Inloggen

Levensloop van sterren

Wanneer een ster ontstaat uit een zich samentrekkende gaswolk is de temperatuur, en dus de kleur van de ster, direct afhankelijk van de grootte van de gaswolk. Hoe groter de gaswolk, en dus hoe zwaarder de ster, hoe blauwer en heter de ster is. In een Hertzsprung-Russeldiagram is dit duidelijk zichtbaar aan de vorm van de hoofdreeks waarbij de sterren na hun ontstaan op een diagonale lijn liggen. Omdat ze veel meer energie uitstralen zijn grote sterren veel sneller door hun brandstof heen dan kleinere sterren. Als de ster 'op' is zwelt de ster op en gaat van de hoofdreeks af en wordt een rode reus. Wat er vervolgens gebeurt hangt van af de grootte van de ster.



Voor het afspelen van de videoles 'Levensloop van sterren' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Hertzsprung-Russeldiagrammen

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Levensloop van sterren" hoort bij:

HAVO:       geen examenstof
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:geen examenstof VWO:geen examenstof)

Test jezelf - "Levensloop van sterren"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Een ster die in zijn kern waterstof omzet in helium ligt in een HR-diagram op de …

Een ster waarvan de waterstof op is wordt een …

Een kleine ster eindigt zijn leven als ster als een …

x-as
hoofdreeks
y-as
witte dwerg
supernova
rode reus
witte dwerg
supernova
rode reus


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel sterren & straling vind je in:
FotonSterrenStralingVWO.pdf

Vraag over "Levensloop van sterren"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Levensloop van sterren

Op zondag 7 jan 2018 om 19:50 is de volgende vraag gesteld
Hey erik,
Duidelijk dat een kleine ster vanuit de hoofdreeks , als grote reus en van daaruit witte dwerg wordt.
Maar die van de grote ster heb ik niet helemaal kunnen begrijpen?
Dus een grote ster die explodeerd en zendt straling, maar wordt een grote ster dan nooit een witte dwerg?
Want ons zon is er ook één. Hoe zit her daarmee dan? Want de zon bevindt zich ook in de hoodreeks?

Groetjes

Erik van Munster reageerde op maandag 8 jan 2018 om 08:30
Heel in het kort samengevat:

Kleine ster: Hoofdreeks > Rode reus > Witte dwerg
Grootte ster: Hoofdreeks > Rode Reus > Supernova > Neutronenster of Zwart gat

Dus: álle sterren staan in het begin van hun leven op de hoofdreeks en worden na verloop van tijd rode reus. En een grote ster wordt inderdaad geen witte dwerg. De zon is een relatief kleine ster en wordt dus eerst een rode reus en daarna een witte dwerg.

Op maandag 8 jan 2018 om 09:59 is de volgende reactie gegeven
Maar omdat de zon een kleine ster is, blijft het ds een hele lange tijd in de hoofdreeks. Maar er komt een tijd, dat de zon dus ook "dood"gaat?
En wat bepaald of het een neutronenster of zwart gat wordt? Ik had begrepen dat er in het zwarte gat een hele hoge zwaartekracht heerst en dat het alles absorbeerd, kan zo'n zwarte gat dan ook omliggende sterren absorberen?

Erik van Munster reageerde op maandag 8 jan 2018 om 11:15
Klopt, de zon is een vrij kleine hoofdreeksster en blijft relatief lang op de hoofdreeks. Hij zit nu ongeveer halverwege zijn tijd. Het duurt nog ongeveer 5 miljard jaar voordat de zon opzwel tot rode reus.

Voor grotere sterren bepaalt de massa bepaalt of het een zwart gat of neutronenster wordt:

Groter dan ongeveer 20 zonsmassa's wordt een zwart gat,
Tussen de 8 en 20 zonsmassa's wordt een neutronenster
Kleiner dan 8 zonsmassa's wordt (net zoals de zon) een witte dwerg.


Op woensdag 29 mrt 2017 om 15:50 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

In mijn boek staat dat bij kernfusie van waterstof er 4 protonen samensmelten tot 1 atoomkern van Helium. Verder zeggen ze dat de heliumkern 0,7% minder massa heeft dan de 4 protonen tezamen.
Mijn vraag is of dat wel klopt aangezien 4 protonen juist minder wegen dan een helium-4 kern die uit 4 nucleonen bestaat waaronder 2 protonen en 2 neutronen?

Erik van Munster reageerde op woensdag 29 mrt 2017 om 16:08
Je moet voor de massa van een helium-4 kern even kijken naar de atoommassa BINAs tabel 25 en daar nog de massa van de elektronen vanaf trekken. Als het goed is zie je dan dat de massa van He-4 lager is dan die van 4 losse protonen.

(Losse protonen en losse neutronen hebben een andere massa dan in een kern)

Op woensdag 29 mrt 2017 om 16:29 is de volgende reactie gegeven
Hoe komt het dat losse protonen en losse neutronen een andere massa hebben dan in een kern?

Erik van Munster reageerde op woensdag 29 mrt 2017 om 16:40
Komt omdat de energie van in een kern gebonden deeltjes lager is dan die van losse deeltjes. Zie ook de videoles "bindingsenergie" onder het kopje "Kernen & Deeltjes".


Op zondag 8 mei 2016 om 14:23 is de volgende vraag gesteld
Waar ligt de grens (qua massa) tussen een gemiddelde en een grote ster? Zodat je kunt weten wat er ontstaat door de massa van de ster oid te berekenen.

Erik van Munster reageerde op zondag 8 mei 2016 om 14:59
Sterren lichter dan ongeveer 8 keer de massa van de zon worden (qua sterevolutie) gezien als 'licht' en zullen eindigen als witte dwerg.

Als je wat concrete voorbeelden wil van stermassa's en evolutie: Kijk bij "Sterren & Straling" bij "oefenen" in het menu hierboven. Opgave 22 gaat over stermassa en evolutie. Uitwerkingen staan ook op de site.


Op maandag 8 feb 2016 om 17:21 is de volgende vraag gesteld
Kunt u mij uitleggen waarom in de Ringnevel een continuspectrum met daar bovenop een lijnspectrum aanwezig is? Waarom niet alleen een lijnspectrum of alleen een continu spectrum? Dit was een vraag die niet iedereen kon uitleggen...

Erik van Munster reageerde op maandag 8 feb 2016 om 20:39
Een continu spectrum wordt (in het heelal) meestal uitgezonden door een ster. Hier is de dichtheid namelijk zo groot dat het uitgezonden spectrum continu is. Als dit licht vervolgens door een wolk kouder gas heen moet voordat wij het zien, ontstaan er absorptielijnen. Je hebt dan dus een continu spectrum met daarbovenop absorptielijnen.

Om te weten of dit ook zo is met de ringnevel zou je eerst wat meer moeten weten hoe de nevel is opgebouwd en vanaf welke plaats het spectrum is opgenomen. Het midden? De rand? Moet het licht door een laag gas heen?