Inloggen

Wet van Coulomb

Met de wet van Coulomb kan berekend worden hoe groot de elektrische aantrekkings- of afstotingskracht is tussen verschillende geladen voorwerpen. Deze kracht hangt af van de ladingen van de twee voorwerpen maar ook van de onderlinge afstand. Hoe groter de afstand hoe kleiner de kracht. De elektrische aantrekkings- of afstotingskracht die voorwerp A op voorwerp B uitoefent is volgens de derde wet van Newton gelijk aan de kracht die voorwerp B op voorwerp A uitoefent maar tegengesteld van richting. Dit betekent dat ook op beide geladen voorwerpen dezelfde aantrekkende of afstotende kracht werkt.



Voor het afspelen van de videoles 'Wet van Coulomb' moet je ingelogd zijn
Nieuwsgierig? Kijk een demoles:
Voorvoegsels / Harmonische trilling / ElektronVolt

Voorkennis

Lading, kracht

Formules

 
Wet van Coulomb Fel = f·Qq/r2 Fel = kracht(N)
f = 8,987551787·109 Nm2/C2
Q,q = ladingen(C)
r = afstand (m)

Moet ik dit kennen?

De stof in videoles "Wet van Coulomb" hoort bij:

HAVO:       geen examenstof
VWO: : Centraal examen (CE)

(In het oude examenprogramma: HAVO:geen examenstof VWO:geen examenstof)


 
 
 



Door met een ballon over een wollen trui te wrijven raakt een ballon elektrisch geladen. De lading van de ballon wordt hierbij -4,0 pC. Bereken hoeveel elektronen er zijn overdragen van de trui naar de ballon.

1,6·107 1,2·106 4,0·107 4,0·106 5,0·107 3,2·107 2,5·107 1,0


Extra oefenmateriaal?

Oefenopgaven over het onderdeel elektrische & magnetische velden vind je in:
FotonElektromagnetismeVWO.pdf

Vraag over "Wet van Coulomb"?


    Hou mijn naam verborgen

Eerder gestelde vragen | Wet van Coulomb

Op vrijdag 12 jan 2018 om 11:28 is de volgende vraag gesteld
Hallo,

Ik heb een vraag met betrekking tot die kracht op het negatieve voorwerp (ongeveer minuut 2.25). U heeft het er daar over dat het voorwerp precies dezelfde kracht ondervindt als het elektronbolletje en dat die richting dus tegengesteld is. Maar stel we zouden een positieve bol nemen een een proeflading (ook positief). Zou dan ook gelden dat de kracht op de proeflading in tegengestelde richting is van de kracht op de positieve bol?

Ik heb namelijk in mijn boek staan: "Let er op dat de richting van de elektrische veldsterkte gelijk is aan de richting van de kracht op een positieve proeflading. Dit houdt in dat de richting van de kracht op een negatieve lading tegengesteld is aan de richting van het elektrische veld."
Hier zeggen ze dus dat de richting gelijk is (i.t.t. de actie=-reactie wet van Newton).

Op vrijdag 12 jan 2018 om 11:36 is de volgende reactie gegeven
Ik denk dat mijn boek bedoelt dat het gaat om de richting van een positieve bol op een positieve proeflading. Die is dan gelijk want + stoot + af. Dus de richting van het elektrisch veld is al afstotend, en diezelfde/gelijke richting wordt 'uitgeoefend' op die proeflading. En dat het boek deze zelfde positieve bol neemt bij een negatieve lading en dan is de richting inderdaad tegengesteld (ze trekken elkaar aan).

Maar wat bedoelt u precies met die actie= -reactie kracht op een geladen bol en wat betekent dat dan? Gaat de bol bewegen?

Erik van Munster reageerde op vrijdag 12 jan 2018 om 12:13
Over je eerste vraag: Ook als de bol én de proeflading allebei positief zijn, zijn de krachten op de bol en de proeflading tegengesteld van richting. Ze stoten elkaar dan af. Bij een negatieve lading trekken ze elkaar aan maar ook dan zijn de krachten tegengesteld van richting (de ene naar rechts de ander naar links).

Om je het even als een plaatje voor te stellen: In állebei de onderstaande gevallen zijn de krachten tegengesteld aan elkaar maar toch heb je in het bovenste geval afstoting en in het onderste geval aantrekking.

<---O O--->

O---> <---O

De 3e wet van Newton (krachten zijn even groot maar tegengesteld) blijft dus altijd gelden, zowel bij aantrekking als afstoting.

Op vrijdag 12 jan 2018 om 15:32 is de volgende reactie gegeven
Ik snap het! Dank voor uw antwoord!


Op zondag 9 apr 2017 om 11:01 is de volgende vraag gesteld
Hallo Erik,

Kunt u misschien vertellen waar aangegeven staat dat dit in 2017 niet op het centraal examen komt? In de syllabus op examenblad.nl zie ik D2 namelijk wel gewoon staan als onderdeel voor het centraal examen. Alvast bedankt!
(Subdomein D2: Elektrische en magnetische velden
22. De kandidaat kan in contexten elektromagnetische verschijnselen beschrijven,
analyseren en verklaren met behulp van elektrische en magnetische velden.)

Op zondag 9 apr 2017 om 11:06 is de volgende reactie gegeven
Sorry, ik zie het net staan op pagina 7 van de syllabus. Niet goed gekeken, mijn excuses!


Op donderdag 15 dec 2016 om 11:34 is de volgende vraag gesteld
Dag Erik,

Als twee ladingen elkaar aangetrokken hebben, mag je dan Q en q aan elkaar gelijkstellen?

Bedankt!

Erik van Munster reageerde op donderdag 15 dec 2016 om 14:36
Als twee voorwerpen elkaar aantrekken moeten er altijd twee ladingen zijn: Die van het ene voorwerp (q) en die van het andere voorwerp (Q). Als één van de voorwerpen ongeladen is, is de lading 0 C en is er ook geen aantrekkingskracht. Komt vanzelf

Als je met 'aangetrokken hebben' bedoeld dat de ladingen eerst op een bepaalde afstand van elkaar waren en nu tegen elkaar zitten en één voorwerp vormen dan wordt de lading van dat voorwerp de som van de twee ladingen.

Groetjes,

Erik


Op zondag 25 sep 2016 om 18:55 is de volgende vraag gesteld
Dag Erik,
zou u de rekensom bij vraag 2 misschien kunnen uitwerken? Op een of andere manier kom ik niet op het goeie antwoord uit. Ik heb het wel 10 keer geprobeerd maar kom niet op het goeie antwoord uit. HELP!!! Alvast bedankt

Erik van Munster reageerde op zondag 25 sep 2016 om 19:41
Dank voor je berichtje. Het antwoord wat er eerst stond was fout. Er had moeten staan F = 18 N als goed antwoord. Ik heb het net verbeterd en het staat er nu wel goed. Hoop dat je ook op 18 N uitkwam als antwoord. Sorry voor de vergissing en dank voor je oplettendheid...

Erik

Op zondag 25 sep 2016 om 20:25 is de volgende reactie gegeven
Dag Erik,
bedankt voor je snelle bericht. Ik kom helaas weer op een ander antwoord uit, namelijk: 19,4 N.
Zou u de opgave toch willen uitwerken?
Ik snap namelijk ook niet helemaal wat u bedoelt met: twee ladingen van + 2,0 x 10^-6 C. Bedoelt u dan dat de ladingen samen die lading hebben of dat Q= 2,0 x 10^-6 C en q= 2,0 x 10^-6 C.
Mijn uitwerking:

((2,0 x 10^-6 C x 2,0 x 10^-6 C) / (0,043)^2) x 8.98 x 10^9 = 19,44 N.
Alvast bedankt.

Erik van Munster reageerde op zondag 25 sep 2016 om 20:49
Aha, ik had per ongeluk 4,5 cm als afstand in plaats van 4,3 cm genomen. Moest inderdaad 19 N zijn. Je berekening is prima, hoor.

Op zondag 25 sep 2016 om 20:51 is de volgende reactie gegeven
Heel fijn! Nu weet ik tenminste dat ik het goed doe. Hartelijk dank


Tanja Liefrink vroeg op woensdag 11 mei 2016 om 18:46
Hallo Erik,

In de syllabus staat dat dit onderdeel vwo stof is. Weet je zeker dat het niet in de CE kan komen?

Erik van Munster reageerde op woensdag 11 mei 2016 om 19:35
Als je kijkt in de Syllabus op blz 6 dan zie je dat elektromagnetische velden (D2) officieel bij het CE hoort maar niet in 2016 en 2017. Het hoort dus (dit jaar) niet bij het CE.

Dus: Nee je hoeft het niet te kennen.


Op woensdag 23 okt 2013 om 11:42 is de volgende vraag gesteld
Hoi Erik,
Ik krijg stelselmatig 19,44 uit mijn rekenmachine terwijl ik volgens mij heel netjes alles in toets. maar misschien moet ik nog iets met Nm2 en de C-2? heb je uitleg?

Erik van Munster reageerde op woensdag 23 okt 2013 om 15:30
Je hebt helemaal gelijk: Als ik het zelf nareken kom ik ook op 19,44 N. Ik was zelf het kwadraat in de formule vergeten. Ik ga het verbeteren...


Lisabeth Van Berkel vroeg op donderdag 8 aug 2013 om 14:33
Vraag 1
Als de afstand tussen twee ladingen 2 x zo groot wordt wordt de kracht keer zo klein.
het antwoord hierop is 4 keer zo klein. maar dit kan toch niet want de afstand is omgekeerd kwadratisch evenredig met de kracht.

Erik van Munster reageerde op donderdag 8 aug 2013 om 14:45
Kracht is omgekeerd kwadratisch evenredig met de afstand (en niet andersom). Je kunt het het ook gewoon proberen: Eerst reken je F uit met Q = 1C, q = 1C en r = 1m en daarna reken je hetzelfde uit met r = 2m. Je zult zien dat de kracht dan 4 maal zo klein is.

Overigens:
Wet van Coulomb hoort alleen bij het nieuwe examen programma wat geldt voor degene die schooljaar 2013/2014 voor het eerst in de 4e klas komen. Bij elke videoles kun je dit zien onder het kopje "Moet ik dit kennen".