Inloggen

Positieve Lenzen

Het verloop van een willekeurige lichtstraal door een positieve (bolle) lens is met behulp van een constructietekeningen redelijk makkelijk te voorspellen met behulp van twee regels: 1) Stralen door het optisch midden (O) gaan altijd rechtdoor 2) Stralen die aan de ene kant van de lens parallel lopen gaan aan de andere kant door hetzelfde bijbrandpunt. In deze videoles uitleg over deze regels en voorbeelden van het gebruik ervan.



Voor het afspelen van de videoles 'Positieve Lenzen' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Lens, brandpuntsafstand, constructietekening

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Positieve Lenzen" hoort bij:

HAVO:       Keuzeonderwerp (SE)
VWO: : geen examenstof

(In het oude examenprogramma: HAVO:CE VWO:CE)

Test jezelf - "Positieve Lenzen"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Een lichtstraal valt van linksboven in op het optisch midden van een verticaal opgestelde positieve lens. In welke richting wordt de lichtstraal afgebogen?

Een lichtstraal valt parallel aan de hoofdas in op de bovenhelft van een verticaal opgestelde positieve lens. In welke richting wordt de lichtstraal afgebogen?

Een lichtstraal valt van linksboven schuin in op de bovenhelft van een verticaal opgestelde positieve lens. In welke richting wordt de lichtstraal afgebogen?

naar boven
naar beneden
gaat rechtdoor
naar boven
naar beneden
gaat rechtdoor
naar boven
naar beneden
gaat rechtdoor


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel licht & lenzen vind je in:
FotonLichtLenzenHAVO.pdf

Vraag over "Positieve Lenzen"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Positieve Lenzen

Oussama Akhiyat vroeg op maandag 11 apr 2016 om 21:28
Hoi Erik,
Er is een minimumafstand nodig tussen voorwerp en beeld om een scherp beeld te vormen. Waarom is dat zo en hoe is dat te verklaren aan de hand van de lenswet?

Erik van Munster reageerde op maandag 11 apr 2016 om 22:05
De voorwerpsafstand (v) moet altijd groter zijn dan de brandpuntsafstand (f) om een reeel beeld te vormen. Als je een constructietekening probeert te maken met v kleiner dan f kom je er achter dat er nergens een (reeel) beeld komt.

Ook uit de lenswet blijkt dit: Als je bijvoorbeeld invult f = 0,20 m en v = 0,10 m krijgt je:

1/f = 1/b + 1/v

1/0,20 = 1/b + 1/0,10

5,0 = 1/b + 10

1/b = 5,0 -10 = -5,0

1/b en dus ook b wordt dus negatief dus kan nooit een reeel beeld vormen.

Oussama Akhiyat reageerde op maandag 11 apr 2016 om 22:23
Dank u wel!


Mark Martens vroeg op woensdag 20 jan 2016 om 20:57
lichtstraal valt op een aan-twee-kante bolle lens.
lichtstraal valt op een aan-een-kant bolle lens en de andere kant is recht.
Welke lens heeft de kleinste brandpuntafstand....
de halfbolle lens breekt de uitgaande straal natuurlijk eerder van de normaal dus richting hoofdas....maar toch is het antwoord de aan twee kante bolle lens....Waarom?

Erik van Munster reageerde op donderdag 21 jan 2016 om 21:41
Bij de aan-een-kant-platte lens wordt het licht maar aan een oppervlak gebroken.

Bij de bolle lens wordt de lichtstraal aan beide oppervlakken naar de hoofdas toe gebroken: bij de overgang van lucht naar glas breekt hij naar de normaal toe en dus in de richting van de hoofdas. Bij de overgang van glas naar licht breekt de lichtstraal van de normaal af maar... Omdat de richting van de normaal nu ook veranderd is wordt de lichtstraal nog mee naar de hoofdas toe gebogen.

De aan-beide-kanten-bolle lens buigt het licht dus sterker en heeft dus een kortere brandpuntsafstand.

Mark Martens reageerde op donderdag 21 jan 2016 om 22:57
als de lichtstraal bij een aan-een-kant-platte lens binnenvalt op de bolle kant...dan breekt hij toch wel twee keer...hij raakt de platte kant namelijk scheef..of zie ik dit verkeerd?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 22 jan 2016 om 10:35
Klopt, aan de platte kant is er ook breking maar wel veel minder dan wanneer ook dit oppervlak bol zou zijn. Dit komt omdat de normaal bij een plat oppervlak parallel aan de hoofdas loopt en bij een bol oppervlak onder een hoek loopt.

Mark Martens reageerde op vrijdag 22 jan 2016 om 10:43
ok en daar is mijn probleem. Hij raakt de rechte kant eerder dan dat hij een bolle kant zou raken. Dus hij breekt bij een rechte kant eerder.
Hoe weet ik dan of de sterkere breking bij een aan-twee-kante-bolle lens ....de breking bij een aan-een-kant-bolle lens nog "inhaalt"?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 22 jan 2016 om 16:07
Als een lichtstraal parallel aan de hoofdas loopt en de platte kant eerst raakt is er helemaal geen breking (hoek met de normaal is 0). Zie ook het voorbeeld in de videoles "Lenzen")


Als je het precies wil weten kun je het ook tekenen. Als het nauwkeurig genoeg is kun je alle hoeken met de normalen opmeten en met de wet van Snellius uitrekenen hoe de lichtstraal verder gaat.

Als dat makkelijker is kun je ook een scan of foto van je tekening mailen naar me, hoor. Dat is wat makkelijker uitleggen.


Eva Rademaker vroeg op woensdag 26 mrt 2014 om 13:37
Hoe weet je welke hoek de bijas moet maken met het optisch midden?

Erik van Munster reageerde op woensdag 26 mrt 2014 om 14:38
Een bijas gebruik je als hulpmiddel om uit te vinden hoe een lichtstraal door een lens gebroken wordt.

Je tekent de bijas dan door het optisch midden en parallel aan de lichtstraal waarvan je wil weten hoe hij verder loopt. De richting weet je dus uit de oorspronkelijk lichtstraal.


Lisabeth Van Berkel vroeg op dinsdag 17 dec 2013 om 14:03
wanneer u de tekeningen maakt om de bijbrantpunt van de twee lijnen te vinden heeft u al een brandpunt F getekend .

Hoe wist u waar brandpunt F lag?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 17 dec 2013 om 14:19
Je kunt alleen maar bepalen hoe een lichtstraal verder gaat als je al weet waar het brandpunt ligt (tenzij de lichtstraal door O gaat). Dit betekent dat F in de opgave al gegeven is of dat je op een andere manier weet waar F ligt.

Als je niet weet waar F ligt moet je hier eerst op een andere manier achter komen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat gegeven is hoe een lichtstraal verder loopt en dat gevraagd wordt om F te bepalen. Bij een positieve lens teken je dan de lijn parallel aan de invallende lichtstraal door O. Waar de twee lichtstralen elkaar kruisen is het bijbrandpunt. Je weet dan het brandvlak en dus ook de ligging van het brandpunt.