vallend voorwerp en alleen als je ervoor zorgt dat Fz en Fw tegengesteld van teken zijn (de een positief en de ander negatief).

In alle andere gevallen kun je de formule dus helaas niet zomaar gebruiken.

Er is bij krachten geen vaste formule te geven hoe je wrijvingskracht precies mee moet rekenen.
Je moet echt per situatie bekijken welke krachten er zijn, en welke richting ze hebben om te weten welke rol de wrijvingskracht heeft.


Op maandag 18 jan 2016 om 21:50 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,
Wij hebben een practicum gehad en daarbij hoort deze opgave. Ik heb zelf al het een en ander geprobeerd, maar ik kom er niet uit.
Hoe pak ik dit het beste aan?:
Opgaven:
Leidt de formule voor het frontaaloppervlak af. Tip stel eerst een vergelijking op tussen de omtrek van cirkel A en de omtrek van de cirkel die de onderkant van het hoedje vormt.
Gegevens:
frontaal oppervlak= oppervlakte cirkel A * (1-a/360)2
straal cirkel A: 10 cm
a is de grootte van de uitgeknipte hoek: 90 graden
diameter cirkel die de onderkant van het hoedje vormt: 14 cm

Fw=0,5*cw*p*A*v2


Ik hoop dat ik het duidelijk heb omschreven. Alvast bedankt!

Erik van Munster reageerde op maandag 18 jan 2016 om 22:47
Dan moet ik eerst iets meer weten wat het practicum inhield. Wat bedoel je met cirkel A en wat heb je precies gemeten? (Je kunt me misschien het best even mailen via "contact" hierboven)

Op woensdag 20 jan 2016 om 09:09 is de volgende reactie gegeven
Beste Erik,
Via de mail heb ik de extra informatie gestuurd.


Op zondag 18 okt 2015 om 09:11 is de volgende vraag gesteld
Is het verplicht om een pijl boven de krachten tekenen, want bij mij op school hebben we dit nooit gehad?

Erik van Munster reageerde op zondag 18 okt 2015 om 15:07
Het is niet verplicht om steeds een pijltje boven de F te zetten. Als je bijvoorbeeld als antwoord op een opgave geeft: "F = 40 N en de richting is recht omhoog" is dit prima. Vaak wordt ook niet de kracht gevraagd maar alleen de grootte van de kracht. Dan is alleen F = ...N goed.

Het is wel belangrijk dat je weet wat een pijltje boven een symbool betekent: Namelijk iets wat niet alleen een grootte maar ook een richting heeft.


Op dinsdag 26 mei 2015 om 10:43 is de volgende vraag gesteld
Wanneer werkt er een normaalkracht op een voorwerp?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 26 mei 2015 om 15:47
Normaalkracht werkt als een voorwerp tegen een oppervlak aan komt. Bijvoorbeeld als iets op tafel ligt, of als een auto op de weg rijdt. Of als een voorwerp op een helling ligt.

Bij een vliegtuig in de lucht of een voorwerp wat aan een touw hangt of zo is er dus geen normaalkracht.


Op maandag 19 jan 2015 om 15:54 is de volgende vraag gesteld
Kan ik deze krachten (wrijvingskracht, spankracht) ook berekenen?

Erik van Munster reageerde op maandag 19 jan 2015 om 17:33
Of je een bepaalde kracht kunt uitrekenen verschilt echt van situatie tot situatie en hangt er ook vanaf welke krachten er al gegeven zijn in een opgave.

Kortom: helaas geen standaardantwoord op te geven...


Astrid Kristiaan vroeg op woensdag 17 dec 2014 om 11:43
Hey,

Ik heb een vrij algemene vraag over krachten. Namelijk, wanneer komt er nou wel een pijl boven de F en wanneer niet? Is het gewoon het handigst als ik aanleer om altijd een pijltje boven een F te zetten in mijn berekeningen?

Groetjes

Erik van Munster reageerde op woensdag 17 dec 2014 om 13:12
De officiele regel is dat een vector (dus iets met een richting) altijd geschreven wordt met een pijltje erboven en een grootheid die alleen een getal is zonder pijltje.

F-met-pijltje betekent dus de krachtVECTOR
F zonder pijltje betekent 'de grootte van een kracht'.

Als er gevraagd wordt om de grootte van een bepaalde kracht schrijf je dus F = ... N zonder pijltje.

In de praktijk is niet iedereen even strikt hierin. Je komt vaak F tegen terwijl eigenlijk F-met-pijltje geschreven zou moeten worden. Meestal is uit de vraag zelf wel te herhalen wat er precies bedoeld wordt.


Op zaterdag 20 sep 2014 om 12:52 is de volgende vraag gesteld
Wat houdt de resulterende kracht precies in? Ik snap dat het de som van de krachten is maar kan dit niet echt toepassen op situaties.
Hoe zit dat bijvoorbeeld dan bij een eenparig versnelde beweging, welke krachten worden dan bij elkaar opgeteld?

Groetjess

Erik van Munster reageerde op zondag 21 sep 2014 om 14:01
Resulterende kracht is altijd de optelsom van ALLE krachten die ergens op werken. Het hangt van de situatie af welke krachten dit precies zijn.

Bij een eenparig versnellende auto zijn dit bijvoorbeeld:

Fmotor, Fwrijving, Fzwaartekracht, Fnormaal. De som vandeze 4 krachten is dan de resulterende kracht. Omdat de auto versnelt is dit ongelijk aan nul.

In een andere situatie werken er weer andere krachten maar om de resulterende kracht en de versnelling te kunnen bepalen moet je altijd ALLE krachten optellen.


Op woensdag 30 okt 2013 om 19:10 is de volgende vraag gesteld
Waar wordt de stuwkracht en de werkkracht uitgelegd?

Erik van Munster reageerde op woensdag 30 okt 2013 om 21:25
Met stuwkracht wordt de kracht bedoeld waarmee een voertuig, boot of vliegtuig wordt voortgeduwd. Er zijn geen aparte regels voor. Meestal wordt uit de opgave vanzelf wel duidelijk wat er met stuwkracht precies bedoeld wordt en welke richting hij heeft en of het door een motor wordt veroorzaakt en zo.

Wat er met "werkkracht" bedoeld wordt weet ik niet. Misschien ook iets wat bij een bepaalde opgave hoort waarin het wordt uitgelegd?