Inloggen

Weerstanden

Het woord weerstand kan zowel slaan op een veel gebruikt elektrische component als op een eigenschap, namelijk hoe goed stroom wordt tegengewerkt als er een spanning ergens opgezet wordt. Symbool van weerstand is de hoofdletter R, eenheid de Ohm (Ω). Door een voorwerp met een hoge weerstand zal, ook bij een hoge spanning, weinig stroom lopen. Door een voorwerp met een lage weerstand zal, ook bij een lage spanning veel stroom lopen. In deze lesvideo wordt uitgelegd wat weerstand nou precies is.



Voor het afspelen van de videoles 'Weerstanden' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Schakeling, stroom, spanning, weerstand

BINAS

Belangrijke tabel(len) in Binas: 16E

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Weerstanden" hoort bij:

HAVO:       Centraal examen (CE)
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:CE VWO:CE)

Test jezelf - "Weerstanden"

Maak onderstaande meerkeuzevragen, klik op 'nakijken' en je weet meteen de uitslag. Als je één of meer vragen fout hebt moet je de videoles nog maar eens bekijken.
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Een weerstand bestaat uit een mengsel van rubber en koolstof. Hoe groter het percentage rubber hoe … R.

Een weerstand met een grote R zorgt ervoor dat er … stroom loopt.

De waarde van R van een weerstand is op de weerstand zelf af te lezen aan de hand van een …code.

groter
kleiner
dikker
veel
weinig
geen
letter
streepjes
kleuren


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel elektrische schakelingen vind je in:
FotonElektrischeSchakelingenHAVO.pdf
FotonElektrischeSchakelingenVWO.pdf

Examenopgaven

Recente examenopgaven waarin "Weerstanden" een rol speelt (havo/vwo):
Wisselverwarming (h),

Vraag over "Weerstanden"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Weerstanden

Rumeysa Zulal Cakmak vroeg op woensdag 14 nov 2018 om 00:00
Beste meester Erik,
Ik heb een vraag waarmee ik vast loop:

Op een apparaat staat: 30 V; 0,20 A. Dit apparaat wil je op de netspanning aansluiten. Je hebt een doos weerstanden tot je beschikking.

a) Hoe moet je de weerstand schakelen om het apparaat goed te laten werken
b) Bereken de waarde van de weerstand die nodig is om het apparaat goed te laten werken

Erik van Munster reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 08:58
Ik zal je een beetje helpen:

Als je dit apparaat direct op het stopcontact aansluit gaat er veel te veel stroom lopen. Als je een weerstand in serie zet met het apparaat kun je ervoor zorgen dat er niet teveel gaat lopen.

De spanning van het stopcontact is (altijd) 230 V. Met R = U/I kun je uitrekenen hoe groot de totale weerstand moet zijn om precies 0,20 A te laten lopen.

Met de stroom (0,20 A) en de spanning (30 V) van het apparaat kun je de weerstand (R) van het apparaat berekenen. Je weet de totale weerstand die nodig is en de resterende weerstand is de weerstand die je in serie moet zetten.

Rumeysa Zulal Cakmak reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 15:38
In het antwoordenboek staat als volgt voor vraag b:

De netspanning is 230 V. De weerstand staat in serie, dus over de weerstand staat 200 V. De stroomsterkte door de weerstand is hetzelfde als door het apparaat : 0,20 A gebruik R=U/I

R= 200:0,20= 1000 ohm = 1,0.103= 1,0 K ohm

Wat ik niet snap is waarom gaan ze van 230 naar 200 Volt
en waarom ze na de wetenschappelijke notatie hebben geschreven het antwoord in K ohm?

R=

Erik van Munster reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 15:58
Ja, klopt. Zo kun jet het ook doen. De weerstand en het apparaat staan in serie aangesloten op het stopcontact. De spanning van 230 V verdeelt zich dan over de weerstand en het apparaat. Over het apparaat moet een spanning van 30 V komen te staan dus dan weet je dat over de weerstand 200 V komt te staan.

Antwoord mag in kΩ of in Ω. Mag allebei. 1,0*10^3 Ω zou dus ook goed zijn.

Rumeysa Zulal Cakmak reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 16:11
maar, waarom moet het per se in serie en niet parallel

Rumeysa Zulal Cakmak reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 16:14
Dus je moet sowieso 230-30 V doen, omdat je maar 30 V sowieso nodig hebt

Erik van Munster reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 16:16
Dingen die parallel staan hebben altijd dezelfde spanning. Als je de weerstand parallel zou zetten zou de spanning over het apparaat dus nog steeds 230 V zijn. Als je de weerstand in serie met het apparaat zet verdeelt de spanning zich en kun je de spanning lager maken. Vandaar dat de weerstand in serie gezet wordt en niet parallel.


Rumeysa Zulal Cakmak vroeg op dinsdag 13 nov 2018 om 23:02
Beste Erik,
Ik heb een paar vragen deze gaan als volgt:

1) Wat is nou precies een component
2) Wat is het verschil tussen een ntc en ldr

vraag 3a en b is een vraag uit het boek

3) Je hebt twee schakelingen: een met een lampje en een met een ohmse weerstand. Je verhoogt de spanning in beide schakelingen. Het lampje gaat feller branden.

a) hoe verandert de temperatuur van beide componenten
b) leg op grond van het roostermodel van een metaal uit waarom de weerstand van het lampje toeneemt bij hogere spanning

Erik van Munster reageerde op woensdag 14 nov 2018 om 08:51
1) Een component is een onderdeel van een schakeling. bv: Een batterij, een lampje, een weerstand, een schakelaar etc...

2) Een ntc is gevoelig voor TEMPERATUUR, een ldr is gevoelig voor LICHT (zie de videoles "Bijzondere weerstanden")

3 a) In beide gevallen geldt: hoe hoger de spanning hoe meer stroom en hoe hoger het vermogen. In beide gevallen neemt de temperatuur dus toe als je de spanning verhoogt.
b) Als de temperatuur toeneemt betekent dit dat de deeltjes waaruit een stof bestaat sneller heen en weer trillen. Een metaal bestaat uit een rooster van atomen waar de elektronen tussendoor bewegen als er stroom loopt. Als de atomen sneller heen en weer trillen is dit lastiger voor de elektronen en loopt er minder stroom. Dus: de weerstand neemt toe...


Op zaterdag 13 okt 2018 om 20:02 is de volgende vraag gesteld
Beste Erik,

Ik mijn boek Overal Natuurkunde hebben ze het over de brug van Wheatstone. Die begrijp ik niet helemaal. De brug wordt zo ingesteld dat er een evenwicht is en dat zo een onbekende weerstand bepaald kan worden. Maar ik snap dat evenwicht niet. Er loopt geen stroom door de brug als er evenwicht is. Wat is er dan voor evenwicht? Hoe komt dat tot stand? En waarom loopt er geen stroom?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 13 okt 2018 om 21:46
Waarschijnlijk staat er ook een plaatje met een schema bij in je boek. Hier zie je twee parallele takken met ieder twee weerstanden in serie.

Daartussen loopt vanaf het midden van ieder van de twee takken een draad met daarin een stroommeter.

Als de spanning aan de ene kant van de stroommeter hetzelfde is als aan de andere kant is er geen spanningsverschil en zal er geen stroom lopen. Dit is wat ze hier met evenwicht bedoelen.

Dat er geen stroom loopt komt omdat er geen spanningsverschil is.


Op vrijdag 11 mei 2018 om 11:57 is de volgende vraag gesteld
Beste meneer Van Munster,

Dat laatste ringetje in de kleurcode geeft de nauwkeurigheid aan. Als die nauwkeurigheid ±1% is, betekent dat dan dat de waarde 1% kan afwijken?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 11 mei 2018 om 17:40
Ja dat klopt. De waarde van de weerstand kan dan 1% hoger of lager zijn dan staat aangegeven met de andere kleuren.

(Dat met die kleurcodes hoef je trouwens niet te kennen voor het examen)


Op zaterdag 5 mei 2018 om 13:46 is de volgende vraag gesteld
Dus een lamp is geen weerstand, maar kan wel de eigenschap van een weerstand hebben? En een weerstand is dus een weerstand en heeft de eigenschap van een weerstand?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 5 mei 2018 om 14:03
Eigenlijk heeft élk voorwerp een bepaalde weerstand (R). Een banaan, een schoenveter, een kopje thee hebben allemaal een bepaalde R die je kunt meten.

Daarnaast bestaan er voorwerpen die speciaal gemaakt zijn om in een schakeling gebruikt te worden, aangeduid met het woord "weerstand". Het enige verschil met andere voorwerpen is dat ze klein zijn zodat ze in een schakeling passen en dat de R van een weerstand heel nauwkeurig bekend is en altijd constant blijft.

Een lampje is inderdaad geen "weerstand" maar heeft wel een bepaalde waarde van R.


Op vrijdag 4 mei 2018 om 17:25 is de volgende vraag gesteld
Hoi, voor mij is nog niet duidelijk wat de invloed van de weerstand is op de spanning en stroomsterkte. Bij een serieschakeling is de stroomsterkte overal in dat tak gelijk. Beïnvloed de weerstand dan niet de stroomsterkte en spanning?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 4 mei 2018 om 19:00
De stroomsterkte is inderdaad voor alle componenten die in serie staan hetzelfde maar hoe groot deze stroomsterkte is wordt bepaald door de totale weerstand. Als één van de weerstanden in de tak groter is, wordt de stroomsterkte in de hele tak kleiner.

De spanning over de hele tak wordt meestal bepaald door de voedingsspanning (meestal van een batterij). Deze ligt meestal vast. Hoe deze spanning verdeelt wordt over de verschillende weerstanden kun je per weerstand uitrekenen met de wet van Ohm (U=I*R).


Op zaterdag 3 mrt 2018 om 13:32 is de volgende vraag gesteld
Hoe kan ik een weerstand uitrekenen die niet is gegeven in een circuit?

Erik van Munster reageerde op zaterdag 3 mrt 2018 om 14:59
Dat hangt heel erg van de opgave en de schakeling af. Soms weet je de spanning (U) en de stroomsterkte (I) en kun je het uitrekenen met de wet van Ohm. Soms moet je er op een andere manier achter komen door te kijken naar de schakeling.

Als je een paar voorbeelden wil zien: Bij "oefenen" staan in het hoofdstuk "Elektrische Schakelingen" heel veel voorbeeldopgaven waarin weerstanden berekend worden. Uitwerkingen staan ook op de site.


Op woensdag 8 nov 2017 om 17:50 is de volgende vraag gesteld
Is het zo dat als je een grotere R hebt dat je dan een kleinere V hebt?

Erik van Munster reageerde op woensdag 8 nov 2017 om 18:00
In welke schakeling?

Op woensdag 8 nov 2017 om 18:25 is de volgende reactie gegeven
parallel en serie

Erik van Munster reageerde op woensdag 8 nov 2017 om 19:06
Als de stroom constant blijft (I) is de spanning over een weerstand (U) groter als R groter is. Alleen: de stroom zal niet constant zijn omdat deze ook weer afhangt van de weerstand en de manier waarop de schakeling in elkaar zit.

Je kunt de vraag dus alleen beantwoorden als je het schema van de schakeling hebt en weet over welke R en U je het hebt.


Op dinsdag 26 apr 2016 om 16:27 is de volgende vraag gesteld
Hoe kan het dat de weerstand op een dunne plek in een draad hoog is, want een dunne plek in een draad toont immers aan de er veel stroom doorheen loopt waardoor de weerstand juist klein hoort te zijn. Deze situatie kwam in het examen van 2012 HAVO tijdvak 2 opdracht 16 voor.

Erik van Munster reageerde op dinsdag 26 apr 2016 om 16:51
Zie de videoles "Soortelijke weerstand en draad weerstand": Hoe dunner een draad hoe groter de weerstand.

Bij de examenopgave waar je het over hebt gaat het over een beschadiging in een stroomdraad. Hierbij is de weerstand op de plek van de beschadiging hoog omdat de draad hier iets dunner is. Alleen is dit plekje zo klein dat het voor de totale weerstand van de draad niet heel veel uitmaakt en er toch stroom door de draad loopt.

Het gaat er bij deze vraag om dat de warmteontwikkeling juist het grootst is op de plaats waar de weerstand het grootst. Uit de formule die in de vraag blijkt dat hoe groter R is hoe groter P is omdat de stroom in de hele draad gelijk is.


Steffi Reimers vroeg op maandag 4 mei 2015 om 14:37
Beste meneer van Munster, bij de eerste voorbeeld vraag heeft u afgerond naar kilo ohm en bij de tweede voorbeeld vraag in gewoon ohm. Waarom doet u dit?

Erik van Munster reageerde op maandag 4 mei 2015 om 15:07
Geen speciale reden. Als er bij een vraag niet staat dat het in een bepaald eenheid moet mag je zelf kiezen. Ik had dus net zo goed overal kOhm of overal Ohm kunnen doen.

Geldt trouwens ook als je iets anders moet uitrekenen. Als er in een opgave niet staat dat het antwoord in een bepaalde eenheid moet mag je zelf kiezen of je kilo, mega, micro of milli gebruikt of niet.


Op dinsdag 10 mrt 2015 om 16:18 is de volgende vraag gesteld
Beste meneer van Munster,

Ik vroeg mij af wat de betekenis is van de R, C, NTC, C > 10pF en de C < 10 pF bij het aflezen van de kleurencodes op de weerstanden. Moet ik deze tijdens het voortentamen kunnen toepassen of komt dit nog in een later hoofdstuk terug?

Hartelijk bedankt!

Erik van Munster reageerde op dinsdag 10 mrt 2015 om 16:40
Vroeger stonden er op weerstanden (en NTC's en condensatoren) kleurcodes om de waarde aan te geven. Tegenwoordig wordt dit systeem nauwelijks meer gebruikt maar het staat nog wel in BINAS (17A).

Je hoeft zeker niet uit je hoofd te weten hoe dit werkt: Als er al iets over gevraagd wordt zal er zeker uitleg in de vraag bij staan.

Manon Dreuning reageerde op dinsdag 10 mrt 2015 om 16:41
Fijn, bedankt! :)


Mohammed el Maghawry vroeg op donderdag 17 jul 2014 om 17:43
Is de formule van U=I.R omgekeerd evenredig?

Erik van Munster reageerde op zondag 20 jul 2014 om 17:04
Je kunt van twee grootheden zeggen wat voor een verband tussen bestaat. U en I zijn bijvoorbeeld rechtevenredig met elkaar als de weerstand (R) constant is. Je moet dus eerst weten over welke twee grootheden in een formule je het hebt voordat je kunt zeggen wat voor soort verband er bestaat.


Kate Theunissen vroeg op zondag 20 okt 2013 om 13:14
bij de kleurcodes staat in mijn binas dat T ook kleurloos kan zijn, wanneer weet je dan dat T kleurloos is want je zou D dan voor T kunnen aanzien. is kleurcodes trouwens ook voor HAVO of alleen voor VWO

Erik van Munster reageerde op zondag 20 okt 2013 om 15:26
T is in de praktijk bijna altijd 5% of 10% (goud of zilver), hieraan herken je ook meteen de leesrichting want ABC zijn nooit goud of zilver.

Als T kleurloos is is het inderdaad onduidelijk wat er nou precies bedoeld wordt.

Weerstanden zijn voor zowel HAVO als VWO examenstof. Maar... de kleurcode is iets wat steeds minder gebruikt wordt; tegenwwordig zijn weerstanden zo piepklein en wordt deze code niet meer gebruikt. Het is meer iets van vroeger.


Op zondag 20 jan 2013 om 17:34 is de volgende vraag gesteld
Waarom moet je om na te gaan of het verband tussen doorsende en weerstand juist is, nog een kolom maken met 1:A (in dit geval van constantaandraad).

Erik van Munster reageerde op zondag 20 jan 2013 om 19:11
Omdat het een omgekeerd evenredig verband is: Als de doorsnede A twee keer zo GROOT is wordt de weerstand R juist twee keer zo KLEIN. Om te onderzoeken of het inderdaad een omgekeerd verband is kun je het beste R en 1/A vergelijken: Dit zou in een grafiek een rechte lijn moeten geven. Meer over verbanden: Zie de videolessen Verbanden en Toepassenverbanden.


Basma Alchalgie vroeg op maandag 24 dec 2012 om 14:38
Is deze stof van belang voor leerlingen van 5 havo?

Erik van Munster reageerde op maandag 24 dec 2012 om 15:03
Jazeker, weerstand is examenstof voor de HAVO natuurkunde. Je moet het in ieder geval kennen voor je centraalexamen en waarschijnlijk heb je op school ook nog wel een PTA-toets over, dit zou je op jouw school even na moeten vragen.