Inloggen

Vervalsoorten

Radioactieve isotopen kunnen op verschillende manieren vervallen. Op welke manier een isotoop vervalt kun je vinden in BINAS. In deze videoles wordt uitgelegd wat er precies gebeurt met de protonen en neutronen in een atoomkern bij ieder soort verval en hoe de bijbehorende reactievergelijking eruit ziet.



Voor het afspelen van de videoles 'Vervalsoorten' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Radioactief, isotoop, proton, neutron, elektron

BINAS

Belangrijke tabel(len) in Binas: 25

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Vervalsoorten" hoort bij:

HAVO:       Centraal examen (CE)
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:CE VWO:CE)
K-vangst hoort niet bij het officiele examenprogramma

Test jezelf - "Vervalsoorten"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Welke isotoop ontstaat bij het verval van Cesium-137?

Thallium-201 vervalt door K-vangst. Welke isotoop ontstaat hierbij?

Wat is het vervalproduct bij het verval van een Plutonium-241-kern?

Xe-137
I-133
Ba-137
Pb-202
Hg-201
Tl-202
U-237 én Am-241
U-237 óf Am-241
geen van beide


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel ioniserende straling & medische beelden vind je in:
FotonIoniserendeStralingHAVO.pdf
FotonIoniserendeStralingVWO.pdf

Examenopgaven

Recente examenopgaven waarin "Vervalsoorten" een rol speelt (havo/vwo):
Dateren met Rb en Sr (h), Kernafval (h), Onderzoek naar metaalmoeheid (v), Radiumbad (h), Renium-188 (h), Rookmelder (v), Samarium-153 (h), Tritium in een kerncentrale (v), Verontreinigd Technetium (h),

Vraag over "Vervalsoorten"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Vervalsoorten

Aya Hammoudeh vroeg op donderdag 2 aug 2018 om 09:14
Beste Erik,
1- Op een HAVO-examen heb ik deze vraag gevonden:
* Welk deeltje komt bij de vervalreactie vrij? A elektron B neutron C proton D α-deeltje *
Mijn eigen antwoord was D, maar toen ik naar de antwoorden (op de website) keek, vond ik dat D fout was en het goede antwoord was A. Ik snap eigenlijk niet waarom A is goed, kunt u dat voor mijn uitleggen?

*******************************************************
2- Als er sprake is van een ongeladen voorweerp en dan hebben wij een plus erbij neergezet(+), dan wordt de totaale lading van dat voorwerp twee plussen en een min, Is dat goed?
********************************************************
Alvast bedankt voor uw hulp,
Met vriedelijke groet,

Erik van Munster reageerde op donderdag 2 aug 2018 om 11:34
Dag Aya,

Over je 1e vraag: Daarvoor moet ik wel weten wat de opgave precies is. Bij "examens" in het menu hierboven kun je de de opgave terugvinden en daar kun je ook de vraag nog een keer stellen als je er zelf niet uitkomt. Ook voor je 2e vraag kan ik je alleen helpen als ik weet wat de vraag precies is.


Soufiane Ajjaji vroeg op zaterdag 12 mei 2018 om 17:19
Beste Erik,

Stel u voor dat als er uit uw reactievergelijking een atoom uitkomt dat niet in de binas staat.
Is dat direct fout? of kan het wel kloppen?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 12 mei 2018 om 17:23
Nee hoor, dat een vervalproduct niet in BINAS staat wil niet zeggen dat het niet bestaat. Tabel 25 is zeker niet compleet. Er bestaan veel isotopen die niet in de tabel staan.

Soufiane Ajjaji reageerde op zaterdag 12 mei 2018 om 17:39
oke, dat is mooi om te weten want ik twijfelde bij een opgave.


Svea Thiesbrummel vroeg op donderdag 4 mei 2017 om 10:26
Hoe kan je dan zien bij welke reacties bijvoorbeeld een betadeeltje en een gammafoton allebei vrijkomen? Is dit altijd wanneer er in BINAS tabel 25 beta en gamma staat onder het kopje verval? Of kan het ook zo zijn dat er bijvoorbeeld beta- en gammaverval in de BINAS staat bij een deeltje maar dat alleen beta of alleen gamma vrijkomt?

Erik van Munster reageerde op donderdag 4 mei 2017 om 13:11
Als er in BINAS staat dat er ook gammaverval is dan is dit altijd tegelijk met de andere soort verval. Als er bijvoorbeeld beta en gamma staat dan wordt er bij elk verval een beta én een gammadeeltje uitgezonden.


Op dinsdag 28 mrt 2017 om 15:38 is de volgende vraag gesteld
Wanneer je een reactievergelijking moet geven, mag je dan aangeven dat er een gamma foton vrijkomt, of liever niet?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 28 mrt 2017 om 15:57
Ik zou een gammafoton zeker opschrijven in een reactievergelijking. Wel even opletten : Er zijn ook vervalreactie waarbij géén gammafoton vrijkomt. Alle info kun je vinden in BINAS tabel 25.

Soms vragen ze niet naar een vergelijking maar alleen naar welke stof er ontstaat. Daar hoeft het niet natuurlijk.


Op dinsdag 7 mrt 2017 om 18:52 is de volgende vraag gesteld
In mijn boek staat dat radon-222 ontstaat uit Uranium-238, maar hoe kan dit kloppen aangezien er in totaal 16 nucleonen waaronder 4 protonen vrijkomen? Een alpha-deeltje bestaat toch uit 4 nucleonen waaronder 2 protonen.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 7 mrt 2017 om 19:46
De reeks van Uranium238 naar Radon-222 loopt als volgt:
U238 > Th234 > Pa234 > U234 > Th230 > Ra226 > Rn 222

Inderdaad een afname van 16 nucleonen. 4 van de stappen zijn dus alfaverval en deze zorgen voor een afname van het aantal protonen van 8. Lijkt niet te kloppen met want Radon heeft 86 protonen en Uranium 92. Een verschil van 6.

Maar, er zijn in de reeks hierboven ook nog twee stappen met betaverval. Bij betaverval blijft het aantal nucleonen in de kern gelijk maar er verandert een neutron in een proton.
Het aantal protonen neemt dus af met 8-2 = 6 en dan klopt het weer.


Op woensdag 8 feb 2017 om 15:10 is de volgende vraag gesteld
In je filmpje heb je het over Kalium40 wat vervalt met B-.
Van 40/19 gaan we naar 40/20. In je filmpje zeg dat dit komt doordat er een elektron wordt weggeschoten. Maar in feite krijg ik er toch een proton bij wat die gaat van 19 naar 20.
Ik concludeer hieruit dat een neutron dan veranderd is in een proton. klopt dit?
Hoe zorgt die elektron dan daarvoor?

Groeten en bedankt alvast voor je antwoord.

Erik van Munster reageerde op woensdag 8 feb 2017 om 16:19
Klopt wat je schrijft: In de kern verandert bij beta-verval een neutron in een proton en hierbij ontstaat een elektron wat meteen uit de kern wordt weggeschoten. Je zou ook kunnen zeggen dat één van de neutronen in een Kalium40 kern instabiel is en uiteenvalt in een proton en een elektron.


Op vrijdag 30 dec 2016 om 00:36 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

In mijn boek moest ik de vervalreeks van Th-232 naar Pb-208 weergeven maar in het antwoordenboek stond er Beta verval+ gamma verval. Ik keek toen naar een andere som en daarbij stond in tabel 25 : beta verval en gamma verval. Dus schreef ik ze allebei op. Maar in het antwoordenboek wordt alleen betaverval weergegeven. mijn vraag is, is het noodzakelijk om gamma verval op te schrijven?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 30 dec 2016 om 09:58
Als gevraagd wordt naar de volledige vervalreactie dan moet je gamma er ook bij opschrijven.

Als er alleen gevraagd wordt naar het vervalproduct wat ontstaat hoeft het niet. Een gammadeeltje verandert namelijk niets aan het massa- en ladingsgetal.


Kim Wieltink vroeg op vrijdag 10 jun 2016 om 19:59
Beste Erik,

1. In mijn huiswerk staan veel opdrachten waarbij ik een vervalreeks van een radioactief atoom moet opstellen. Soms is er bij een atoom dus alfa- en beta-verval mogelijk. Van welk verval moet ik dan uitgaan om uiteindelijk op het juiste isotoop uit te komen?

2. In mijn boek staat de voorbeeldopgave: 'tot welke loodisotoop vervalt uranium-235?'. Het antwoord hierbij is 'Er zijn vier stabiele loodisotopen: lood-204, lood-206, lood-207 en lood-208. Het eindproduct voor uranium-235 is lood 207 aangezien dit een afname van het massagetal van 28 oplevert, ofwel 7 alfadeeltjes.' Dit snap ik alleen niet. Waarom is het antwoord nou lood-207?

Alvast bedankt.

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 jun 2016 om 20:19
Je 1e vraag: Als er in BINAS staat alfa en beta kan het allebei. Een kern zal dan op een van de twee manieren vervallen. Toeval bepaald welke en er zijn dus twee mogelijke vervalproducten.

2e vraag:
Het massagetal neemt alleen bij alfaverval af. Omdat een alfadeeltje een massa van 4u heeft kan het massagetal alleen on stapjes van 4 afnemen. Van 235 naar 207 is 28 en dit is 7 keer een stapje van 4. Vandaar.

Kim Wieltink reageerde op vrijdag 10 jun 2016 om 21:47
1. Moet je bij zo'n vraag dan ook alle mogelijke vervalreeksen gaan opschrijven die kunnen plaatsvinden of mag je er gewoon eentje kiezen?
2. Ik snap het. Zelf zou ik ook denken 92 (massagetal U) - 82 (massagetal Pb) = 10 dus er is een afname van 10 protonen dus een afname van 20 van het massagetal dus dan zou je uitkomen op massagetal 215. Ik zag al gelijk dat dit fout was omdat massagetal 215 niet bestaat bij Pb. Maar hoezo kan het niet op die manier? Dan kan ik die fout voorkomen voor later.

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 jun 2016 om 23:32
1. Alleen als er in de opgave staat dat je de hele reeks moet opschrijven. Als er gevraagd om de vervalreactie hoef je alleen tot het eerste vervalproduct ( of twee als het alfa en beta is) op de schrijven.

2. Volgens mij haal je massagetal en atoomnummer door elkaar. 92 is het atoomnummer van U, niet het massagetal.

Hoop dat je hier iets verder mee komt...

Kim Wieltink reageerde op zondag 12 jun 2016 om 12:52
1. Snap ik nu.
2. Klopt, stom! Ik bedoelde inderdaad atoomnummer 92 en 82. Het verschil in atoomnummer is dan 10. En aangezien een alfadeeltje massagetal 4 heeft en atoomnummer 2 dacht ik, als het atoomnummer met 10 afneemt, dan neemt het massagetal af met 20. Dit klopt dus alleen niet. En ik snap niet waarom niet.

Erik van Munster reageerde op zondag 12 jun 2016 om 13:22
Dat komt omdat het atoomnummer niet alleen door alfaverval maar ook door betaverval verandert. Bij elk betaverval wordt het atoomnummer met 1 opgehoogd.

Een verandering van massagetal kan wel alleen door alfaverval komen. In dit geval dus 7 keer alfaverval. Als jet alleen alfaverval zou zijn zou het atoomnummer met 7x2 moeten zijn afgenomen. Maar het is maar met 10 afgenomen. Kennelijk is er dus ook 4 keer betaminverval geweest.

Kim Wieltink reageerde op zondag 12 jun 2016 om 13:35
Oke ik snap het dankjewel!


Denise Star vroeg op dinsdag 10 mei 2016 om 17:53
hoe weet je welk isotoop ontstaat bij een bepaald verval?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 10 mei 2016 om 18:58
Je komt achter de isotoop die ontstaat door de reactievergelijking op te stellen. Als je zorgt dat links en rechts het massagetal en het ladingsgetal gelijk zijn kom je er vanzelf achter wat het massagetal en ladingsgetal is van de isotoop die ontstaat.

Daarna kun je in BINAS opzoeken hoe de atoomsoort heet.

Denise Star reageerde op woensdag 11 mei 2016 om 15:34
bedankt!!


Op vrijdag 6 mei 2016 om 19:11 is de volgende vraag gesteld
Hoe moet je weten dat Thallium atoomnummer 81 heeft als het niet in binas staat, wat moet je doen als zo'n vraag op de toets komt?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 6 mei 2016 om 20:14
Als een stof niet in tabel 25 staat kun je ook in het periodiek systeem kijken (laatste tabel in BINAS). Hier kun je naam, afkorting en atoomnummer van elk atoom vinden.

Op maandag 9 mei 2016 om 22:13 is de volgende reactie gegeven
Bedankt, en is K-vangst een positron want bij voorbeeldvraag 2 hierboven hoort er een positron te staan om het gelijk te maken met Tl-201

Erik van Munster reageerde op maandag 9 mei 2016 om 22:44
Je krijgt inderdaad ook Tl-201 als eindproduct bij positronstraling (betaplus). Het vervalproduct is bij K-vangst en betaplusverval hetzelfde, maar het is wel wat anders:

Bij K-vangst wordt een elektron in de kern opgenomen.

Bij betaplus wordt een positron uitgezonden.

Vervalproduct is hetzelfde maar de manier waarop het ontstaat is anders.


Op maandag 25 apr 2016 om 21:03 is de volgende vraag gesteld
Ik heb een vraag over een CCVX examenvraag: Geef de reactievergelijking van het kernproces, waarbij U-238 een neutron invangt.

Ik dacht dat dit het antwoord was:
238/92 U + 1/0 n --> 4/2 He + 235/90 Th

235/90 staat echter niet in de BINAS (5e editie). Is dit dan wel de goede reactievergelijking?

Erik van Munster reageerde op maandag 25 apr 2016 om 21:26
Nee hoor veel makkelijker. Het neutron komt gewoon in de kern terecht (het wordt ingevangen staat in de vraag) het antwoord op de vraag is dus...

238/92 U + 1/0n --> 239/92 U

(U-239 is zelf weer instabiel en zal via beta-min verval verder vervallen. Uiteindelijk ontstaat Plutonium-239 wat een hele lange halveringstijd heeft)

Tanja Liefrink reageerde op maandag 25 apr 2016 om 21:56
Bedankt voor de snelle reactie! Ik heb veel te moeilijk nagedacht


Julia Zorge vroeg op maandag 11 apr 2016 om 08:18
Hoe weet je wat het vervalproduct is, dus wat er achter de pijl in de reactievergelijking moet komen te staan?

Erik van Munster reageerde op maandag 11 apr 2016 om 09:31
Door eerst op te zoeken wat voor soort verval het is (in BINAS of in de opgave). Daarna kun je door het massagetal en ladingsgetal links en rechts gelijk te maken erachter komen wat er precies ontstaat. Eventueel kun je in BINAS weer vinden wat de naam is van de atoom soort die er ontstaat.

Als je het makkelijker vindt om wat voorbeelden te zien:kijk bij "oefenen" hierboven. In het hoofdstuk Ioniserende Straling staan opgave 2 en 3 die precies hierover gaan. Uitwerkingen staan ook op de site.


Op donderdag 28 mei 2015 om 20:32 is de volgende vraag gesteld
Geachte meneer van Munster,

Hoe komt u bij vraag 3 aan U-237 (Am-241 begrijp ik)? Ik bedoel, wat is de beredenatie?



Met hartelijke groet,

Erik van Munster reageerde op vrijdag 29 mei 2015 om 08:57
Plutonium-214 (atoomnummer 94) kan onder andere vervallen via alfa-verval.

Dit betekent dat er een alfadeeltje ontstaat. Het massagetal van het deeltje wat dan ontstaat wordt 241-4 = 237, het ladingsgetal wordt 94-2 = 92. Atoomnummer 92 is uranium dus het deeltje wat ontstaat bij alfaverval van Pu-214 is U-237.

Op maandag 1 jun 2015 om 18:52 is de volgende reactie gegeven
Dank u wel! Ik begrijp het nu. :D


Jouke van Riel vroeg op dinsdag 12 mei 2015 om 20:16
In de video wordt een voorbeeld gegeven van alfaverval: Po-214 > Pb-210 + "alfa"

Eerder legde je uit dat een alfadeeltje enkel een He-4 kern is zonder elektronen.
Pb heeft 82 elektronen, Polonium 84 en het alfadeeltje geen.
In mijn beleving "mis" twee elektronen.
Zie ik iets over het hoofd?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 12 mei 2015 om 21:12
Dag Jouke,

Een Po-214 kern, een Pb-210 kern en een alfa deeltje hebben allemaal geen elektronen dus hier zit het probleem niet.

De problemen komen door tabel 25 van BINAS. Alle massas die hier staan zijn van de atomen. Met met elektronen dus.

Volgens mij zie je over het hoofd dat ook de massa van Helium-4 die in BINAS staat 2 elektronen teveel heeft. Als je deze meerekent heb je links 84 elektronen teveel en rechts 82 + 2 = ook 84 elektronen teveel.

Jouke van Riel reageerde op dinsdag 12 mei 2015 om 21:17
Ja en nu heb ik 'm!


Jouke van Riel vroeg op donderdag 7 mei 2015 om 20:01
Hallo Erik,

Is een Alfa-deeltje een Helium-4 kern (ion) of is deze compleet (met elektronen)?

Alvast bedankt,

Jouke van Riel reageerde op donderdag 7 mei 2015 om 20:05
Sorry kleine aanvulling.
Graag zou ik hetzelfde willen weten over protonen(staling)?

Erik van Munster reageerde op donderdag 7 mei 2015 om 20:46
Een alfadeeltje is een Helium-4-kern. Dus een ion zonder elektronen.

Een proton is een Waterstof-1-kern. Ook een ion zonder elektron.

(Wel even oppassen als je BINAS tabel 25 gaat gebruiken om de massa van een alfadeeltje op te zoeken: Alle massa's in deze tabel zijn de massa's van de complete atomen. Als je de massa van een alfadeeltje wilt uitrekenen moet je de massa van 2 elektronen ervan aftrekken.)


Marit van Noort vroeg op dinsdag 24 feb 2015 om 19:30
Bij de K-vangst met cadmium-109 wordt er een elektron geabsorbeerd door de kern, hoe kan het dat het atoomnummer daardoor van 48 naar 47 gaat? Want het atoomnummer is het aantal protonen in de kern. Waarom vermindert het aantal protonen door het 'toevoegen' (absorberen) van een elektron?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 24 feb 2015 om 20:33
Dag Marit,

Dat komt omdat er bij Kvangst in de kern een proton verandert in een neutron, door het invangen van een elektron.

Het totale aantal deeltjes in de kern blijft dus gelijk. Het aantal neutronen gaat 1 omhoog en het aantal protonen 1 omlaag.

Marit van Noort reageerde op zondag 1 mrt 2015 om 15:09
Ik begrijp het, bedankt!


Op donderdag 15 jan 2015 om 19:39 is de volgende vraag gesteld
Hallo,
Het antwoord op vraag 3 is U-237 of Am-241. Maar U-237 staat niet in mijn BINAS, alleen U-236 en U-238. Hoe kan dit? (Ik heb de 5e editie)
Alvast bedankt!

Erik van Munster reageerde op donderdag 15 jan 2015 om 20:35
Je hebt gelijk: isotoop U-237 staat niet in BINAS (ook niet BINAS ed 6). Hij komt dan ook niet in de natuur voor. Maar dat wil niet zeggen dat het niet kan ontstaan uit een vervalreactie. Er ontstaat dus wel degelijk ook U-237 bij het verval van Pu-241.

Het aantal mogelijk isotopen is veel en veel groter dan wat er in BINAS staat. Overigens komt ook Pu-241 niet in de natuur voor (al staat het juist weer wel in BINAS)

Op vrijdag 16 jan 2015 om 19:27 is de volgende reactie gegeven
Oké, heel erg bedankt voor uw antwoord!


Op zondag 8 jun 2014 om 12:02 is de volgende vraag gesteld
Hallo,
hoe kun je weten waarin het atoom vervalt,
dus als je bijvoorbeeld Polonium-214 hebt hoe weet je dan dat dit lood-210 wordt?

Erik van Munster reageerde op dinsdag 10 jun 2014 om 10:15
Dag Wisse,

Eerst zoek je de stof op in BINAS tabel 25. Daar vindt je wat voor soort verval het is. In het geval van Po-214 is dit alfa verval. Een alfadeeltje is 4 2 Helium dus er gaat 4 u van de massa af en 2 van de lading af. Je komt dan vanzelf op 210 82 Pb.

Op dinsdag 10 jun 2014 om 10:31 is de volgende reactie gegeven
ahhh zo bedankt!


Lisabeth Van Berkel vroeg op maandag 26 mei 2014 om 21:42
Bij beta- verval komt er een proton bij en een elektron gaat weg. Is de kern dan positief geladen. ( het elektronen aantal is immers minder dan de protonen)

Erik van Munster reageerde op dinsdag 27 mei 2014 om 08:47
Bij beta- verval veranderd inderdaad in de kern een neutron in een proton en gaat er een elektron weg. Dit elektron vliegt weg uit de kern en uit het atoom.
Het atoom als geheel is dan dus positief geladen.

In de praktijk raken materialen die beta- verval vertonen ook inderdaad langzamerhand positief geladen.


AMC Barents vroeg op maandag 12 mei 2014 om 20:04
Geachte docent,
En de twee 'te veel' electronen?
Vr. gr.
A.M.C. Barents

Erik van Munster reageerde op dinsdag 13 mei 2014 om 10:13
Het alfa-deeltje heeft juist geen elektronen. Het is een helium-kern met een lading van 2+.

Als een alfa-deeltje door een voorwerp geabsorbeerd wordt, wordt het voorwerp dus ietsje positief geladen. De heliumkern, zal eenmaal geabsorbeerd, veranderen in een heliumatoom doordat het in het materiaal 2 elektronen opneemt.


Op maandag 12 mei 2014 om 14:51 is de volgende vraag gesteld
Geachte docent,
is een alpha-deeltje alleen een He-kern of een He-atoom?
Vr.gr.
A.M.C. Barents

Erik van Munster reageerde op maandag 12 mei 2014 om 17:05
Een alfa-deeltje is qua samenstelling (2 protonen en 2 neutronen) hetzelfde als een helium-4 kern. Dus geen heliumatoom maar een heliumkern.

Een alfa-deeltje wordt met een grote snelheid door een instabiele kern uitgestoten. Door deze grote snelheid is de straling gevaarlijk en is in staat om te ioniseren. Een helium-4 kern zelf is op zich ongevaarlijk.


Daniel Jose Julio vroeg op dinsdag 15 apr 2014 om 23:42
klopt vraag 1 van test jezelf wel? het verval is beta min en volgens mijn moet deze het atoomnummer 54 dus xenon worden! ik snap het anders niet dat deze na verval barium 137 wordt. kunt u daar iets ver zeggen! Alvast bedankt

Erik van Munster reageerde op woensdag 16 apr 2014 om 08:21
Dag Daniel,

Bij betaminverval ontstaat er een elektron. In de vergelijking komt er dus 0 -1 aan de rechterkant te staan. Aan de linkerkant is de lading 55 dus aan de rechterkant moet de totale lading ook 55 worden. Het ladingsgetal van het vervalproduct moet dus 56 zijn want 56 + -1 = 55. Atoomnummer 56 hoort bij Barium, vandaar.


Roy Klaasse Bos vroeg op zaterdag 29 mrt 2014 om 22:16
Een vraag over vraag 2:
201/81Hg + 0/-1e --> 201/80Hg + 0/0y

Het getal voor de / staat in superscript.
Het getal na de / staat in subscript.
y = gammastraling

Klopt mijn reactievergelijking, want 201/80Hg kan ik niet in BINAS vinden.

Roy Klaasse Bos reageerde op zaterdag 29 mrt 2014 om 22:17
Ehh ik bedoel natuurlijk 201/81Tl + 0/-1e --> 201/80Hg + 0/0y ;-)

Erik van Munster reageerde op zondag 30 mrt 2014 om 10:35
Hg-201 bestaat wel degelijk alleen staat het niet in BINAS. Tabel 25 is niet compleet: er bestaan in werkelijkheid veel meer isotopen dan er in staan.


Op zondag 23 feb 2014 om 12:10 is de volgende vraag gesteld
waar kan ik zien of een isotoop stabiel of instabiel is? Hoe kan ik dat weten?

Erik van Munster reageerde op zondag 23 feb 2014 om 12:34
Of een isotoop stabiel is of niet kun je vinden in BINAS tabel 25. Hier kun je ook vinden wat voor soort verval een isotoop heeft (alfa, beta gamma etc..)

Jonna van den Berg reageerde op zondag 23 feb 2014 om 12:42
Waar kan ik dit vinden in tabel 25? Want ik zie het nergens staan

Erik van Munster reageerde op zondag 23 feb 2014 om 13:10
Je moet kijken nn de laatste kolom ('verval en energie'):

Als een isotoop stabiel is staat hier een liggend streepje. Als een isotoop niet stabiel is staat er alfa, beta etc...

Jonna van den Berg reageerde op zondag 23 feb 2014 om 13:42
okee bedankt!


Op zaterdag 23 nov 2013 om 15:29 is de volgende vraag gesteld
Ontstaat er alleen gamma straling waar een gamma achter staat in tabel 25 of bij alle isotopen van een bepaald atoom?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 23 nov 2013 om 18:06
Ja, er ontstaat alleen gammastraling als dit er bijstaat in BINAS tabel 25. Zoals je kunt zien is dit bij bijna alle niet-stabiele isotopen in de tabel maar er zijn ook isotopen met alleen alfa- of betaverval zonder gammastraling.


Op vrijdag 10 mei 2013 om 19:59 is de volgende vraag gesteld
dus bij elk soort verval staat vast wat er wordt uitgezonden. In andere woorden Alfa straling is altijd 4,2 alfa, beta is altijd 0,-1 Beta, en Beta plus is altijd 0,1 beta etc?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 10 mei 2013 om 21:25
Ja dat klopt. Het soort verval bepaalt welk deeltje wordt uitgezonden.

Je moet wel even oppassen als er meerdere mogelijkheden zijn (bijvoorbeeld alfa- EN -betastraling). Dan wordt er maar een van de twee uitgezonden. Toeval bepaald per kern welke er plaatsvindt.


Op donderdag 25 apr 2013 om 21:31 is de volgende vraag gesteld
Ik heb een vraag omtrent β−straling en wat er tijdens dit verval en uitzending van dit deeltje gebeurt. Als ik het goed begrepen heb is het bij β−straling zo dat of een neutron een proton wordt of andersom, en daarom zal een deeltje met negatieve- dan wel positieve lading uitgestoten worden, respectievelijk een elektron dan wel positron.

Van neutron naar proton, uitstoot van negatief deeltje; elektron.
Van proton naar neutron, uitstoot van positief deeltje; positron.
Dit vanwege de zogenoemde zwakke wisselwerking van de up/down quarks. (Neutron: u, d, d | Proton: u, u, d).

Nu komt de vraag; hoe moet ik dat dan zien met betrekking tot verandering in massa en energie? Wanneer ik naar de gegevens in tabel 5 van bijas kijk en ik de massa's van protonen, neutronen en elektronen vergelijk dan kom ik er met op- en aftellen niet helemaal uit. Verschillen in massa, is het zo dat de rest als thermische-, kine

Op donderdag 25 apr 2013 om 21:32 is de volgende reactie gegeven
β− = bèta
(Sorry, bijas moet natuurlijk binas zijn, en ik bedoel tabel 7 i.p.v. tabel 5).

Erik van Munster reageerde op donderdag 25 apr 2013 om 22:04
De massa's in tabel 7 van BINAS zijn de massa's van losse neutronen, protonen en elektronen. In de kern hebben deeltjes een andere massa vanwege de bindingsenergie (zie videoles hierover). Dit verschilt van kern tot kern. Als je massa's voor en na een vervalreactie met elkaar wil vergelijken moet je dit altijd doen met de massa van de hele kern vooraf en achteraf.

Op donderdag 25 apr 2013 om 23:07 is de volgende reactie gegeven
Oké, en als ik het nu dus goed begrijp is het verschil in massa: gebonden in kern vs. los van elkaar buiten kern, gelijk aan de bindingsenergie?

(Het valt me nu trouwens op dat het eerste stukje tekst is afgepakt, kennelijk iets te lang geweest).

Erik van Munster reageerde op vrijdag 26 apr 2013 om 10:18
Het verschil in massa is tussen los en gebonden is inderdaad direct een maat voor de bindingsenergie (via E=mc^2).