Inloggen

Spanning, stroom & weerstand

In deze videoles wordt uitgelegd wat de verschillen tussen de begrippen stroom, spanning en weerstand zijn. Stroom is de hoeveelheid elektrische lading die ergens doorheen stroomt (bijvoorbeeld door een draad). Symbool van stroom is I, eenheid de Ampère (A). Spanning kan het makkelijkst begrepen worden door het te zien als de 'kracht' waarmee de stroom door de draad 'geduwd' wordt. Symbool van spanning is U, eenheid de Volt (V). Weerstand is een maat voor hoe goed stroom wordt tegengehouden. Symbool van weerstand is R, eenheid de Ohm (Ω). Stroom, spanning en weerstand zijn onmisbaar om de werking van elektrische schakelingen te snappen.



Voor het afspelen van de videoles 'Spanning, stroom & weerstand' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Schakeling, schema

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Spanning, stroom & weerstand" hoort bij:

HAVO:       Centraal examen (CE)
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:CE VWO:CE)

Test jezelf - "Spanning, stroom & weerstand"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
"De hoeveelheid elektrische lading die per seconde passeert" wordt ook wel … genoemd.

Het symbool R wordt gebruikt voor de grootheid …

De eenheid Volt (V) hoort bij de grootheid …

Stroom
Spanning
Weerstand
Stroom
Spanning
Weerstand
Stroom
Spanning
Weerstand


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel elektrische schakelingen vind je in:
FotonElektrischeSchakelingenHAVO.pdf
FotonElektrischeSchakelingenVWO.pdf

Vraag over "Spanning, stroom & weerstand"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Spanning, stroom & weerstand

Op zaterdag 5 mei 2018 om 14:58 is de volgende vraag gesteld
Dag meneer,
In een opgave moet staat er een I, U grafiek en daaruit moet ik bepalen wat de R moet zijn op U = 0 V. De lijn begint bij de oorsprong. Hierbij nemen ze de raaklijn. Ik snap niet waarom de raaklijn gelijk is aan de weerstand in een I, U-grafiek?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 5 mei 2018 om 15:57
Normaal gesproken is de weerstand U/I en kun je de waarde van U en I gewoon aflezen uit de grafiek en invullen. Bij U=0V kan dit niet. Je zou dan R = 0/0 krijgen en dat kun je niet uitrekenen. Vandaar dat ze hier de raaklijn nemen. Eigenlijk is dit niet de weerstand want bij 0V bestaat er geen weerstand maar je rekent als het ware terug wat de weerstand zou zijn bij 0V.


Op zaterdag 5 mei 2018 om 13:06 is de volgende vraag gesteld
Dus als ik het goed begrijp is het zo dat een weerstand de stroomsterkte vermindert, maar er niets gebruikt met de spanning(dus de energie per coloumb)?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 5 mei 2018 om 13:54
Energie wordt alleen maar verbruikt als er stroom loopt én een spanningsverschil is tussen twee plaatsen. Dit kun je ook zien aan de formule voor vermogen (P=U*I). Als er geen spanning is wordt er geen energie verbruikt maar als er wél spanning is maar géén stroom loopt wordt er ook geen energie verbruikt. Je hebt beide nodig voor vermogen.

Op zaterdag 5 mei 2018 om 14:16 is de volgende reactie gegeven
Ah, dus een weerstand zorgt ervoor dat de stroom vermindert(het punt voor de weerstand heeft meet stroom dan het punt na de weerstand) + dat er een verschil is in is spanning/Energie tussen het punt voor de weerstand en het punt na de weerstand?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 5 mei 2018 om 15:39
Een weerstand zorgt inderdaad dat de stroom (in de tak waarin de weerstand zit) vermindert. Maar het is wel zo dat de stroom dan in de héle tak tegelijk minder wordt. Er stroomt altijd evenveel stroom de weerstand in als uit.

De spanning is inderdaad anders tussen het punt vóór en na de weerstand.


Op donderdag 1 mrt 2018 om 12:40 is de volgende vraag gesteld
Ik snap nog steeds niet wat een weerstand doet. Kan iemand het mij uitleggen

Erik van Munster reageerde op donderdag 1 mrt 2018 om 13:32
Een weerstand "doet" op zichzelf niks. Het is een klein stukje materiaal gemaakt van een mengsel van koolstof en rubber met daaraan twee draadje om de weerstand mee aan te sluiten.

Als je spanning op een weerstand zet zet gaat er stroom lopen en de hoeveelheid stroom is afhankelijk van de waarde (R) van de weerstand. Een weerstand met veel koolstof heeft een kleine R en geleidt goed, een weerstand met juist weinig koolstof isoleert en heeft juist grote R.

Weerstanden worden gebruikt in schakelingen om ervoor te zorgen dat op de juiste plaats de juiste spanning komt te staan en de goede hoeveelheid stroom loopt. Het hangt van de schakeling en de toepassing af waar in de schakeling welke weerstand wordt gebruikt..


Medine Erdemir vroeg op zaterdag 2 dec 2017 om 19:06
meneer ik moet een u,i diagram kunnen maken van een NTC- weerstand bij verschillende temperaturen. Hoe doe ik dit?

Medine Erdemir reageerde op zaterdag 2 dec 2017 om 19:25
en ik moet dit doen: Bereken de weerstand van de NTC-weerstand bij de verschillende temperaturen en zet die
weer in een tabel en maak een (R,T)-diagram.
Meneer dit heb ik echt nooit gehad, hoe doe je dit soort dingen

Erik van Munster reageerde op zondag 3 dec 2017 om 15:04
Een NTC is een temperatuurgevoelige weerstand. De weerstand hangt dus van de temperatuur af. Weerstand kun je bepalen door verschillende spanningen op de NTC te zetten en bij elke spanning de stroom te meten. Als je de resultaten hiervan in een grafiek met horizontaal spanning en verticaal de stroom zet (U,I-diagram) kun je uit de helling de weerstand bepalen bij díe temperatuur. Daarna herhaal je alles bij een andere temperatuur.

Voordat je gaat meten zul je dus eerst een manier moeten verzinnen om de temperatuur van de NTC in te stellen. Hangt er heel erg van af wat voor soort spullen je hiervoor hebt...


Op zaterdag 2 dec 2017 om 17:16 is de volgende vraag gesteld
kunnen stroom/ spanning ooit verloren gaan? want volgens de wet van KIrchoff kan dit niet?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 2 dec 2017 om 17:54
Zeker kunnen spanning en stroom op een gegeven moment stoppen. Voor het laten lopen van stroom door een weerstand is namelijk energie nodig en die is niet oneindig. Bij een batterij komt deze energie uit chemische energie die ophoudt als de batterij 'op' is.

Toch blijft de wet van Kirchhoff gewoon geldig. Als U=0 en I=0 omdat een batterij leeg is geldt de wet nog steeds...


Op donderdag 22 jun 2017 om 17:48 is de volgende vraag gesteld
In mijn boek staat dat in een parallelschakeling I evenredig is met G. Waarom is dit zo? Waar is dit uit af te leiden?

Op donderdag 22 jun 2017 om 17:50 is de volgende reactie gegeven
Ik snap ook niet waarom R 1/G is en waarom G 1/R is. Waaruit kun je dit afleiden? (als je de formules ombouwt)

Erik van Munster reageerde op donderdag 22 jun 2017 om 17:54
Een parallelschakeling betekent altijd een schakeling met een vertakking erin. Bij een vertakking verdeelt de stroom zich over de verschillende takken. Door de tak waar het makkelijkst stroom door loopt (dus met de grootste geleidbaarheid G) loopt de meeste stroom. Vandaar: Hoe beter de geleidbaarheid, hoe groter de stroom die door die tak loopt.

G = 1/R is gewoon een definitie. Er is afgesproken om 1/R "geleidbaarheid" of "geleidingsvermogen" te noemen.


Op donderdag 22 jun 2017 om 16:11 is de volgende vraag gesteld
Hoi, Ik heb een tijdje geleden een toets natuurkunde Elektriciteit gehad en daar kwam deze vraag: Henk wil een bureaulamp (230 V; 60 W) en een fietslampje (6v; 0,3 A) aansluiten om het lichtnet (230 V). Zijn vriendin Fatima zegt dat hij dit niet moet doen, omdat het fietslampje dan kapot zal gaan.

Leg uit of het fietslampje kapotgaat als Henk beide lampen toch in serie aansluit op het lichtnet. Neem aan dat de weerstand van de lampen niet verandert.

Ik snap niet echt hoe je kunt weten wanneer het lampje kapot gaat. Bij teveel volt? teveel ampere? En hoe weet je of het teveel is? Ik snap dit stuk niet helemaal. Ik wist niet eens dat een lamp überhaupt kapot kon gaan daardoor.

Erik van Munster reageerde op donderdag 22 jun 2017 om 16:32
Ja, lampjes kunnen kapot gaan als er teveel stroom door het gloeidraadje loopt. Het wordt dan zó warm dat het draadje smelt en op een plaats breekt.

Van beide lampjes kun je de weerstand berekenen:

Gloeilamp: Met P=U*I kun je berekenen dat er bij 230 V een stroom loopt van 0,26 A. De weerstand is dan R = U/I = 230/0,26 = 885 Ohm

Fietslampje: R=U/I = 6 / 0,3 = 20 Ohm.

Als je de lampjes in serie zet kun je de weerstanden optellen (als je even aanneemt dat de weerstand constant is). Voor de totale weerstand vind je dan: 905 Ohm. Aangesloten op het stopcontact zal er door beide lampjes een stroom lopen van I = U/R = 230 / 905 = 0,25 A.

Het lampje kan een stroom aan van 0,30 A en zal dus NIET kapot gaan als het in serie met de gloeilamp wordt aangesloten op het stopcontact. (Als het fietslampje zonder de gloeilamp op het stopcontact wordt aangesloten zal het ongetwijfeld kapot gaan maar dat is hier niet de vr

Op donderdag 22 jun 2017 om 16:42 is de volgende reactie gegeven
Dus als ik het goed begrijp hangt de stroomsterkte ervan af of een lampje kapot gaat of niet?

Erik van Munster reageerde op donderdag 22 jun 2017 om 17:15
Ja, klopt. Teveel stroom zorgt dat een lampje kapot gaan. En hoeveel stroom er door het lampje loopt wordt weer bepaald door hoeveel spanning je erop zet.


Jeroen van Asten vroeg op zaterdag 22 mrt 2014 om 12:50
Weerstand wordt omschreven als "Hoe goed spanning wordt weerstaan". Maar een weerstand zorgt er toch voor dat er minder stroom gaat lopen? Dus zou een weerstand dan niet eigenlijk moeten worden omschreven als "Hoe goed stroom wordt weerstaan"?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 22 mrt 2014 om 13:11
Dag Jeroen,

Zo kunt je het inderdaad ook zeggen dat weerstand stroom tegenhoudt. Maar de oorzaak van dat er stroom gaat lopen is de spanning.

Je kunt het vergelijken met een waterpomp die water door een slang heen pompt. Als je de slang halverwege een beetje dichtknijpt gaat er minder water stromen. De druk van de pomp (die je kunt vergelijken met de spanning) wordt dus beter weerstaan en er zal minder stroom lopen.


Op zaterdag 25 jan 2014 om 14:37 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Is stroomsterkte en elektrische stroom hetzelfde?

mvg

Erik van Munster reageerde op zaterdag 25 jan 2014 om 15:02
Ja, met "stroomsterkte" en "elektrische stroom" wordt hetzelfde bedoeld. Namelijk hoeveel elektrische lading ergens per seconde langs stroomt.
.


Annabel Dominicus vroeg op vrijdag 17 jan 2014 om 16:26
Beste Erik,

In mijn boek vragen ze aan welke eis de weerstand van een voltmeter moet voldoen. Het antwoord is dat deze een hoge weerstand moet hebben zodat er zo weinig mogelijk volt door de voltmeter komt. Waarom moet die weerstand dan zo hoog zijn,want wat gebeurt er als hij een lage weerstand zou hebben? En hoe zit dat dan met de ampère meter?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 17 jan 2014 om 16:38
Dag Annabel,

Bij een stroom- of spanningssmeter wil je dat ze zo min mogelijk invloed hebben op de schakeling:

Stroommeter: Deze sluit je altijd in serie aan met datgene wat je wil meten. De stroom die je wil meten moet dus ook door de meter zelf heen lopen en dit gaat het best als de weerstand zo LAAG mogelijk is.

Spanningsmeter: Deze sluit je altijd parallel aan aan datgene wat je wil meten. Je wilt hier juist dat er zo min mogelijk stroom door de spanningsmeter gaat lopen omdat het anders de totale stroom ook verandert. De weerstand moet dus zo HOOG mogelijk zijn.

Het zit hem dus in de verschillende manieren van aansluiten van stroom- en spanningsmeters.


Marissa Gaanderse vroeg op donderdag 25 jul 2013 om 11:15
maakt het uit waar de ampere en voltmeter in een schakeling staan?

Erik van Munster reageerde op donderdag 25 jul 2013 om 16:19
Een amperemeter sluit je zo aan dat alle stroom die door datgene loopt waar je de stroom door wilt meten ook door de amperemeter loopt. Hij kan zowel ervoor als erachter staan, dat maakt niks uit.

Een spanningsmeter (voltmeter) zet je altijd parallel aan datgene waar je de spanning over wil meten. Een kant van de spanningsmeter zit aan ene kant van de weerstand de andere kant van de spanningmeter aan de andere kant.

Makkelijkst te onthouden:

*Amperemeter altijd in serie
*Voltmeter altijd parallel